Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001322-18 Uitspraak d.d.: 2 september 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 16 februari 2018 met parketnummer 18-222166-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het hem onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 400,- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.C.N. Cats, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van mishandeling van aangever [benadeelde partij] op 5 november 2017 en voor belediging van een ambtenaar in functie op diezelfde dag. De politierechter heeft verdachte daarvoor een taakstraf voor de duur van 160 uren opgelegd, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toegewezen tot een hoogte van € 484,- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 5 november 2017 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door [benadeelde partij] voornoemd meermalen, althans éénmaal, met de vuist, althans met de hand(en) en/of met een boormachine, op het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan; 2.hij op of omstreeks 5 november 2017 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] , medewerker van de Politie Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "teringlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 5 november 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander [benadeelde partij] heeft mishandeld door [benadeelde partij] voornoemd meermalen met de vuist en met een boormachine, op het hoofd te slaan. 2.hij op 5 november 2017 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] , medewerker van de Politie Noord-Nederland, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "teringlijer". Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: medeplegen van mishandeling. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich op 5 november 2017 samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan het medeplegen van mishandeling van aangever [benadeelde partij] . Verdachte heeft met zijn vuist en met een accuboormachine meermalen ingeslagen op het hoofd van aangever. Aangever heeft ten gevolge daarvan pijn en letsel opgelopen, zoals blijkt uit de aangifte en de foto’s in het dossier. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een politieagent die ter plaatse kwam na afloop van de mishandeling. Hij heeft hem opzettelijk beledigend het woord “teringlijer” toegeroepen. Door zo te handelen heeft verdachte de eer en goede naam van de verbalisant aangetast en getoond geen respect te hebben voor het gezag en het ambt van de politieagent. Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.