GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.276.640 (zaaknummer rechtbank Gelderland 8157648) beschikking van 24 september 2020 inzake [verzoekster] , wonende te [A] , verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] , advocaat: mr. M. van Hunnik te Ede, en [de bewindvoerder] B.V., gevestigd te [B] , verder te noemen: [de bewindvoerder] . Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de dochter] , wonende te [C] , verder te noemen: de dochter van [verzoekster] . 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (verder: de kantonrechter), van 6 januari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 april
- 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 27 augustus 2020 plaatsgevonden. Aanwezig waren: [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat, en [de bewindvoerder] via een telefonische verbinding. 2.3 Na de mondelinge behandeling zijn met toestemming van het hof ingekomen: - een brief van [de bewindvoerder] van 27 augustus 2020, en - een journaalbericht van 28 augustus 2020 van mr. Van Hunnik met producties. 3De feiten 3.1 [verzoekster] is geboren [in]
- 3.2 Bij beschikking van 25 juli 2012 heeft de kantonrechter te Wageningen een bewind uitgesproken over de goederen van [verzoekster] en [de bewindvoerder] tot bewindvoerder van [verzoekster] benoemd. 3.3 In een verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 8 november 2019, heeft [verzoekster] verzocht het bewind over haar goederen op te heffen, kosten rechtens. 4De omvang van het geschil 4.1 In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] tot opheffing van het bewind afgewezen en het verzoek van [de bewindvoerder] tot inschrijving van het bewind in het Centraal Curatele- en Bewindregister afgewezen. 4.2 [verzoekster] is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief ziet op de afwijzing van haar verzoek tot opheffing van het bewind. [verzoekster] verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog haar verzoek tot opheffing van het bewind toe te wijzen, kosten rechtens. 4.3 [de bewindvoerder] voert geen verweer. [de bewindvoerder] verzoekt de toewijzing van het verzoek van [verzoekster] . 5De motivering van de beslissing Partijen zijn het - na een goed verlopen afbouwtraject - erover eens dat het bewind kan worden opgeheven. Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt. 6De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 6 januari 2020, en opnieuw beschikkende: heft op met ingang van 1 november 2020 het bewind over de goederen van [verzoekster] ; bepaalt dat de griffier van het hof een afschrift van deze beschikking toezendt aan de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. de Groot, A. Smeeïng-van Hees en A.L.H. Ernes, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Smeeïng-van Hees, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 24 september 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.