GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.273.707 (zaaknummer rechtbank Gelderland 351900) beschikking van 1 september 2020 inzake [verzoekster] , wonende op een geheim adres,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. E. Gürcan te Arnhem, en [verweerder] , wonende te [A] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. M. van Hunnik te Ede. 1Waar gaat het over? De man en de vrouw zijn [in] 2016 getrouwd. Op 5 april 2019 heeft de vrouw de rechtbank gevraagd de echtscheiding uit te spreken. Zij heeft ook gevraagd haar ten laste van de man een uitkering tot levensonderhoud (partneralimentatie) toe te kennen van € 1.750 per maand. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en het verzoek om partneralimentatie afgewezen (beschikking rechtbank Gelderland van 6 november 2019). De echtscheiding is [in] 2020 tot stand gekomen. 2De rechtszaak bij het hof 2.1 De vrouw is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de partneralimentatie. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij vindt dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat zij niet duidelijk heeft gemaakt hoe hoog haar behoefte is en waarom zij niet voldoende zou kunnen verdienen om dat zelf te betalen (grief I). Zij vindt ook dat de rechtbank de vraag of de man het bedrag dat de vrouw nodig heeft kan betalen, had moeten behandelen (grief II). Zij wil daarom dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en haar ten laste van de man een uitkering tot levensonderhoud toekent van € 1.521 per maand. De man wil dat de beslissing van de rechtbank in stand blijft. 2.2 In het dossier van het hof zitten de volgende stukken: de stukken van de rechtszaak bij de rechtbank; het beroepschrift van de vrouw; het verweerschrift van de man; een journaalbericht van mr. Gürcan van 7 april 2020 met producties; een journaalbericht van mr. Gürcan van 22 juni 2020 met als productie spreekaantekeningen namens de vrouw; een journaalbericht van mr. Van Hunnik van 26 juni 2020 met als productie spreekaantekeningen namens de man; een journaalbericht van mr. Van Hunnik van 26 juni 2020 met als productie een reactie op de spreekaantekeningen van de vrouw; een journaalbericht van mr. Gürcan van 29 juni 2020 met als productie een reactie op de spreekaantekeningen van de man. 2.3 In verband met het (beleid ten aanzien van het) coronavirus hebben partijen ingestemd met een schriftelijke afdoening van de onderhavige zaak. 3Wat beslist het hof? Wat staat er in de wet? 3.1 De rechter kan in een echtscheidingsprocedure aan een echtgenoot die niet voldoende inkomsten voor zijn levensonderhoud heeft en die ook niet in redelijkheid kan verwerven een uitkering tot levensonderhoud toekennen ten laste van de andere echtgenoot (artikel 1:157 lid 1 BW (oud); vanaf 1 januari 2020 artikel 1:156 lid 1 BW). Het hof moet daarvoor de volgende beslissingen nemen: Hoe hoog zijn de uitgaven of reserveringen die de vrouw voor haar levensonderhoud mag doen (behoefte)? Heeft de vrouw voldoende inkomsten of kan zij voldoende inkomsten hebben om dat zelf te betalen (behoeftigheid)? Kan de man het bedrag dat de vrouw nodig heeft betalen (draagkracht)? Als de vrouw voldoende inkomsten heeft of kan hebben om haar eigen levensonderhoud te betalen, is vraag 3 niet meer aan de orde. Wat vindt het hof? De behoefte van de vrouw 3.2 De vrouw geeft een overzicht van de uitgaven en reserveringen die zij per maand voor haar levensonderhoud moet doen (bijlage 3). Het totaal van die uitgaven en reserveringen vormt de behoefte van de vrouw en is € 1.521,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.