GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.265.259 en 200.265.210 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 461530 en 461539) beschikking van 28 januari 2020 in het incident tot schorsing in zaak 200.265.259 van: 1de stichtingStichting IEHA,gevestigd te Gouda, 2. [persoon A] (lid van Hells Angels-charter Gouda), 3. [persoon B] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), 4. [persoon C] (lid van Hells Angels-charter South East), 5. [persoon D] (lid van Hells Angels-charter Northcoast), 6. [persoon E] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), 7. [persoon F] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), allen woonplaats kiezende te Amsterdam, appellanten in hoger beroep en verzoekers in het incident, in de procedure bij de rechtbank: belanghebbenden, hierna gezamenlijk: de Stichting c.s., advocaten: mrs. G.G.J.A. Knoops, C.J. Knoops-Hamburger en R.S. van Es, tegen: het Openbaar Ministerie, woonplaats kiezende te Rotterdam, verweerder in hoger beroep en in het incident, in de procedure bij de rechtbank: verzoeker, hierna: het OM, voor wie optreedt de officier van justitie bij het Landelijk Parket, tevens (plaatsvervangend) advocaat-generaal bij het ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, met als belanghebbenden in hoger beroep: 1de buitenlandse corporatie Hells Angels Motorcycle Corporation,gevestigd te Oakland, Californië, Verenigde Staten van Amerika,advocaten: mrs. N.M.K. Damen en J. de Koning, 2. de buitenlandse corporatie Hells Angels Motorcycle Club,zonder bekende vestigingsplaats,niet verschenen, 3. de informele vereniging Hells Angels Motorcycle Club Holland,zonder bekende vestigingsplaats,niet verschenen, in de procedure bij de rechtbank: verweersters,hierna: HAM Corporation (nr. 1), HAMC (nr. 2) en HAMC Holland (nr. 3), en in zaak 200.265.210 van: de buitenlandse corporatie Hells Angels Motorcycle Corporation,gevestigd te Oakland, Californië, Verenigde Staten van Amerika,appellante in hoger beroep en verzoekster in het incident, in de procedure bij de rechtbank: verweerster, hierna: HAM Corporation, advocaten: mrs. N.M.K. Damen een J. de Koning, tegen: het Openbaar Ministerie, woonplaats kiezende te Rotterdam, verweerder in hoger beroep en in het incident, in de procedure bij de rechtbank: verzoeker, hierna: het OM, voor wie optreedt de officier van justitie bij het Landelijk Parket, tevens (plaatsvervangend) advocaat-generaal bij het ressortsparket Arnhem-Leeuwarden, met als belanghebbenden in hoger beroep: 1de buitenlandse corporatie Hells Angels Motorcycle Club,zonder bekende vestigingsplaats,niet verschenen, 2. de informele vereniging Hells Angels Motorcycle Club Holland,zonder bekende vestigingsplaats,niet verschenen, in de procedure bij de rechtbank: verweersters (naast HAM Corporation),hierna: HAMC (nr. 1) en HAMC Holland (nr. 2), alsmede: 1de stichtingStichting IEHA,gevestigd te Gouda, 2. [persoon A] (lid van Hells Angels-charter Gouda), 3. [persoon B] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), 4. [persoon C] (lid van Hells Angels-charter South East), 5. [persoon D] (lid van Hells Angels-charter Northcoast), 6. [persoon E] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), 7. [persoon F] (lid van Hells Angels-charter Amsterdam), allen woonplaats kiezende te Amsterdam, in de procedure bij de rechtbank: belanghebbenden, hierna gezamenlijk: de Stichting c.s., advocaten: mrs. G.G.J.A. Knoops, C.J. Knoops-Hamburger en R.S. van Es. 1De procedures bij de rechtbank In de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 29 mei 2019 in de zaken met zaaknummers 461530 en 461539 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBMNE:2019:2302)staat hoe de procedures bij de rechtbank zijn verlopen. Het hof verwijst daarnaar. 2Het geding in hoger beroep in zaak 200.265.259: 2.1 Het hof heeft in deze zaak de volgende stukken ontvangen van partijen: - het beroepschrift van de Stichting c.s. (met bijlagen), bij het hof binnengekomen op 29 augustus 2019; het beroepschrift bevat tevens een incidenteel verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank; - de stukken van de procedure bij de rechtbank; - het verweerschrift in het incident tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het OM, bij het hof binnengekomen op 21 november 2019; - de brief van mr. Van Es van 24 december 2019, waarin zij namens de Stichting c.s. verzoekt in staat te worden gesteld een mondelinge toelichting te geven in het incident; - de