GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.157.441 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen 2266194) arrest van 19 mei 2020 in de zaak van de stichting Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg, gevestigd te Amsterdam, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: BPF, advocaat: mr. J.A. Trimbach, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Frigolanda B.V., gevestigd te Beuningen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: Frigolanda, advocaat: mr. E.P. Keuvelaar. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 13 augustus 2019 hier over. 1.2 Het verdere verloop blijkt uit: - de akte van Frigolanda met produtcies, - de akte uitlating van BPF met een productie. 1.3 Vervolgens hebben partijen stukken overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1 BPF vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat alle werknemers van Frigolanda, werkzaam bij de vestiging Dongen, gedurende de periode februari 2012 tot 13 mei 2013 vallen onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit. Zoals in het tussenarrest is beslist, is voor toewijzing van de vordering van BPF vereist dat BPF stelt, en zo nodig bewijst, dat in de onderneming van Frigolanda Dongen, gemeten naar de loonsom, meer dan 50% werkzaamheden worden uitgeoefend die behoren tot het wegvervoer. Het hof zal dit kortheidshalve aldus aanduiden dat BPF moet stellen en bewijzen dat de kernactiviteiten van de vestiging Dongen behoren tot het wegvervoer. Gezien het partijdebat spitst de vraag naar de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit zich toe op de onder 4.10 van het tussenarrest genoemde 22 werknemers. Frigolanda had bij memorie van antwoord onder 19 aangevoerd dat deze werknemers “formeel” in dienst waren van de vestigingen Oosterhout en Beuningen, van welke vestigingen vaststaat dat deze niet onder het verplichtstellingsbesluit vallen. Naar aanleiding van het tussenarrest heeft Frigolanda bij akte een overzicht overgelegd van alle in periode 3 van 2013 bij haar werkzame werknemers, alsmede alle loonstroken over deze periode. Het overzicht is onderverdeeld in vier categorieën: -werknemers werkzaam in Dongen (totale loonsom € 53.851,27) -werknemers werkzaam in Beuningen (totale loonsom € 18.576,91) -werknemers werkzaam in Oosterhout (totale loonsom € 38.356,25) -chauffeurs en planners (totale loonsom € 55.959,53). Ook heeft BPF arbeidsovereenkomsten van 13 van deze 22 werknemers overgelegd. 2.2 De door Frigolanda overgelegde arbeidsovereenkomsten bieden geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de werknemers, op wie deze procedure mede betrekking heeft, in dienst zijn van de vestiging van Frigolanda in Oosterhout of Beuningen, zodat zij op die grond niet onder het verplichtstellingsbesluit zouden vallen. Uit het onder 2.1 vermelde overzicht, de eigen stellingen van Frigolanda in haar akte en de overgelegde loonstroken blijkt verder dat alle onder 4.10 van het tussenarrest genoemde werknemers werkzaam zijn bij de vestiging Frigolanda in Dongen. Daaruit volgt echter nog niet dat ze ook onder het verplichtstellingsbesluit vallen, omdat dat afhangt van het antwoord op de vraag of BPF heeft aangetoond dat de kernactiviteiten van de vestiging Dongen behoren tot het wegvervoer. Friglanda bestrijdt dat dat het geval is en in dat verband voert zij het volgende aan. Mede met het oog op de discussies met BPF heeft Frigolanda vanaf begin 2012 een strikte scheiding doorgevoerd tussen de transport- en warehouseactiviteiten. De warehouseactiviteiten vormen de kern van de werkzaamheden van haar onderneming en ook van de vestiging Dongen. Per 26 januari 2012 is Frigolanda Dongen B.V. opgeheven. Het personeel is vervolgens ondergebracht bij Frigolanda B.V. Per 13 mei 2013 is Frigolanda Transport B.V. opgericht en zijn alle bij Frigolanda werkzame chauffeurs en planners bij die onderneming ondergebracht. Deze per 13 mei 2013 geformaliseerde situatie was exact dezelfde als die vanaf 26 januari 2012, aldus Frigolanda. 2.3 BPF heeft deze gang van zaken niet, althans onvoldoende betwist. Na het tussenarrest heeft BPF (door het overgelegde overzicht) inzicht gekregen in de loonsommen van het gehele personeelsbestand van Frigolanda in de relevante periode. Anders dan BPF stelt is dat overzicht wel onderbouwd, omdat alle daaraan ten grondslag liggende loonstroken zijn overgelegd. Vaststaat dat de chauffeurs en planners vanaf 26 januari 2012 onder het verplichtstellingsbesluit vallen, dat Frigolanda de benodigde gegevens heeft aangeleverd aan BPF en dat BPF de ambtshalve opgelegde aanslagen op basis daarvan heeft teruggebracht naar het door de kantonrechter toegewezen bedrag van € 171.257,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.