GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.277.474/02 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 482949 en 487109) beschikking van 14 juli 2020 op het verzoek tot schorsing inzake [verzoeker] , wonende te [A] ,verzoeker, verder te noemen: de man, advocaat: mr. M. Ahmadi te Delft, en [verweerster] , wonende op een geheim adres, verweerster, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 6 april 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Bij deze beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en verder, voor zover hier van belang, uitvoerbaar bij voorraad beslist dat de man een bedrag van € 506.610,- aan de vrouw zal voldoen in het kader van de bruidsgave, als equivalent van 600 Bahare-Azadi gouden munten, welk bedrag vermeerderd zal worden met de wettelijke rente indien de man dit bedrag niet binnen twee weken na de betekening van deze beschikking aan de vrouw heeft betaald. 2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 26 april 2020; - het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep in de hoofdzaak, tevens verweerschrift tegen het verzoek tot schorsing; - een journaalbericht van mr. Ahmadi van 21 juni 2020 met een pleitnota en bijlagen. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 23 juni 2020 plaatsgevonden. De man heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn advocaat. De vrouw is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. 3De motivering van de beslissing 3.1 Aan de orde is het verzoek van de man de schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking van 6 april 2020, voor zover het de beslissing over de bruidsgave betreft. De vrouw voert hiertegen gemotiveerd verweer. 3.2 De man en de vrouw zijn gehuwd [in] 2015 te [B] , Iran. Zij hebben beiden de Iraanse nationaliteit. Ten tijde van de indiening van het verzoek tot echtscheiding hadden beide partijen hun gewone verblijf in Nederland. Het hof is, evenals de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt met betrekking tot de echtscheiding en met betrekking tot de daarmee verband houdende nevenvoorzieningen. Ook het hof is van oordeel dat het verzoek over de bruidsgave een nevenvoorziening in de zin van artikel 827 lid 1 sub f van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is, omdat het verzoek ziet op een regeling van de gevolgen van de echtscheiding. 3.3 Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking schorsen. 3.4 Het hof stelt het volgende voorop onder verwijzing naar HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf in een incident of in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.