GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.275.961 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht 8050736) beschikking van 19 augustus 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Madern Techniek B.V., gevestigd te Veenendaal, verzoekster in hoger beroep,in eerste aanleg: verweerster, hierna: Madern B.V., advocaat: (thans) mr. M.F.M. Groot Kormelink, tegen [verweerder] , wonende te [A] , verweerder in het hoger beroep, in eerste aanleg: verzoeker, hierna: [verweerder] , advocaat: mr. M.C.W. Kennis. 1 1. Het geding in eerste aanleg In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de beschikking van 20 december 2019 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, waarbij de kantonrechter het ontslag op staande voet van [verweerder] niet gerechtvaardigd heeft geoordeeld en Madern B.V. heeft veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, van een gefixeerde schadevergoeding en van een billijke vergoeding, alsmede haar in de proceskosten heeft veroordeeld. De tegenverzoeken van Madern B.V. zijn grotendeels afgewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure is als volgt: - het beroepschrift (met producties) van Madern B.V., ter griffie ontvangen op 19 maart 2020; - het verweerschrift van [verweerder] ;- het formulier waarbij Madern B.V. de ontbrekende productie 13 bij het verzoekschrift in het geding heeft gebracht, - de op 8 juli 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij Madern B.V. een pleitnotitie heeft overgelegd. 2.2 Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof beschikking bepaald op 19 augustus 2020 of zoveel eerder als mogelijk is. 2.3 Madern B.V. heeft in haar hoger beroepschrift verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van de kantonrechter te vernietigen en (naar het hof begrijpt) de verzoeken van [verweerder] af te wijzen en te bepalen dat het ontslag op 22 augustus 2019 rechtsgeldig is gegeven en dat daarmee de arbeidsovereenkomst is geëindigd en te bepalen dat [verweerder] geen transitievergoeding, geen vergoeding naar billijkheid en geen gefixeerde schadevergoeding toekomt, met veroordeling tot terugbetaling van hetgeen reeds is betaald, vermeerderd met rente, alsmede [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van de door Madern B.V. geleden schade ten bedrage van € 61.358,24, met veroordeling van hem in de proceskosten in beide instanties. 3De feiten 3.1 In hoger beroep staan de volgende feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, vast. 3.2 [verweerder] heeft met Madern een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd, met ingang van 1 december 2016, voor de functie van Hoofd Bedrijfsbureau voor 38 uur per week, tegen een salaris van € 4.767,86 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. 3.3 [verweerder] is in deze functie aangesteld om de projecten van Madern te leiden. [verweerder] is daarbij bevoegd om facturen te accorderen. 3.4 In de maanden voor de zomervakantie in 2019 heeft [verweerder] gewerkt aan het project Parkweg. Voor dit project is Madern een aanneemsom van ruim € 400.000,- overeengekomen. Omdat de door Madern ingeschakelde tekenaar het tekenwerk voor dit project niet op tijd kon afronden heeft [verweerder] , met toestemming van Madern, een ander tekenbureau, BIM Creators, ingeschakeld. BIM Creators zou de tekeningen binnen de gestelde tijd kunnen leveren. 3.5 In de branche waarin partijen werkzaam zijn, is het gebruikelijk om voor de kosten van het tekenwerk 3 tot 5 % van de aanneemsom van een project te rekenen. 3.6 BIM Creators heeft in twee maanden tijd vier facturen gestuurd aan Madern. Op 8 mei 2019 een factuur van € 9.760,30, op 30 mei 2019 een factuur van € 32.157,97, op 20 juni 2019 een factuur van € 31.138,02 en op 19 juli 2019 een factuur van € 15.381,46. 3.7 [verweerder] heeft op 23 juli 2019 aan BIM Creators gemaild: “Ik heb nu inmiddels de 4e factuur van jullie ontvangen nu totaal € 103779.56 . Tot op heden vanwege drukte nog niet eerder naar gekeken. Meer als een ton aan kosten. Voor tekenwerk dit kan echt niet. En gaat ver over mijn budget heen. Sterker nog dit is een vierde deel van mijn aanneemsom. Dit is niet te verklaren?(…)” 3.8 Op 25 juli 2019 hebben [verweerder] en BIM Creators op het kantoor van Madern gesprekken gevoerd over de facturen. BIM en [verweerder] hebben toen afgesproken dat het totale bedrag van de facturen verlaagd zou worden naar € 55.000,- exclusief btw. 3.9 Op 31 juli 2019 is [verweerder] op vakantie gegaan. 