GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof: 200.249.401 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/443423) arrest van 17 november 2020 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Memory Events B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Memory, advocaat: mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jaarbeurs B.V., gevestigd te Utrecht, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: Jaarbeurs, advocaat: mr. R.J.G. van Brakel te Utrecht. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1. Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 februari 2020 hier over. Bij dat arrest is een comparitie van partijen bepaald. 1.2. De comparitie heeft - digitaal - plaatsgevonden op 12 oktober 2020. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt. 1.3. Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De vaststaande feiten Geen grieven zijn gericht tegen de vaststelling van de feiten in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.6 van het bestreden vonnis van 11 juli 2018. Die feiten vormen daarom ook voor het hof het uitgangspunt. Het gaat in dit geding om het volgende. 2.1. Memory en Jaarbeurs hebben in 2014 een 'Meerjarenhuurovereenkomst' gesloten voor de jaren 2014, 2015 en 2016 (hierna: meerjarenovereenkomst). Voor 2014 en 2015 zijn de concreet te huren ruimte (verschillend voor 2014 en 2015) en de concrete huurperiode (dezelfde huurperiode van donderdag tot en met de zaterdag in het laatste weekend van de maand november) beschreven. 2.2. De meerjarenovereenkomst komt erop neer dat Jaarbeurs ruimte in het door haar geëxploiteerde hallencomplex beschikbaar stelt aan Memory voor drie achtereenvolgens jaarlijks door Memory Events te houden edities van een publieksbeurs onder de naam: De Nederlandse Carrièredagen' (hierna ook aangeduid als: DNC). 2.3. Artikel 4 van de meerjarenovereenkomst luidt: "4.1 Jaarbeurs zal in de periode 8 weken voor huurdatum en 2 weken na huurdatum geen concurrerende beurzen accommoderen in Utrecht met als hoofdbestanddeel "carrière". 4.2 Het bepaalde in lid 1 is eveneens van toepassing op een aan de Beurs [waarmee bedoeld is: De Nederlandse Carrièredagen, toevoeging hof] overeenkomstig (deel) concept als bedoeld in Bijlage I. 4.3. De beurs Studiekeuzebeurs Midden (…) die bij Jaarbeurs jaarlijks wordt georganiseerd valt uitdrukkelijk buiten deze clausule." 2.4. Bijlage I bij de meerjarenovereenkomst ('Conceptbeschrijving De Nederlandse Carrièredagen') luidt: "1. (Beurs)titel: De Nederlandse Carrièredagen, parallel hieraan vinden de volgende onderdelen plaats: De Masterdagen, (…) [waarna een opsomming volgt van nog 18 onderdelen die parallel aan De Nederlandse Carrièredagen plaatsvinden]. 2. Onderwerp: a. Exposanten: nationale en internationale werkgevers vanuit diverse branches, onderwijsinstellingen en content partners (…) 7. Frequentie: dit evenement wordt jaarlijks in het najaar gehouden. (…)" 2.5. In bijlage III bij de meerjarenovereenkomst zijn de door Jaarbeurs gehanteerde algemene voorwaarden opgenomen. In artikel 16 lid 2 van die algemene voorwaarden is bepaald dat Jaarbeurs niet aansprakelijk is voor enigerlei schade, direct of indirect geleden door de Contractant, diens personeel of bezoekers - gevolgschade, bedrijfsschade en schade door diefstal, vernieling of welke oorzaak dan ook inbegrepen - tenzij Jaarbeurs ter zake opzet of grove nalatigheid kan worden verweten. 2.6. In 2014 heeft op 28 en 29 november (vrijdag en zaterdag in het laatste weekend van november, dus gelijktijdig met de publieksbeurs van Memory) een kleinschalig evenement plaatsgevonden onder de naam 'Buitenlandbeurs' in een zaal van het door Jaarbeurs geëxploiteerde congrescentrum. In 2015 is deze Buitenlandbeurs gegroeid naar een groot evenement dat gelijktijdig met de publieksbeurs van Memory in een van de hallen van Jaarbeurs heeft plaatsgevonden. 2.7. In 2015 heeft op de eerste beursdag van de publieksbeurs van Memory overleg tussen partijen plaatsgevonden over het gelijktijdig plaatsvinden van beide beurzen. Jaarbeurs schrijft bij e-mail van 27 november 2015 aan Memory Events: "(…) Vanmiddag hebben wij met jullie moeten delen dat het huisvesten van jullie event met de Buitenlandbeurs conflicterend blijkt te zijn. We hebben voorgesteld om jullie in contact te brengen met OGZ (organisator Buitenlandbeurs) om met elkaar het gesprek aan te gaan over het najaar van 2016 en het zo goed mogelijk huisvesten van beide evenementen." 2.8. Met ingang van (najaar) 2017 heeft Jaarbeurs geen ruimte meer willen verhuren aan Memory voor De Nederlandse Carrièredagen. Sindsdien organiseert Memory de beurs in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. 3Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1. Memory vordert in conventie: voor recht te verklaren dat Jaarbeurs toerekenbaar tekort is geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de meerjarenovereenkomst; voor recht te verklaren dat Jaarbeurs onrechtmatig jegens Memory heeft gehandeld door te weigeren accommodatie in de tweede helft november 2017 aan Memory te verhuren terwijl deze wel beschikbaar was; veroordeling van Jaarbeurs tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; veroordeling van Jaarbeurs tot betaling van € 5.000,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten. Ter onderbouwing van haar vordering onder 1 heeft Memory aangevoerd, kort weergegeven, dat Jaarbeurs artikel 4 van de meerjarenovereenkomst (het exclusiviteitsbeding) heeft geschonden doordat Jaarbeurs in 2016, tegelijkertijd met de door Memory georganiseerde 'De Nederlandse Carrièredagen', namelijk op 25 en 26 november 2016, de door een concurrent van Memory, Organisatie Groep Zuid B.V. (hierna: OGZ), georganiseerde Buitenlandbeurs in hetzelfde hallencomplex heeft laten plaatsvinden. Ter onderbouwing van haar vordering onder 2 heeft Memory aangevoerd dat Jaarbeurs onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld doordat Jaarbeurs, ondanks dat deze had toegezegd offertes te zullen uitbrengen, Memory niet heeft willen faciliteren in de tweede helft van november 2017 en Memory ten onrechte heeft voorgehouden dat er dan geen ruimte beschikbaar was voor De Nederlandse Carrièredagen. Als gevolg van deze toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad heeft Memory schade geleden die Jaarbeurs moet vergoeden, aldus Memory. 3.2. Jaarbeurs heeft in reconventie, na vermindering van eis ter comparitie in eerste aanleg, veroordeling van Memory gevorderd tot betaling van € 17.624,84, te vermeerderen met wettelijke handelsrente en met € 1.093,05 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten. Jaarbeurs heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Memory tot het eerste bedrag in gebreke is gebleven haar facturen voor de huur van beursruimte in 2016 te betalen. 3.3 Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering van Memory in conventie afgewezen. De rechtbank heeft daartoe in de eerste plaats overwogen, in de kern genomen, dat Memory onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat Memory met Jaarbeurs al een datum (het laatste weekend van november 2016) voor DNC heeft afgesproken vóórdat OGZ die datum heeft vastgelegd voor de Buitenlandbeurs. Van schending van artikel 4 van de meerjarenovereenkomst kan daarom volgens de rechtbank geen sprake zijn. In de tweede plaats is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat Jaarbeurs niet onrechtmatig jegens Memory heeft gehandeld door niet met Memory voor het jaar 2017 te willen contracteren. Dat Jaarbeurs zich daarbij heeft bediend van het onware argument dat er in het najaar van 2017 feitelijk geen beschikbaarheid zou zijn, doet daaraan niet af. Hoewel laakbaar, heeft die mededeling immers niet tot schade van Memory geleid, aldus de rechtbank. De (verminderde) vordering van Jaarbeurs in reconventie heeft de rechtbank toegewezen omdat die vordering door Memory niet is betwist. 4De motivering van de beslissing in hoger beroep 4.1. Memory heeft in principaal hoger beroep drie grieven aangevoerd tegen het vonnis in conventie. Haar grieven zijn gericht tegen: I. het oordeel van de rechtbank dat Jaarbeurs artikel 4 van de meerjarenovereenkomst niet heeft geschonden omdat met Memory niet eerder dan met OGZ een huurdatum voor 2016 (25 en 26 november) was afgesproken; II. het oordeel van de rechtbank dat Jaarbeurs niet jegens Memory onrechtmatig heeft gehandeld met haar weigering om Memory in de tweede helft van november 2017 accommodatie voor DNC te verhuren; III. het passeren door de rechtbank van het uitdrukkelijke aanbod van Memory om haar stellingen te bewijzen. Memory concludeert tot vernietiging van het bestreden vonnis in conventie en tot het alsnog toewijzen van haar vorderingen. 4.2. Jaarbeurs heeft in incidenteel hoger beroep voorwaardelijk drie grieven aangevoerd tegen het vonnis in conventie, namelijk voor het geval er grieven in principaal hoger beroep slagen. De grieven van Jaarbeurs strekken ertoe om in dat geval de door de rechtbank verworpen verweren van Jaarbeurs alsnog door het hof te laten behandelen. Jaarbeurs concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. Schending exclusiviteitsbeding in 2016? 