GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.273.589/01 CJIB-nummer : 222780127 Uitspraak d.d. : 27 juli 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 6 december 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 110,-. Het verloop van de procedure De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. De officier van justitie heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- De betrokkene vraagt zich in zijn verweerschrift in de eerste plaats af of de officier van justitie wel tijdig hoger beroep heeft ingesteld en of de gronden wel tijdig zijn ingediend. Deze vragen raken de ontvankelijkheid van het beroep en worden daarom als eerste besproken.
- Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de officier van justitie is toegestuurd.
- De beslissing van de kantonrechter is op 23 december 2019 aan de officier van justitie (en de betrokkene) toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 3 februari
- Het beroepschrift is gedateerd 31 januari
- Uit een stempel blijkt dat het op 3 februari 2020 door de rechtbank is ontvangen. Het hoger beroep is dan ook tijdig ingesteld.
- Het hoger beroepschrift bevat geen beroepsgronden. Dat is wel verplicht (artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht). De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal – die op grond van artikel 18 van de Wahv in hoger beroep de plaats inneemt van de officier van justitie – hier in een brief van 11 maart 2020 op gewezen en de gelegenheid gegeven om binnen een termijn van vier weken gronden in te dienen. De gronden zijn op 25 maart 2020 per e-mail ontvangen door de griffie van het hof, zodat het verzuim tijdig is hersteld. Het hoger beroep is ontvankelijk.
- De kantonrechter heeft het sanctiebedrag verlaagd tot € 110,-. De sanctie bedroeg oorspronkelijk € 229,- en was aan de betrokkene opgelegd voor “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 24 km/u (verkeersbord A1)”. Deze gedraging is verricht op 10 januari 2019 om 11:50 uur op de Zuidweg in Epe met het voertuig met kenteken [YY-000-Y] .
- De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die matiging van het sanctiebedrag rechtvaardigen. De beslissing van de kantonrechter kan wat de officier van justitie betreft dan ook niet in stand blijven.
- De omstandigheden waaronder de gedraging is verricht of waarin de betrokkene verkeert, kunnen aanleiding zijn om te oordelen dat oplegging van een sanctie achterwege moet blijven. Dit volgt uit artikel 9, tweede lid, van de Wahv. Volgens vaste rechtspraak van het hof brengt de sterk tariefmatige afdoening van verkeersovertredingen als deze met zich dat matiging van het sanctiebedrag alleen in bijzondere gevallen gerechtvaardigd is.
- De kantonrechter heeft de matiging gebaseerd op het verweer van de betrokkene, dat er kort gezegd op neerkomt dat hij het verkeersbord A1 (zone) heeft gemist en er op de 12 kilometer lange weg geen herhalingsborden zijn geplaatst. Op andere locaties is dat wel het geval.
- Voormelde omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, rechtvaardigen niet dat het sanctiebedrag wordt gematigd. De wetgever heeft het opleggen van sancties voor gedragingen als deze niet afhankelijk gesteld van opzet en het ontbreken daarvan ook niet van belang geacht voor de hoogte van de sanctie. Het is aan weggebruikers om voortdurend oplettend te zijn en kennis te nemen van voor hen van toepassing zijnde verkeerstekens. Of op een bepaalde locatie ter aanvulling herhalingsborden worden geplaatst, is aan de wegbeheerder. Vereist zijn dergelijke borden niet. Voor zover de betrokkene het verkeersbord met de maximumsnelheid heeft gemist, komen de gevolgen daarvan voor zijn rekening.
- De kantonrechter heeft de sanctie ten onrechte gematigd. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.