Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001434-19 Uitspraak d.d.: 21 september 2020 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 8 maart 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-210044-18 en 16-007078-19, 16-177365-18, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is gevorderd de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 215,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toe te wijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 8 maart 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte van het tenlastegelegde onder feit 2 van parketnummer 16-177365-18 vrijgesproken en ter zake van het tenlastegelegde onder feit 1 van parketnummer 16-210044-18, feit 1 van parketnummer 16-007078-19 en feit 1 van parketnummer 16-177365-18 veroordeeld tot: een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, behandeling bij een instelling als Forensisch Amethist, verblijven in een instelling voor beschermd wonen/maatschappelijke opvang na het klinische traject, een alcohol- en drugsverbod en meewerken aan controles. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toegewezen tot een bedrag van € 2.026,04, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2018 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en ten aanzien van het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] zijn in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen, echter met uitzondering van de opgelegde straf. Ten aanzien daarvan komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] zijn niet meer aan de orde, nu zij zich in hoger beroep niet opnieuw hebben gevoegd in het strafproces. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal en het tweemaal beschadigen van een auto. Diefstal en vernieling veroorzaken hinder, schade en ergernis voor de gedupeerden. Verdachte heeft er door zijn handelen blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen. Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 augustus 2020 blijkt dat verdachte meermalen ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld. Verder heeft het hof kennis genomen van de inhoud van een reclasseringsadvies van 5 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.