GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.280.284 (zaaknummer rechtbank Overijssel 242060 beschikking van 11 augustus 2020 inzake [verzoeker] , wonende te [A] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. W.F.A. Zwart-Peters te Deventer, en de gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Hengelo (O), verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de GI. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de moeder] , wonende te [A] , verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. A.M.J. van der Weide te Utrecht. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 5 maart 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 mei 2020; - het verweerschrift in hoger beroep met producties van de GI; - een brief van de raad voor de kinderbescherming, verder: de raad, van 6 juli 2020; - een e-mailbericht van de GI van 6 juli 2020 met als productie het verzoek verlenging ondertoezichtstelling en verzoek machtiging uithuisplaatsing van de GI van 29 mei 2020; - een e-mailbericht van de GI met als productie de e-mail van de GI aan de ouders betreffende de informatie en contact met en vanuit de huisarts van 23 juni 2020. 2.2 Op 6 juli 2020 zijn de hierna genoemde [de minderjarige2] en [de minderjarige1] verschenen, die buiten aanwezigheid van de ouders, hun advocaten, de GI en de raad door het hof zijn gehoord. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 9 juli 2020 plaatsgevonden tezamen met het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van 2 april 2020 met zaaknummer 200.278.141 betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen. De vader en de moeder zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de GI zijn verschenen [B] en [C] . Namens de raad is met bericht vooraf niemand verschenen. 2.4 Na de mondelinge behandeling heeft het hof nog kennis genomen van het e-mailbericht van de GI van 13 juli 2020. Daarin bericht de rechtbank Almelo de GI dat op het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van de GI van 29 mei 2020 als volgt is beslist: ' Het verlengingsverzoek van de GI met betrekking tot de resterende drie maanden ondertoezichtstelling wordt toegewezen. Het verzoek om de kinderen uit huis te plaatsen per direct voor die periode wordt afgewezen. De beslissing op het verzoek tot verlenging en machtiging uithuisplaatsing voor de duur van een jaar, wordt aangehouden. Die zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer van 2 oktober 2020 te 09.30 uur. De rechtbank deelt hierbij nog mee dat de beslissing aan partijen kan worden doorgegeven en dat de beslissing zo spoedig mogelijk op papier komt. " 2.5 Voorts heeft het hof nog kennis genomen van het journaalbericht van mr. Van der Weide van 13 juli 2020 met als bijlage zijn schriftelijke aantekeningen die hij heeft voorgedragen tijden de mondelinge behandeling in hoger beroep. 3De feiten 3.1 De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest van 14 februari 2003 tot 13 november 2012. De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige1] geboren [in] 2003 te [A] en [de minderjarige2] geboren [in] 2006 te [A] . De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen. 3.2 Na de echtscheiding is sprake geweest van een co-ouderschapregeling. [de minderjarige1] stond/staat ingeschreven op het adres van de vader en [de minderjarige2] stond/staat ingeschreven op het adres van de moeder. Sinds 20 november 2015 verblijven beide kinderen feitelijk op het adres van de vader. 3.3 Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, verder te noemen: de kinderrechter, van 5 april 2017 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de GI. 3.4 Bij afzonderlijke beschikking van 5 april 2017 heeft de rechtbank de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige2] vastgesteld bij de vader. 3.5 De termijn van de ondertoezichtstelling van de kinderen is telkens verlengd. Bij beschikking uitgesproken op 4 oktober 2019 en schriftelijk vastgelegd op 11 november 2019 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 5 april 2020 onder aanhouding van het verzoek voor het overige en heeft de kinderrechter de GI verzocht om uiterlijk 4 maart 2020 een schriftelijk actueel overzicht van de stand van zaken aan de rechtbank te doen toekomen. 3.6 Bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking uitgesproken op 2 april 2020 en schriftelijk vastgelegd op 8 april 2020 heeft de kinderrechter de termijn van de ondertoezichtstelling verlengd tot 5 juli 2020 en iedere verdere beslissing aangehouden tot de mondelinge behandeling van 24 juni 2020 om 12.00 uur. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van 5 maart 2020 heeft de kinderrechter op verzoek van de GI mevrouw [D] benoemd tot bijzondere curator over de kinderen en, voor zover hier van belang, daarbij verstaan dat de bijzondere curator in het kader van de procedure met zaaknummer 236191 schriftelijk verslag zal doen van haar bevindingen aan de kinderrechter, welk verslag op een nader te bepalen datum voor de mondelinge behandeling, met de GI en de ouders zal worden besproken. 4.2 De vader is met een grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, bij beschikking het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator (het hof begrijpt:) af te wijzen. 4.3 De GI voert verweer en verzoekt het hof het hoger beroep van de vader strekkende tot vernietiging van de benoeming van de bijzondere curator te verwerpen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Volgens artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter overgaan tot benoeming van een bijzondere curator indien hij dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht vanwege strijdigheid tussen de belangen van de minderjarige en die van de met het gezag belaste ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.