GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.260.215/02 beschikking van 16 juni 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wiefferink B.V., gevestigd te Oldenzaal, verzoekster, hierna: Wiefferink, advocaat: mr. S.M.I. van Loon, tegen: de vennootschap naar Duits recht EnviTec Biogas AG, gevestigd te Lohne, Duitsland, verweerster, hierna: EnviTec, advocaat: mr. D.F. Spoormans. 1Het verdere verloop van het geding 1.1 Het hof neemt de inhoud van de tussenbeschikking van 30 januari 2020 hier over. 1.2 Het verdere verloop blijkt uit: - de akte van Wiefferink van 27 februari 2020; - de akte van EnviTec van 27 februari 2020; - het e-mailbericht van mr. Van Loon en mr. Spoormans van 20 april 2020 met als bijlage een Duitse vertaling van de aan de deskundige te stellen vragen; - het e-mailbericht van de deskundige M. Paproth van 9 mei 2020 met daarin zijn kostenbegroting; - het e-mailbericht van mr. Spoormans van 25 mei 2020; - het e-mailbericht van mr. Van Loon van 25 mei 2020. 2De beoordeling 2.1 Bij beschikking van 30 januari 2020 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om eensluidende vragen te formuleren die aan de deskundige kunnen worden gesteld. Daarnaast zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van het voorschot voor de kosten van de deskundige en over wie van partijen dit voorschot zal dragen. 2.2 Partijen wensen beiden dat zowel de door Wiefferink als de door EnviTec geformuleerde vragen aan de deskundige worden gesteld. Het hof zal daarom een deskundigenonderzoek bevelen met betrekking tot zowel de vragen van Wiefferink als die van EnviTec. 2.3 De deskundige heeft zijn kosten begroot op € 6.500,-. Daarbij heeft hij onder meer opgemerkt dat indien materiaalonderzoek nodig zal blijken te zijn, er een bedrag van € 2.000,- tot € 3.000,- bij komt. Verder heeft de deskundige opgemerkt dat in de kostenbegroting geen omzetbelasting is opgenomen. Volgens de deskundige is niet duidelijk of in Nederland of in Duitsland omzetbelasting moet worden afgedragen. Naar aanleiding van de kostenbegroting heeft Wiefferink opgemerkt dat door de deskundige een dakbedekking onderzocht dient te worden. Wiefferink heeft verzocht deze kosten ook in het voorschot mee te nemen. EnviTec heeft het hof bericht geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de kostenbegroting. 2.4 Nu gelet op de geformuleerde vragen mogelijk materiaalonderzoek nodig zal zijn, zal het hof bij het bedrag van € 6.500,- een bedrag van € 3.000,- optellen. Verder zal het hof er veronderstellenderwijs vanuit gaan dat in Nederland btw moet worden afgedragen en bij het totaalbedrag van € 9.500,- een percentage van 21% optellen. Het voorschot zal daarom worden vastgesteld op € 11.495,- (incl. btw). 2.5 Conform de hoofdregel van artikel 195 Rv dient Wiefferink als verzoekende partij het voorschot te dragen. Het hof ziet geen aanleiding om – zoals Wiefferink heeft verzocht – van deze hoofdregel af te wijken en te bepalen dat partijen gezamenlijk het voorschot dienen te dragen, vanwege de enkele omstandigheid dat EnviTec eveneens vragen heeft geformuleerd voor de deskundige. 3De beslissing Het hof: beveelt een onderzoek door een deskundige met betrekking tot de volgende vragen: vragen van de zijde van Wiefferink a. Is sprake van een gebrek (Mangel) met betrekking tot de door Wiefferink geleverde covers overeenkomstig de overeenkomst met nummer 100608 d.d. 23-11-2010 (productie 51 bij akte overlegging producties d.d. 16 november 2016) en de bij de installatie behorende statische berekening (productie 98 bij antwoordakte inzake project Von Elverfeldt d.d. 6 juni 2018)? b. Zijn de door Wiefferink aan EnviTec geleverde covers, overeenkomstig de overeenkomst met nummer 100608 d.d. 23-11-2010, in