← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:8458

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-004088-18 Uitspraak d.d.: 20 oktober 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juli 2018 met parketnummer 18-850012-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling van verdachte tot een taakstaf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Verder is gevorderd: verbeurdverklaring van een schroevendraaier; onttrekking aan het verkeer van: een breekijzer, traangas, mannitol en pony-pak seals; teruggave aan verdachte van: vier telefoons, jas, trui, schoenen, broek, pet, vest, handschoenen en een jas en bewaring ten behoeve van de rechthebbende: Alcatel telefoon nr. [0000] . Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. P.M. Iwema, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 12 juli 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van – kort gezegd – het medeplegen van diefstal in vereniging met braak en verbreking veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de rechtbank een schroevendraaier verbeurd verklaard, een breekijzer, traangas, mannitol en pony-pak seals onttrokken aan het verkeer, de teruggave aan verdachte gelast van vier telefoons, jas, trui, schoenen, broek, pet, vest, handschoenen en een jas en de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van een Alcatel telefoon nr. [0000] . Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, onder aanvulling van de bewijsmiddelen, en zal het vonnis derhalve bevestigen. Aanvulling bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn opgenomen worden als volgt aangevuld en/of verbeterd. Aan het in het vonnis onder 1 opgenomen bewijsmiddel voegt het hof toe: Adres: [straat] . Het hof voegt als bewijsmiddel 4 toe:

  1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van herkenning door opsporingsambtenaar d.d. 4 januari 2017 met bijlage, opgenomen op pagina 36 e.v. van het onder
  2. genoemde dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] : Aan mij werd medegedeeld dat er 4 personen betrokken zouden zijn geweest bij een inbraak bij het [plaats delict] te [plaats] . Gevraagd werd om naar de beelden te kijken en eventueel bij herkenning een proces-verbaal op te maken. De persoon midden op de afbeelding die als bijlage is bijgevoegd herken ik als: Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1993 Ik, verbalisant, ken de bovengenoemde persoon ambtshalve. Op 9 januari 2016 heb ik bij verdachte [verdachte] inbrekerswerktuig inbeslaggenomen die hij in een scooter met zich vervoerde. Op 26 januari 2016 heb ik, verbalisant, verdachte gecontroleerd in een personenauto waarin onder meer [verdachte] zat en inbrekerswerktuig werd aangetroffen. Onder BHV-nummer 2016166299 heb ik, verbalisant, op 7 december 2016 [verdachte] herkend na aanleiding van beelden afkomstig van een ijzerwaren zaak waar door [verdachte] contant dure breekvoorwerpen waren aangekocht. Tevens heb ik [verdachte] het afgelopen jaar veelvuldig in [plaats] zien rijden op een scooter. Afgelopen week heb ik [verdachte] nog zien lopen in bijzijn van een jonge vrouw in het centrum van [plaats] . Het viel mij op dat [verdachte] ten opzichte van begin 2016 een smallere uitstraling in zijn gezicht had. Ik heb [verdachte] vaak een bril zien dragen met een dikker montuur. De lijste (het hof leest: laatste) tijd heb ik [verdachte] ook vaak zonder bril gezien. Ik herkende de persoon na nadere bestudering van de videobeelden. Over zijn identiteit was mij door anderen geen informatie verstrekt. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door mr. M. Aksu, voorzitter, mr. L.J. Bosch en mr. G.A. Versteeg, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier, en op 20 oktober 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.