GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.281.518/02 (zaaknummer rechtbank Gelderland 369205) beschikking van 27 oktober 2020 op het verzoek tot schorsing inzake [verzoekster] , wonende te [A] ,verzoekster, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. S. Striekwold te Doetinchem, en [verweerder] , wonende te [A] , verweerder, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. N. van de Gevel te Doetinchem. Als overige belanghebbende is aangemerkt: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Doetinchem, verder te noemen: de GI. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 juni 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder te noemen: de bestreden beschikking). In die - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank - voor zover thans van belang - de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] , geboren [in] 2012 te [A] , als volgt bepaald (al dan niet op te bouwen onder begeleiding): eerst drie maal eens in de twee weken op zaterdag of zondag twee uurtjes; vervolgens als dat goed gaat drie maal eens in de twee weken op zaterdag of zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur; vervolgens als dat goed gaat verder toewerken naar een overnachting van zaterdag op zondag en vervolgens naar een weekend van vrijdag tot en met zondag (steeds de snelheid van de opbouwregeling af te stemmen met de mogelijkheden van [de minderjarige] en de tijden in nader overleg te bepalen); omgang tijdens vakanties en feestdagen zo veel mogelijk bij helfte; het halen en brengen zo veel mogelijk af te wisselen. 2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 3 augustus 2020; - het verweerschrift tegen verzoek tot schorsing; - een brief van de GI van 27 augustus 2020 met een productie; - een e-mailbericht van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad). 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 5 oktober 2020 plaatsgevonden door middel van een beeldbelverbinding (Telehoren). Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Via een telefonische verbinding is verschenen [B] namens de GI. De raad is niet verschenen. 3De motivering van de beslissing 3.1 Aan de orde is het verzoek van de moeder schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking, voor zover het de onder 1 genoemde beslissing over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] betreft. De vader voert hiertegen gemotiveerd verweer. 3.2 Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking schorsen. 3.3 Het hof stelt het volgende voorop onder verwijzing naar HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf in een incident of in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.