3.10 De heer [B] heeft op 6 augustus 2019 onder meer het volgende gemaild naar BIM Creators: “Het bedrag kan en mag niet hoger zijn dan maximaal 5% van de aanneemsom wat resulteert in 21.500 euro, u heeft 55.000,27 excl. BTW gefactureerd. Zie de credit dan ook tegemoet”. 3.11 BIM Creators heeft dezelfde dag nog gereageerd: “Zoals telefonisch besproken tussen ons zou ik dit graag na de vakantie van [verweerder] bespreken om samen tot een oplossing te komen. Tot die tijd zullen wij uiteraard géén werkzaamheden uitvoeren. Ook de transmissie berekeningen zijn “on-hold” geplaatst. Ik zie graag tegemoet wanneer het jou en [verweerder] schikt.”. 3.12 Op 16 augustus 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de heer [B] en BIM Creators. [verweerder] was hierbij niet aanwezig. BIM Creators heeft daarna aan de heer [B] onder meer gemaild: “Nogmaals dank voor het gesprek vanochtend. (…) Zoals reeds aangegeven willen ook wij er, gezamenlijk met jullie uitkomen aangaande de Parkweg te Ede. Wij hebben van de commerciële prijs reeds € 20.000 afgehaald. Hierdoor zijn wij op € 55.000 uitgekomen na overleg met [verweerder] . Conform jullie maatstaven is 22.000 (5% van € 440.000,00) reëel. Dit is volgens onze norm niet marktconform, echter willen wij deze issue afhandelen, oplossen en verder vooruit kijken.”. 3.13 Op 22 augustus 2019 heeft Madern aan [verweerder] een brief verstuurd met daarin de mededeling dat hij op staande voet werd ontslagen. [verweerder] was toen nog op vakantie, maar is door zijn dochter op de hoogte gebracht van de inhoud van de brief. In de ontslagbrief staat onder meer:“Wij betreuren het zeer dat wij hebben moeten constateren dat wij genoodzaakt zijn u per heden op staande voet te moeten ontslaan. Gesproken hebbende met BIM Creators te Veenendaal zijn wij erg geschrokken. Het Project Parkweg brengt , door uw handelen, achterhouden van facturen en toezeggingen aan de firma BIM Creators, Madern Techniek in ernstige problemen.”. 4De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan 4.1 [verweerder] heeft de kantonrechter verzocht: - te verklaren voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet in strijd is met artikel 7:669 lid 3 BW, alsmede 7:671 lid 1 BW;- Madern te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 100.000,- bruto vermeerderd met de wettelijke rente;- Madern te veroordelen tot betaling van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging, overeenkomend met het salaris over de periode van 22 augustus 2019 tot 1 november 2019, vermeerderd met de wettelijke rente;- Madern te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente;- Madern te veroordelen om per brief aan BIM Creators mee te delen dat [verweerder] ten onrechte is beschuldigd van het achterhouden van facturen en aan [verweerder] bewijs te leveren dat de brief is verzonden, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 25.000,-; - Madern te veroordelen in de door [verweerder] werkelijk gemaakte proceskosten. 4.2 Madern B.V. heeft afwijzing van de verzoeken bepleit. Zij heeft op haar beurt de kantonrechter verzocht om, kort samengevat en na intrekking van een deel van haar verzoek, [verweerder] te veroordelen tot betaling van € 63.299,80, bestaande uit schadevergoeding en betaling van goederen die [verweerder] bij Madern B.V. had gekocht. 4.3 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking (die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard):in de verzoeken van [verweerder] :1. voor recht verklaard dat Madern B.V. de arbeidsovereenkomst met [verweerder] niet rechtsgeldig als bedoeld in artikel 7:671 lid 1 BW heeft opgezegd;2. Madern B.V. veroordeeld om aan [verweerder] te betalen:- een transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2019 tot het moment van de betaling;- een gefixeerde schadevergoeding, gelijk aan het salaris van € 4.767,86 bruto per maand, over de periode van 22 augustus 2019 tot 1 november 2019, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2019 tot het moment van de betaling;- € 19.071,44 bruto aan billijke vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van deze beschikking tot het moment van de betaling;3. Madern B.V. veroordeeld om de proceskosten van [verweerder] te betalen, tot deze beschikking begroot op € 1.446,00, waarvan € 960,00 aan salaris gemachtigde;met afwijzing van hetgeen meer of anders is verzocht; in de verzoeken van Madern B.V. [verweerder] veroordeeld om aan Madern B.V. te betalen € 1.757,90;met compensatie van de kosten en afwijzing van hetgeen meer of anders is verzocht. 