← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:5427

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.232.530/01 CJIB-nummer : 199488529 Uitspraak d.d. : 13 juli 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 10 november 2017, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] (Duitsland). De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep van de gemachtigde tegen de beslissing van de officier van justitie tot afwijzing van het verzoek tot toekennen van een dwangsom ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat de officier van justitie tijdig, binnen de termijn van artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op het administratief beroep heeft beslist.
  2. De gemachtigde heeft niets aangevoerd waaruit kan volgen dat de kantonrechter ten onrechte tot dit oordeel is gekomen. Zijn stelling dat de betrokkene tot op heden geen processtukken heeft ontvangen, is daartoe ontoereikend, nu dit, ook indien juist, niet met zich meebrengt dat de officier van justitie niet tijdig op het administratief beroep heeft beslist. Daarbij zij opgemerkt dat de gemachtigde alleen bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van de dwangsom, welk bezwaar de officier van justitie wegens de concentratie van rechtsmacht terecht heeft doorgestuurd naar de kantonrechter, maar geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep bij de kantonrechter betreft dus alleen de afwijzing van de dwangsom door de officier van justitie en niet diens beslissing op het administratief beroep.
  3. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
  4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336). De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.