brief van het OM van 2 januari 2020, met de mededeling dat het OM geen mondelinge behandeling wenst in het incident; - de fax van mr. Van Es van 14 januari 2020, waarin zij het hof meedeelt dat de Stichting c.s. alsnog afzien van een mondelinge toelichting in het incident. in zaak 200.265.210 2.2 Het hof heeft in deze zaak de volgende stukken ontvangen van partijen: - het beroepschrift van HAM Corporation (met bijlagen), bij het hof binnengekomen op 29 augustus 2019; ook dit beroepschrift bevat tevens een incidenteel verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank; - de stukken van de procedure bij de rechtbank; - het verweerschrift in het incident tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het OM, bij het hof binnengekomen op 21 november 2019; - de brief van het OM van 2 januari 2020, met de mededeling dat het OM geen mondelinge behandeling wenst in het incident; - de brief van mr. Damen van 7 januari 2020, waarin zij het hof bericht dat HAM Corporation afziet van een mondelinge behandeling in het incident. in beide zaken 2.3 Het hof heeft bepaald dat in het incident een beslissing op de stukken wordt gegeven. Deze beslissing, over de vraag of de werking van de beschikking van de rechtbank moet worden geschorst in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep, wordt vandaag gegeven. In de hoofdzaak zal nog een mondelinge behandeling volgen, waarna het hof daarin uitspraak zal doen (zie verder onder 3.9). 3De motivering van de beslissing in het incident 3.1 Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. Het OM vindt het noodzakelijk dat de Hells Angels worden verboden in Nederland. Daartoe heeft het OM twee verzoeken ingediend bij de rechtbank. Het ene verzoek is gericht tegen HAMC, volgens het OM een wereldwijde organisatie van alle Hells Angels op de wereld waarvan HAM Corporation onderdeel uitmaakt. Het andere verzoek is gericht tegen HAMC Holland, volgens het OM een Nederlandse organisatie (informele vereniging) van alle Hells Angels in Nederland. HAM Corporation is verschenen en heeft verweer gevoerd. HAMC en HAMC Holland zijn niet verschenen. Wel hebben zich als belanghebbenden gemeld de Stichting c.s. Zij hebben ook verweer gevoerd tegen de verzoeken van het OM. De rechtbank heeft in de beschikking van 29 mei 2019 geoordeeld dat de genoemde organisaties inderdaad bestaan en dat hun werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. De rechtbank heeft daarom de verzoeken van het OM toegewezen. In de zaak tegen HAMC heeft de rechtbank voor recht verklaard dat de werkzaamheid van HAMC, waarvan HAM Corporation onderdeel uitmaakt, in strijd is met de openbare orde als bedoeld in artikel 2:20 BW. In de zaak tegen HAMC Holland heeft de rechtbank HAMC Holland verboden verklaard en ontbonden. De rechtbank heeft de beschikking wat deze onderdelen betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verder heeft de rechtbank de zaken aangehouden in afwachting van de benoeming van een vereffenaar (die moet zorgen voor de vereffening van de in Nederland gelegen goederen van HAMC en het vermogen van HAMC Holland). 3.2 De Stichting c.s. en HAM Corporation zijn in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank van 29 mei 2019. Zij hebben daarbij tevens verzocht de tenuitvoerlegging van de (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) beschikking te schorsen. Zij willen daarmee voorkomen dat gevolg moet worden gegeven aan de beschikking terwijl nog niet is beslist op het hoger beroep. Het OM heeft verzocht deze verzoeken af te wijzen. Het hof is van oordeel dat er wel reden is om de werking c.q. tenuitvoerlegging van de beschikking te schorsen. Het hof zal hierna uitleggen hoe het tot dat oordeel komt. Benadrukt wordt dat hiermee niet meer is beslist dan dat de werking van de beschikking is uitgesteld, in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. 3.3 Bij de beoordeling stelt het hof het volgende voorop, onder verwijzing naar de maatstaven die de Hoge Raad in een recent arrest heeft gegeven voor de beoordeling van onder meer incidenten over schorsing van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 351 Rv (in dagvaardingsprocedures). Deze maatstaven gelden ook voor de beoordeling van incidenten over schorsing van de werking van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking op grond van artikel 360 Rv (in verzoekschriftenprocedures), zoals in deze zaak aan de orde is. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.