5De beoordeling in hoger beroep 5.1 De kern van het geschil vormt de vraag of het ontslag op staande voet van [verweerder] op juiste gronden (en voor zover aan de orde op juiste wijze) is gegeven. Het hof beantwoordt deze vraag, met de kantonrechter, ontkennend en overweegt daartoe het volgende. 5.2 Het hof stelt het navolgende voorop. Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder der partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag óf van zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. 5.3 Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad strekt het vereiste dat de dringende reden onverwijld wordt medegedeeld ertoe dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienst- betrekking. De wederpartij moet immers na de mededeling zich erover kunnen beraden of hij de opgegeven reden als juist erkent en als dringend aanvaardt. De mededeling behoeft niet steeds met zoveel woorden te worden gedaan en kan ook in een of meer gedragingen besloten liggen, maar ook dan blijft vereist dat daaruit voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke, door de ander als dringend aangemerkte, reden door deze aan de beëindiging van de dienstbetrekking ten grondslag wordt gelegd, althans dat daaromtrent bij de wederpartij, gelet op de omstandigheden van het geval, in redelijkheid geen enkele twijfel kan bestaan (vgl. HR 23 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0939, NJ 1993/504). 5.4 De ontslagmededeling ‘fixeert’ daarmee de reden voor ontslag op staande voet. Wijziging daarvan is naar vaste rechtspraak niet toegelaten. Uit vaste rechtspraak volgt voorts dat aan de letterlijke tekst van een ontslagbrief niet steeds doorslaggevende betekenis toekomt voor het antwoord op de vraag welke dringende reden aan de wederpartij is meegedeeld, en dat het uiteindelijk erom gaat of voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft geleid. Ook een in een ontslagbrief vermelde opzeggingsgrond dient mede te worden uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval. 5.5 Tegen de achtergrond dat van een werkgever een grote zorgvuldigheid en duidelijkheid richting werknemer mag worden verwacht bij gebruikmaking van een zo vergaande maatregel als ontslag op staande voet, oordeelt het hof als volgt. 5.6 De ontslagbrief noemt als ontslaggronden het handelen van [verweerder] , achterhouden van facturen en toezeggingen aan BIM Creators, wat Madern B.V. in ernstige problemen heeft gebracht. 5.7 Dat [verweerder] de facturen heeft achtergehouden in de gebruikelijke betekenis van deze term (zorgen dat iets verborgen blijft, geheim houden), is niet gebleken. Het hof verwijst in dit verband ook naar de definitie van deze term in Van Dale: ‘wederrechtelijk in zijn bezit houden, geheimhouden’. Tussen partijen staat immers vast dat [verweerder] de eerste drie facturen ter betaling heeft gezonden naar de administratie en naar aanleiding van de vierde factuur, die hij klaarblijkelijk tijdens zijn vakantie gewoon op zijn bureau had laten liggen, een afspraak met BIM Creators heeft gemaakt. Het hof verenigt zich verder met het oordeel van de kantonrechter in rechtsoverweging 4.1.2 en maakt dit tot het zijne. Voor zover Madern B.V. bedoeld heeft te zeggen dat [verweerder] gehouden was (de directie van) Madern B.V. actief te informeren over die facturen en het nalaten daarvan de reden voor het ontslag was, is het hof, met de kantonrechter, van oordeel dat dit – ook niet na uitleg via de Haviltexmaatstaf – als ontslaggrond kan worden afgeleid uit de ontslagbrief. 5.8 Hetzelfde geldt voor de in de ontslagbrief genoemde toezeggingen. Uit de ontslagbrief blijkt niet op welke toezeggingen van [verweerder] wordt gedoeld. Ter zitting van het hof is gebleken dat er, ook aan de zijde van Madern B.V. zelf, geen duidelijkheid bestond wat daarmee werd bedoeld. Nadat eerder als toezegging is aangeduid de afspraak die [verweerder] had gemaakt met BIM Creators om de facturen te dealen op een totaal bedrag van € 55.000,-, wat naar het hof voorkomt niet te kwalificeren is als een toezegging in de gebruikelijke zin des woords maar veeleer een afspraak behelst, is daaraan ter zitting toegevoegd dat het zou gaan om de toezegging aan BIM Creators dat zij nog een nieuw project zou mogen tekenen - waarvoor naar het oordeel van het hof elk bewijs ontbreekt - alsmede (derde uitleg) om de toezegging dat de rekeningen van BIM Creators snel - en dus kennelijk eerder dan volgens de geldende betalingstermijnen - zouden worden betaald. Daargelaten dat [verweerder] ook dit laatste heeft bestreden, is hiermee evident dat het voor [verweerder] niet duidelijk was wat het verwijt was dat hem hier werd gemaakt. 