GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.278.782 (zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, F.08/20/120) arrest van 17 juni 2020 in de zaak van de ontbonden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCW B.V., voorheen gevestigd te Almelo, appellante, hierna: SCW, advocaat: mr. F.J. Bleker, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Polman Vastgoed B.V., geïntimeerde, gevestigd te Boekelo, gemeente Enschede, hierna: Polman Vastgoed, advocaat: mr. J.M. Wagenaar. 1Het geding in eerste aanleg Bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 20 mei 2020 is SCW op verzoek van Polman Vastgoed in staat van faillissement verklaard. Het hof verwijst naar dat vonnis. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij ter griffie van het hof op 27 mei 2020 ingekomen verzoekschrift is SCW in hoger beroep gekomen van het vonnis van 20 mei 2020 en heeft zij verzocht dat vonnis te vernietigen. 2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, de brieven met bijlage(n) van 2 juni 2020 en 9 juni 2020 van mr. Bleker, de brieven met bijlagen van de curator, mr. F. Kolkman, van 8 juni 2020 en 9 juni 2020 en de brief met bijlagen van 8 juni 2020 van mr. Wagenaar. 2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juni 2020, waarbij namens SCW zijn verschenen [A] (hierna: [A] ) en [B] , bijgestaan door mr. Bleker. Namens Polman Vastgoed zijn verschenen [C] en [D] , bijgestaan door mr. Wagenaar. Ter zitting heeft mr. Wagenaar het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. 3De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1 Nu ook in hoger beroep niet is gesteld of gebleken dat het centrum van de voornaamste belangen van SCW zich in een andere lidstaat dan Nederland bevindt, gaat het hof, evenals de rechtbank, op grond van het bepaalde in artikel 3 van de EU Insolventieverordening uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. 3.2 SCW is op 3 april 2020 ontbonden. SCW hield zich bezig met het exploiteren van een onderneming inzake het opslaan, verwerken, snijden en verzenden van papier en karton ten behoeve van derden of voor eigen gebruik, alsmede het handelen in nieuw papier gesneden zowel als op rollen. [A] was enig aandeelhouder en bestuurder van SCW. SCW heeft enige jaren een bedrijfsruimte gehuurd van Polman Vastgoed. Bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 5 juni 2019 is onder meer voor recht verklaard dat SCW in verzuim is met haar betalingsverplichtingen ten aanzien van de huurovereenkomst en is SCW onder meer veroordeeld om aan Polman Vastgoed een bedrag van € 759.512,18 te betalen. Op 14 juni 2019 is de vennootschap SCW Converting B.V. (hierna: SCW Converting) opgericht. SCW Converting exploiteert een onderneming die dezelfde activiteiten verricht als SCW. [A] is ook van SCW Converting enig aandeelhouder en bestuurder. 3.3 Het hof stelt voorop dat het faillissement van een ontbonden rechtspersoon kan worden uitgesproken, indien summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat er nog baten zijn en aan de overige vereisten voor faillietverklaring is voldaan. Op grond van artikel 1 Fw juncto artikel 6 lid 3 Fw kan een faillietverklaring worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager alsmede van het (ook in hoger beroep) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Anders dan Polman Vastgoed heeft aangevoerd, geldt ook bij een ontbonden rechtspersoon het pluraliteitsvereiste inhoudende dat sprake dient te zijn van meerdere schuldeisers. Ook in het geval van een ontbonden rechtspersoon heeft het faillissement immers als doel het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft. 3.4 SCW heeft erkend dat sprake is van een schuld aan Polman Vastgoed. Naast Polman Vastgoed hebben zich na het uitspreken van het faillissement bij de curator twee andere schuldeisers gemeld. De belastingdienst heeft bij de curator een preferente vordering van € 270.843,- ingediend ten aanzien van openstaande aanslagen omzetbelasting en loonheffing. Daarnaast heeft GBTwente een concurrente vordering ingediend van € 5.578,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.