Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003991-17 Uitspraak d.d.: 29 oktober 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 6 juli 2017 met parketnummer 16-064232-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het arrest, bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde en veroordeling ter zake van dit feit tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.637,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.I.A. Schröder, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Verdachte is bij het hiervoor genoemde vonnis ter zake van openlijke geweldpleging veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 77,61, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 7 november 2016 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [straatnaam] , in elk geval op of aan een openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij] , welk geweld bestond uit - het slaan van een arm om de nek van die [benadeelde partij] en/of (vervolgens) het drukken en/of trekken en/of duwen van die [benadeelde partij] met die arm om de nek naar de grond en/of - het toepassen van een zogenaamde nekklem bij die [benadeelde partij] en/of - het één of meerdere malen duwen tegen het lichaam van die [benadeelde partij] , ten gevolge waarvan die [benadeelde partij] op de grond viel en/of - het één of meerdere malen schoppen/trappen van die [benadeelde partij] tegen de rug, althans het lichaam, terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag. subsidiair hij op of omstreeks 7 november 2016 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door - een arm om de nek van die [benadeelde partij] te slaan en/of (vervolgens) met die arm om de nek die [benadeelde partij] naar de grond te drukken en/of de trekken en/of te duwen en/of - het toepassen van een zogenaamde nekklem bij die [benadeelde partij] en/of - die [benadeelde partij] één of meerdere malen te duwen tegen het lichaam, ten gevolge waarvan die [benadeelde partij] op de grond viel en/of - die [benadeelde partij] één of meerdere malen te schoppen/te trappen tegen de rug, althans het lichaam, terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: primair hij op 7 november 2016 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [straatnaam] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij] , welk geweld bestond uit - het slaan van een arm om de nek van die [benadeelde partij] en (vervolgens) het drukken en/of trekken en/of duwen van die [benadeelde partij] met die arm om de nek naar de grond en - het toepassen van een zogenaamde nekklem bij die [benadeelde partij] en - het duwen tegen het lichaam van die [benadeelde partij] , ten gevolge waarvan die [benadeelde partij] op de grond viel en - het schoppen/trappen van die [benadeelde partij] tegen de rug, althans het lichaam, terwijl die [benadeelde partij] op de grond lag. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Verdachte heeft aangevoerd dat aangever hem met zijn voertuig inhaalde, hij zijn voertuig tot stilstand bracht, uitstapte, op verdachte afkwam en hem sommeerde om uit te stappen. Toen verdachte was uitgestapt, probeerde aangever hem om de nek te vliegen. Verdachte heeft hierop een schouderworp toegepast, waarna verdachte en aangever op de grond terechtkwamen en er een worsteling plaatsvond. Het hof verstaat dat verdachte hiermee een beroep op noodweer heeft gedaan. Vooropgesteld wordt dat van noodweer als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, sprake is als het begane feit is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding. Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is de volgende gang van zaken aannemelijk geworden. Verdachte reed in zijn auto op de [straatnaam] in [plaats] , met de medeverdachte als passagier. Ook aangever reed in zijn auto op de [straatnaam] . Verdachte, medeverdachte en aangever ergerden zich wederzijds aan elkaars rijstijl. Aangever heeft vervolgens zijn auto voor de auto van verdachte tot stilstand gebracht en is uit zijn auto gestapt. Verdachte had het raampje van zijn portier opengedaan en er werd naar elkaar geschreeuwd. Verdachte en zijn medeverdachte zijn uit hun auto gestapt. Verdachte heeft zijn arm om de nek van aangever geslagen en heeft hem met een judoworp naar de grond gebracht. Daarna werd aangever geschopt door verdachte en/of de medeverdachte. Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte de hem verweten gedraging niet heeft verricht in een situatie waarin voor hem de noodzaak bestond tot verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van zichzelf of de medeverdachte, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het beroep op noodweer wordt om die reden verworpen. Het primair bewezenverklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging naar aanleiding van in het wegverkeer opgedane irritaties. Verdachte en zijn medeverdachte hebben door aldus te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring en zijn verklaring ter zitting is gebleken dat het feit grote impact heeft gehad op het slachtoffer. Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.