4.3. Tussen partijen is de vraag in geschil of de door OGZ georganiseerde Buitenlandbeurs al dan niet een met DNC van Memory concurrerende beurs is met carrière als hoofdbestanddeel (artikel 4 lid 1 van de meerjarenovereenkomst), of met een parallel (deel)concept van Memory (lid 2 van dat artikel). Volgens Memory, die deze vraag bevestigend beantwoordt, heeft Jaarbeurs in strijd met dit artikel gehandeld door de Buitenlandbeurs in 2016 tegelijkertijd met DNC te accommoderen in de jaarbeurshallen. 4.4. Het standpunt van Memory dat Jaarbeurs de schending van artikel 4 heeft erkend in haar hiervoor geciteerde e-mail van 27 november 2015, verwerpt het hof. Een volmondige erkenning valt in die e-mail naar het oordeel van het hof niet te lezen en vindt evenmin bevestiging in enig ander in het geding gebracht stuk. Uit de e-mail, waarin wordt gerefereerd aan een op die dag tussen partijen gevoerd gesprek, blijkt veeleer dat partijen tijdens dat gesprek hebben geconstateerd dat er (volgens Memory) een conflicterende situatie bestond met betrekking tot het gelijktijdig houden van de twee beurzen. Vervolgens hebben partijen afgesproken dat Memory zou proberen om dat conflict onderling met OZG op te lossen, waarbij Jaarbeurs kennelijk een bemiddelende of faciliterende rol zou spelen. Dat Jaarbeurs dat heeft gedaan omdat zij meende tekort te zijn geschoten in de nakoming van artikel 4, blijkt niet uit de e-mail. 4.5. De uitleg van artikel 4 van de meerjarenovereenkomst dient plaats te vinden aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Het is in beginsel aan Memory, die zich erop beroept dat Jaarbeurs artikel 4 heeft geschonden, feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen die die conclusie kunnen rechtvaardigen. 4.5.1. Artikel 4 van de meerjarenovereenkomst heeft het oog op met het concept van DNC concurrerende beurzen die 'carrière' als hoofdbestanddeel hebben. Ten aanzien van dergelijke beurzen heeft Jaarbeurs zich jegens Memory verbonden om deze niet in de periode van acht weken vóór tot twee weken na de DNC in de jaarbeurshallen te accommoderen. Hetzelfde geldt voor beurzen die concurreren met de parallelle (deel)concepten van Memory zoals die zijn opgesomd onder punt 1 van Bijlage I bij de overeenkomst: de Masterdagen, IT Carrièredagen, Techniek Carrièredagen, etc. Onder deze namen vinden onder de vlag van De Nederlandse Carrièredagen deelbeurzen plaats in de door Memory in het najaar gehuurde ruimte. 4.5.2. In punt 2 van bijlage I bij de meerjarenovereenkomst is de volgende omschrijving gegeven: "Nederlandse Carrièredagen is te typeren als dé carrièrebeurs in het najaar voor mbo, hbo en wo student, starter en professional. Men kan op een beursvloer met standhouders kennis maken met topwerkgevers en masteropleidingen en/of carrièregerichte en vakinhoudelijke workshops volgen in de branches techniek, it, farmacie, accountancy, juridisch, het bank en verzekeringswezen, de overheid, de maritieme, offshore en dredging, chemische wereld of energie. (…)" Van de in totaal 19 deelconcepten (onderdelen) van DNC die in punt 1 van bijlage I zijn genoemd hebben 14 onderdelen het woord(deel) 'carrière' in de titel (alleen De Masterdagen, Traineestraat, Het Energie Plein Energy Talent en IT-Talent niet. Achter 'Het Energie Plein' staat tussen haakjes: 'voor zover betrekking hebbend op carrière'. Het aspect carrière staat dus onmiskenbaar voorop. Memory heeft als bezoekers van DNC de volgende doelgroep op het oog: mbo-, hbo- en wo-studenten, starters en professionals (punt 4 van bijlage I). Volgens Memory is de Buitenlandbeurs de grootste beurs op het gebied van studeren, stage en een taal leren in het buitenland en is de Buitenlandbeurs in het bijzonder gericht op studenten en ook young professionals die stages of masterstudies in het buitenland willen volgen. 4.5.3. Aan Memory kan worden toegegeven dat een studie, cursus, stage of het verrichten van vrijwilligerswerk in het buitenland, waarop OZG met haar Buitenlandbeurs zich richt, van belang kan zijn voor een carrière in Nederland en dat beide beurzen daarom eenzelfde of vergelijkbaar publiek trekken. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de Buitenlandbeurs carrière als hoofdbestanddeel heeft. Memory heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat dat toch het geval is. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat een activiteit in het buitenland ook voorafgaand aan een studie of in een tussenjaar kan plaatsvinden, zoals Jaarbeurs heeft aangevoerd. Dan staat de carrière van een belangstellende nog niet per se voorop. Het hof neemt verder in aanmerking dat, mede gezien de benaming 'De Nederlandse Carrièredagen', