GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.277.602 (zaaknummer rechtbank Overijssel 240944) beschikking van 29 september 2020 inzake [verzoeker] , wonende te [A] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. T.P. Schut te Amsterdam, en de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel, gevestigd te Hengelo (O), verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de GI. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de moeder] , wonende op een geheim adres, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. G.J. Ligtenberg te Almelo. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 28 januari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 april 2020; - het verweerschrift met producties van de moeder; - het verweerschrift met producties van de GI; - een journaalbericht van mr. Ligtenberg van 26 juni 2020 met als productie spreekaantekeningen; - een journaalbericht van mr. Schut van 29 juni 2020 met als productie spreekaantekeningen. 2.2 De mondelinge behandeling heeft met instemming van partijen, die hebben gekozen voor een schriftelijke afdoening, niet plaatsgevonden. 3De feiten 3.1 Uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van partijen is geboren: [de minderjarige] (verder te noemen: [de minderjarige] ), op [in] 2012 te [A] . 3.2 Bij beschikking van 25 november 2015 is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . 3.3 Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 30 januari 2019 is [de minderjarige] tot 30 januari 2020 onder toezicht gesteld van de GI. 3.4 Bij de bestreden beschikking heeft de kinderrechter het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling afgewezen. Uit de bestreden beschikking blijkt dat de kinderrechter de vader in de procedure in eerste aanleg als informant heeft aangemerkt. 4De omvang van het geschil 4.1 De vader is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en de ondertoezichtstelling te verlengen met een jaar, althans met een door het hof juist te achten termijn, en de moeder van de vader te benoemen tot voogd over [de minderjarige] . 4.2 De GI voert verweer en zij verzoekt het hof de vader in zijn verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel het hoger beroep van de vader te verwerpen. 4.3 De moeder voert verweer en zij verzoekt het hof de vader in zijn verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel dat verzoek af te wijzen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Het hof is van oordeel dat de vader niet kan worden ontvangen in zijn verzoek in hoger beroep. Het hof overweegt daartoe - gelet op de voor de beoordeling van de ontvankelijkheid in dit geval relevante vaste jurisprudentie - als volgt. 5.2 Artikel 806 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat - in afwijking van artikel 358 lid 2 Rv - in zaken betreffende het personen- en familierecht (anders dan scheidingszaken) hoger beroep kan worden ingesteld:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; enb. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. 5.3 Artikel 798 lid 1 Rv bepaalt - voor zover hier van belang - dat in artikel 806 Rv onder belanghebbende wordt verstaan: degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft. De rechter in hoger beroep bepaalt zelfstandig of sprake is van een belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv. 5.4 De maatregel van ondertoezichtstelling grijpt in in de rechtsbetrekking tussen de met het gezag beklede ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.