Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006691-19 Uitspraak d.d.: 15 juli 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 17 december 2019 met parketnummer 16-659062-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats] , [woonadres] , thans verblijvende in PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot: - een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van het voorarrest; - oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege en te bepalen dat deze maatregel ongemaximeerd van duur is nu er sprake is van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen; - toepassing van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. van Dam, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Verdachte is bij voornoemd vonnis ter zake van – kort gezegd – bedreigingen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en bevolen dat hij van overheidswege wordt verpleegd. Ook is de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking aan verdachte opgelegd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2018 tot en met 08 april 2019 te [plaats] en/of elders in Nederland (telkens) [slachtoffer 1] en/of hun/haar kinder(en) en/of haar partner heeft bedreigd (telkens) met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk via één of meerdere medewerkers van FPC de [naam kliniek] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] bovengenoemde [slachtoffer 1] en/of hun/haar kinderen en/of haar partner dreigend de woorden toegevoegd: - dat hij die [slachtoffer 1] en/of hun/haar kinderen en/of haar partner gaat vermoorden of doodmaken en/of - dat het alles of niets is en/of - dat hij een wraakplan heeft en/of - dat dit misschien pas na 5 à 10 jaar zal plaatsvinden en/of - wanneer die [slachtoffer 1] niet bij hem terug komt hij tot grootse en erge dingen in staat is en zal uitvoeren en/of - dat hij nadenkt over het aanrichten van iets ergs en/of - dat hij zijn kinderen zal ombrengen als die [slachtoffer 1] niet bij hem terugkeert en/of - dat hij die [slachtoffer 1] om het leven zal brengen en/of dat die [slachtoffer 1] dood moet en/of - dat hij zegt dat hij het doodmaken van die [slachtoffer 1] van gelijke ernst ziet als een scheiding inzetten en zegt "dan staan we quitte" en/of - dat hij die [slachtoffer 1] en de kinderen niet meer hoeft te zien en dat ze beter dood kunnen zijn en/of - dat de kinderen er in principe niet veel aan kunnen doen, maar dat het wel oké is als ze dood zouden zijn en/of - dat hij die [slachtoffer 1] iets wil aandoen wanneer hij haar ziet in de rechtbank en/of hij die [slachtoffer 1] lachend een karatetrap gaat geven voor de ogen van de rechter en hij de rechtbank gaat verbouwen en/of - dat hij die [slachtoffer 1] echt iets aan wil gaan doen zodra hij de kans krijgt en/of dat die [slachtoffer 1] niet oud wordt en/of - dat de partner van die [slachtoffer 1] er ook aan gaat en/of - dat als hij ooit weer vrij komt het dan "zijn beurt" is en/of - dat het wraakplan misschien niet op die [slachtoffer 1] is gericht, maar misschien wel op anderen, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op meer tijdstippen in de periode van 02 april 2018 tot en met 08 april 2019 te [plaats] telkens [slachtoffer 1] heeft bedreigd (telkens) met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte telkens opzettelijk via meerdere medewerkers van FPC de [naam kliniek] en [slachtoffer 4] bovengenoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: - dat hij die [slachtoffer 1] en hun kinderen en haar partner gaat vermoorden of doodmaken en - dat het alles of niets is en - dat hij een wraakplan heeft en - dat dit misschien pas na 5 à 10 jaar zal plaatsvinden en - wanneer die [slachtoffer 1] niet bij hem terug komt hij tot grootse en erge dingen in staat is en zal uitvoeren en - dat hij nadenkt over het aanrichten van iets ergs en - dat hij zijn kinderen zal ombrengen als die [slachtoffer 1] niet bij hem terugkeert en - dat hij die [slachtoffer 1] om het leven zal brengen en dat die [slachtoffer 1] dood moet en - dat hij zegt dat hij het doodmaken van die [slachtoffer 1] van gelijke ernst ziet als een scheiding inzetten en zegt "dan staan we quitte" en - dat hij die [slachtoffer 1] iets wil aandoen wanneer hij haar ziet in de rechtbank en hij die [slachtoffer 1] lachend een karatetrap gaat geven voor de ogen van de rechter en - dat hij die [slachtoffer 1] echt iets aan wil gaan doen zodra hij de kans krijgt en dat die [slachtoffer 1] niet oud wordt en - dat de partner van die [slachtoffer 1] er ook aan gaat en - dat als hij ooit weer vrij komt het dan "zijn beurt" is. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezen verklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en bedreiging met zware mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Om te bepalen of en, zo ja, in welke mate het bewezenverklaarde aan de verdachte is toe te rekenen, heeft het hof acht geslagen op de Pro Justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum van 26 november 2019 opgemaakt door I. Schilperoord, GZ-psycholoog, en C.J. Kerssens, psychiater. Uit het rapport volgt dat er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis en (tevens) van een psychotische stoornis, waarbij differentiaaldiagnostisch gedacht kan worden aan een waanstoornis, met hypochondere en paranoïde wanen. De persoonlijkheid vertoont sterk dwangmatige, obsessieve trekken en verdachte heeft een laag zelfgevoel. Schizofrenie kan door de deskundigen niet worden uitgesloten gelet op de bizarre wanen die bij deze stoornis vaker voorkomen, de in retrospectief opvallende knik in het functioneren in de vroege volwassenheid, de gestoorde informatieverwerking en de subtiele afstemmingsproblemen. Daarnaast is er sprake van een stoornis in het alcoholgebruik, nu alweer enige jaren in (gedwongen) remissie. Deze gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis waren ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde, met uitzondering van het alcoholgebruik. Het heeft de gedragskeuzes van verdachte beïnvloed. De ten laste gelegde feiten vloeien voort uit een zeer heftige angst die de scheiding op hem uitoefende. Vanuit zijn kwetsbare zelfbeeld, waarbij hij zich insufficiënt en onbekwaam voelde, hield hij vast aan een construct, een ideaalbeeld van hoe zijn leven er uit zou moeten zien, met een goede baan, een partner en een gezin. Zijn ex-vrouw fungeerde daarnaast als een soort hulpego, die hem houvast gaf en zorgde dat hij niet verder desintegreerde. Confrontatie met de realiteit, waarin zijn ex-vrouw inmiddels een andere partner had, leidde bij verdachte (wederom) tot heftige primitieve angst, een angst voor desintegratie, waarbij hij zich nietig en waardeloos voelde. De agressieve ontlading door het uiten van bedreigingen naar zijn ex-vrouw en zijn gezin en de partner van zijn ex-vrouw kan enerzijds gezien worden als een begrijpelijke reactie van boosheid op de ander die hem in de steek laat en in onzekerheid heeft gebracht, maar gaat tegelijkertijd ook veel verder (en langduriger) dan dat. Anderzijds betreft het waarschijnlijk ook een ultieme poging vanuit zijn innerlijke kwetsbaarheid om weer controle te krijgen, machtig te zijn. Het is niet geheel uit te sluiten dat verdachte op die momenten van extreme spanning het contact met de realiteit geheel verliest. De deskundigen adviseren daarom dat het ten laste gelegde minimaal verminderd aan verdachte is toe te rekenen. Het hof kan zich verenigen met de bevindingen van de deskundigen, zoals die hiervoor zijn weergegeven en maakt deze tot de zijne. Op grond van het voorgaande komt het hof – evenals de rechtbank – tot het oordeel dat het bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. Verdachte is dan ook een strafbare dader. Ook overigens is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel Verdachte heeft zich gedurende een jaar schuldig gemaakt aan ernstige bedreigingen van zijn ex-vrouw, aangeefster [slachtoffer 1] . Doordat het verdachte – ook door zijn stoornissen – niet lukt om de scheiding te accepteren heeft hij vanuit een bepaalde boosheid tegenover verschillende personen onder meer gezegd dat hij aangeefster, hun twee kinderen en haar nieuwe partner gaat vermoorden. Door zijn handelen heeft verdachte grote gevoelens van angst en onveiligheid bij aangeefster veroorzaakt. De impact van zijn handelen op het leven van aangeefster was en is groot, zo blijkt ook uit haar slachtofferverklaring ter zitting in hoger beroep. Zij maakt zich veel zorgen over haar eigen veiligheid en dat van haar kinderen in de toekomst. Bijzonder aan deze zaak is dat de bedreigingen zijn geuit in een behandelsetting van een in 2016 opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling, welke maatregel bovendien was opgelegd ter zake van soortgelijke bedreigingen gericht tegen aangeefster. Ondanks de behandeling blijft verdachte dezelfde uitlatingen doen. Tekenend is ook dat verdachte in hoger beroep na afloop van de slachtofferverklaring geen blijk gaf van enige vorm van berouw of empathie. In tegendeel, verdachte reageerde met ‘eigen schuld, dikke bult’ en verklaarde dat aangeefster van hem mag doodvallen. Uit het verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 mei 2020 blijkt dat verdachte eenmaal eerder wegens bedreigingen onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling voor de duur van maximaal vier jaar. Ook houdt het hof rekening met het eerder genoemde Pro Justitia rapport van 26 november 2019, alsook het door de Reclassering Nederland uitgebrachte advies van 25 november 2019, het NIFP consult d.d. 11 april 2019, het verlengingsadvies van 3 oktober 2018, het triple onderzoek Pro Justitia d.d. 6 september 2016 en het Pro Justitia rapport opgemaakt door (gedrags)neuroloog C. Jonker d.d. 19 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.