GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.245.015/01 CJIB-nummer : 211385546 Uitspraak d.d. : 29 oktober 2020 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2018, betreffende [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [A] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 v/d bijlage I van het RVV 1990”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 oktober 2017 om 13.04 uur op de Diemerdreef in Diemen met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
- De gemachtigde stelt dat de officier van justitie en de kantonrechter niet zijn ingegaan op de ene inhoudelijke grond die was aangevoerd, en stelt dat om die reden sprake is van een motiveringsgebrek. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat het verkeersbord E4 slechts van toepassing is op een parkeergelegenheid en dat het trottoir waarop het voertuig van de betrokkene stond, geen deel uitmaakt van die parkeergelegenheid.
- De gemachtigde - een professionele rechtsbijstandsverlener - heeft in de procedure bij de kantonrechter met betrekking tot het motiveringsbeginsel slechts aangevoerd dat de beroepsgronden niet deugdelijk zijn behandeld en dat de officier niet of niet adequaat ingaat op de gemotiveerd gemaakte punten. De kantonrechter heeft onder
- van zijn beslissing opgenomen dat de gemachtigde aanvoert dat beslissing van de officier van justitie ondeugdelijk gemotiveerd is en voorts onder
- dat gelet op de inhoud van het tegen de initiële beschikking gerichte beroepschrift, de motivering van verweerder niet als ontoereikend dan wel als onvoldoende kan worden aangemerkt. Deze overweging van de kantonrechter is juist, in aanmerking genomen hetgeen de officier van justitie in zijn beslissing in reactie op de door de gemachtigde aangedragen gronden heeft overwogen en hetgeen de gemachtigde hiertegen heeft aangevoerd. Gelet hierop had het op de weg van de gemachtigde gelegen om nader aan te geven waarom die motivering van de kantonrechter niet volstaat. De klacht wordt verworpen.
- Artikel 24, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) houdt in: “Indien een parkeergelegenheid, aangeduid met een van de verkeersborden E4 tot en met E9 of E11 tot en met E13 van bijlage 1, is voorzien van parkeervakken, mag slechts in die vakken worden geparkeerd.”
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een parkeergelegenheid, aangeduid middels bord E4 RVV 1990, buiten de aldaar aangegeven parkeervakken. Ik constateerde dat als volgt was geparkeerd: ik zag dat het voertuig buiten het parkeervak geparkeerd stond gedurende 10 minuten.”
- In het dossier bevindt zich voorts een proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2017 waarin de ambtenaar onder meer het volgende verklaart: “Het parkeerterrein van station Diemen-Zuid te Diemen is toegankelijk middels een weg vanaf de Diemerdreef te Diemen. Ik zag dat er aan de rechterkant, vanaf de Diemerdreef gezien, bij deze toegang van het parkeerterrein een E4 verkeersbord stond. Ik zag dat er op het parkeerterrein parkeervakken waren aangeduid middels witte straatstenen en trottoirbanden. Ik zag dat er een personenauto, een zwarte Opel Zafira Tourer voorzien van het kenteken [YY-000-Y] , buiten de vakken geparkeerd stond (…). Hiervoor verwijs ik naar bijgevoegd bewijs in de vorm van een foto die ik maakte met mijn mobiele diensttelefoon.”
- Als bijlage bij bovengenoemd proces-verbaal is een foto gevoegd. Op deze foto is een parkeerterrein te zien. Er staan auto’s geparkeerd op de met klinkers bestrate parkeervakken. Tussen de parkeervakken bevinden zich witte straatstenen. Naast de parkeervakken bevindt zich een trottoir, begrensd met trottoirbanden. Op dit trottoir staat de auto met bovengenoemd kenteken geparkeerd.
- Op basis van de verklaring van de ambtenaar en de foto in het dossier stelt het hof vast dat de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, onderdeel uitmaakt van een groter parkeerterrein. Bij de toegang van dat parkeerterrein staat een bord E
- Nu uit artikel 24, vierde lid, van het RVV 1990 volgt dat een bord E4 gelding heeft voor de parkeergelegenheid waar dat bord is geplaatst, betekent dat in dit geval dat het bij de toegang geplaatste bord E4 betrekking had op het gehele achtergelegen parkeerterrein, dus ook op het daar gelegen trottoir. De stelling van de gemachtigde dat het trottoir geen deel uitmaakt van de parkeergelegenheid faalt. Nu het parkeerterrein is voorzien van parkeervakken en het voertuig van de betrokkene niet in een parkeervak stond, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
- Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336). De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.