Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002283-18 Uitspraak d.d.: 2 november 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 12 april 2018 met parketnummer 08-910001-16 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het aan hem ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 151 dagen met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. H.J. Voors, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 12 april 2018 is verdachte voor het aan hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 171 dagen met aftrek van voorarrest. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 31 december 2015 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (pistool), merk: FN-Herstal 1922, kaliber 7.65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten 9 patronen (4 patronen van het merk Sellier & Bellot en 5 van het merk G.F.L.), kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 31 december 2015 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (pistool), merk: FN-Herstal 1922, kaliber 7.65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten 9 patronen (4 patronen van het merk Sellier & Bellot en 5 van het merk G.F.L.), kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en maatregel De raadsman heeft ter zitting van het hof bepleit – kort en zakelijk weergegeven – om gelet op het aandeel van verdachte in deze zaak, de overschrijding van de redelijke termijn en de gezondheidssituatie van verdachte een taakstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft samen met een ander in een voertuig op de openbare weg een geladen pistool voorhanden gehad. Het behoeft geen betoog dat het bezit van een pistool levensgevaarlijk kan zijn en dat het ongecontroleerde bezit van vuurwapens bij anderen gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Daarbij overweegt het hof dat het aandeel van verdachte in het medeplegen wel van een andere orde was dan die van medeverdachte, omdat het hof ervan uitgaat dat, zoals verdachte en zijn medeverdachte hebben verklaard, verdachte geen wetenschap had van het vuurwapen tot het moment dat verdachte het vuurwapen kreeg toegeschoven van de medeverdachte met de bedoeling het te verstoppen in verband met de politiecontrole. Bij het bepalen van de straf heeft het hof gelet op de rechterlijke oriëntatiepunten bij het voorhanden hebben van een pistool. Daarbij is als oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 3 maanden vermeld. Daarnaast heeft het hof rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 14 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.