Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000953-19 Uitspraak d.d.: 12 juni 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 23 november 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-264625-14 en 96-231911-17, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [instelling] , [plaats] , [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het hem in de zaak met parketnummer 96-264625-14 onder feit 1 en het hem in de zaak met parketnummer 96-231911-17 onder feiten 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde tot een taakstraf voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 3 jaren en met een bijzondere voorwaarde in de vorm van reclasseringscontact. Daarnaast heeft de advocaat-generaal de oplegging gevorderd van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman mr. D.A.W. Dekker namens, mr. N.C.E.C. Luns, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren en met bijzondere voorwaarden. Voorts heeft de rechter de verdachte een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 4 maanden. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 96-264625-14: 1.hij op of omstreeks 13 maart 2014 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 545 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden; Zaak met parketnummer 96-231911-17 (gevoegd): 1. hij op of omstreeks 18 oktober 2017 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 540 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; 2. hij op of omstreeks 18 oktober 2017 te [plaats] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straatnaam] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 96-264625-14 onder 1 en in de zaak met parketnummer 96-231911-17 onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: Zaak met parketnummer 96-264625-14: 1.hij op 13 maart 2014 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 545 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden. Zaak met parketnummer 96-231911-17 (gevoegd): 1.hij op 18 oktober 2017 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 540 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. 2.hij op 18 oktober 2017 te [plaats] terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de [straatnaam] , als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 96-264625-14 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (545 microgram). Het in de zaak met parketnummer 96-231911-17 ten eerste bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (540 microgram). Het in de zaak met parketnummer 96-231911-17 ten tweede bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Hij heeft op 13 maart 2014 en 18 oktober 2017 te [plaats] een auto bestuurd, terwijl hij onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol verkeerde. Op 13 maart 2014 bleek het alcoholgehalte in zijn adem bij onderzoek om 17:36 uur 545 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (ug/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.