overeenstemming met de bij de installatie horende statische berekening? c. Zijn de in de statische berekening opgenomen parameters correct gekozen? d. Wat is het verband tussen de parameters zoals genoemd in de statische berekening en de waarden die zijn opgenomen in het Protokoll (productie 5 bij conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie d.d. 27 juli 2016)? e. Zijn de geleverde covers behorende bij de overeenkomst nummer 100608 in algemene zin geschikt voor een biogasinstallatie? f. In hoeverre is het complete ontwerp van de biogasinstallatie (dat wil zeggen de installatie met al haar componenten, inclusief besturingssoftware), hetgeen afkomstig is van EnviTec, zodanig toereikend dat de biogasinstallatie stabiel kan draaien? g. Is de complete biogasinstallatie voorzien van voldoende variabel volume, zodat de installatie bedreven wordt op een zo constant mogelijke druk? h. In hoeverre is de biogasinstallatie binnen de parameters van de veiligheidsinstrumenten bedreven? i. Zijn de veiligheidsinstrumenten in de vorm van de onderdruk-, overdrukventielen en de fakkel zodanig ingesteld dat de biogasinstallatie stabiel kan worden bedreven? j. Zijn er voldoende sensoren geplaatst? k. Is het besturingsprogramma (de software) toereikend c.q. zodanig ingesteld dat de biogasinstallatie stabiel kan worden bedreven? t. Zijn de veiligheidsinstrumenten aantoonbaar deskundig onderhouden? m. Op welke wijze zijn de meet- en regeltechniek van de biogasinstallatie ingesteld? Zijn deze instellingen voldoende om de biogasinstallatie stabiel te kunnen bedrijven? n. Zijn de capaciteiten van het aantal veiligheidsinstrumenten voldoende om de biogasinstallatie stabiel te kunnen houden? o. Is de biogasinstallatie stabiel bedreven? p. Is het uitrekken van de cover een onoverkoombaar gevolg van het niet stabiel bedrijven van de installatie? Zo ja, is een mastverhoging zoals in 2013 is toegepast een adequaat middel om uitrek te verhelpen als de installatie vervolgens stabiel wordt bedreven? q. Welke hoeveelheden gas werden in de biogasinstallatie geproduceerd? Zijn deze hoeveelheden voldoende om de installatie stabiel te houden? r. Is sprake geweest van doorlopende dynamische drukverschillen in de biogasinstallatie, dat wil zeggen het doorlopend belasten van de installatie met een overdruk- afgewisseld met een onderdruksituatie, en behoort het geleverde daartegen bestand te zijn? s. Kan worden vastgesteld dat de gestelde beschadigingen van de covers behorende bij opdrachtnummer 100608 het gevolg zijn van de wijze waarop de biogasinstallatie is bedreven? Is er een verband aan te duiden tussen de opgetreden rek in de covers en het zogenaamde vermoeiingsproces, hetgeen optreedt na het doorlopend wisselen van een overdruk- naar een onderdruksituatie? t. Kan worden uitgesloten dat de gestelde beschadigingen zijn ontstaan door externe factoren? u. Wat is de gemiddelde levensduur van de covers zoals deze door Wiefferink aan EnviTec zijn geleverd bij overeenkomst met nummer 100608? Zijn er factoren c.q. omstandigheden met betrekking tot de biogasinstallatie zelf, die invloed op de levensduur van de covers hebben, zo ja welke? v. Zijn de kosten voor herstel van de covers, zoals in de procedure gevorderd door EnviTec, vanuit technisch perspectief verklaarbaar? w. Zijn de kosten met betrekking tot de mastverhogingen, zoals door Wiefferink aan EnviTec gefactureerd, vanuit technisch perspectief verklaarbaar? Ten aanzien van de vragen f tot en met t dient bij de beantwoording van de vragen uit te worden gegaan van de periode dat Wiefferink de covers aan EnviTec heeft geleverd tot het moment dat EnviTec deze covers heeft vervangen. vragen van de zijde van EnviTec (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.