5.9 Een en ander klemt te meer omdat Madern B.V. ervoor heeft gekozen om [verweerder] vóór het verlenen van het ontslag op staande voet niet te horen en hem daarbij over de redenen daarvan zonodig nader te informeren. Anders dan zij heeft betoogd, had dat op haar weg gelegen. Dat de feiten voor zich spraken, is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen immers niet juist. Dat [verweerder] zonder meer uit de ontslagbrief en de voorgeschiedenis had moeten begrijpen dat het ging om de kwestie van de facturen van het project Parkweg, zoals ter zitting in hoger beroep nog is gesteld, maakt het oordeel niet anders. De enkele omstandigheid dat het ging om dit project, waar problemen mee waren, betekent niet - zonder toelichting die ontbreekt - dat aan [verweerder] duidelijk was of had moeten zijn wat hem in dat verband concreet verweten werd. De enkele context is daartoe onvoldoende. 5.10 Het hof merkt hierbij nog het navolgende op. Discussie is gevoerd over de vraag of [verweerder] bevoegd heeft gehandeld, zowel door de opdracht aan BIM Creators te gunnen, zoals hij heeft gedaan, als het maken van een financiële afspraak over de facturen voor een totaalbedrag van € 55.000,-. Ter zitting van het hof heeft Madern B.V. aangegeven dat [verweerder] heeft gehandeld in strijd met een vastgelegde regeling, maar desgevraagd moest worden erkend dat dit stuk zich niet in het procesdossier bevindt. Overigens heeft Madern B.V. in het beroepschrift erkend dat een reglement waaruit het voorgaande volgt niet aanwezig is (beroepschrift sub 35). Het verwijt is evenmin te rijmen met de erkenning van Madern B.V. dat [verweerder] tekenbevoegd was en een dergelijke voor Madern B.V. bindende afspraak kon maken (beroepschrift sub 82). In zoverre treft [verweerder] ook geen verwijt. Dat [verweerder] intern de grenzen van zijn bevoegdheden heeft overschreden, zoals Madern B.V. heeft aangevoerd, kan in dit geding niet worden vastgesteld. Niet duidelijk is immers wat die grenzen waren. In zoverre heeft zij niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Weliswaar heeft Madern B.V. aangevoerd dat dit voortvloeide uit de praktijk (beroepschrift sub 35), maar zij heeft dit onvoldoende concreet gemaakt. Dat de bevoegdheid van [verweerder] (intern) zonder meer gelimiteerd was tot 20% (nog niet verricht tekenwerk) van de 3% (gebruikelijk percentage) van € 12.900,- (verweerschrift in eerste aanleg sub 32 en beroepschrift sub 52), respectievelijk tot maximaal € 4.200,- (20% van € 21.000,-) (beroepschrift sub 82), kan niet worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat [verweerder] het tekenwerk mocht uitbesteden aan een derde, nadat de eerste tekenaar - met wie een prijsafspraak bestond - 80% van het project had getekend. Dat terzake een (voldoende) concrete afspraak tussen partijen is gemaakt en wat daarbij de grenzen voor [verweerder] waren, is gesteld noch gebleken. Madern B.V. heeft nog gesteld dat het om een exorbitant bedrag ging wat BIM Creators in rekening heeft gebracht en de tekeningen ook nog vol fouten zaten. Wat daarvan ook zij, miskend wordt daarbij dat in dit geschil niet de vraag voorligt of de door BIM Creators in rekening gebrachte bedragen redelijk en conform de professionele standaard zijn (in de verhouding BIM-Madern B.V.) maar of [verweerder] op staande voet mocht worden ontslagen omdat hij daarover afspraken had gemaakt‘, voor zover dit althans moet worden verstaan onder ‘toezeggingen aan BIM’ in de ontslagbrief.’. 5.11 Daarbij komt nog het navolgende. De werkgever die een werknemer aldus heeft ontslagen, dient in geval van betwisting van de dringende reden door de werknemer, te stellen en zo nodig te bewijzen dat de door de werkgever meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringende reden (vgl. HR 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9664; HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0387; HR 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3126, NJ 2014/498). 5.12 Indien van een door de werkgever als "dringende reden" voor het ontslag aan de werknemer medegedeeld feitencomplex, na betwisting door de werknemer, slechts een gedeelte in rechte komt vast te staan, zal het ontslag niettemin kunnen gelden als te zijn verleend om een dringende, onverwijld meegedeelde reden, indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.