← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:8558

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.268.777/01 CJIB-nummer : 213498621 Uitspraak d.d. : 20 oktober 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 11 september 2019, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. Biemond, kantoorhoudende te Den Haag. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, waarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 6 oktober 2020, alwaar de betrokkene en diens gemachtigde niet zijn verschenen en de advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] . De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 400,- opgelegd voor: “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 24 november 2017 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
  2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene zich met de beslissing van de kantonrechter niet kan verenigen om redenen die al eerder kenbaar zijn gemaakt.
  3. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep te bevatten. Met de gronden van het beroep worden de redenen bedoeld die de indiener heeft om een besluit vernietigd, gewijzigd of herroepen te krijgen. Indien niet is voldaan aan dit vereiste, kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Daarbij moet hij erop worden gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het verzuim niet (tijdig) wordt hersteld.
  4. Het hof overweegt dat hetgeen namens de betrokkene in hoger beroep naar voren is gebracht niet kan worden gekwalificeerd als een grond in de zin van artikel 6:5 van de Awb.
  5. De gemachtigde is middels schrijven van 7 september 2020 in de gelegenheid gesteld het verzuim de gronden van het beroep op te geven binnen vier weken na dagtekening van die brief te herstellen. In die brief is erop gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verzuim niet wordt hersteld. Van de gemachtigde zijn geen gronden van het beroep ontvangen. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. De beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.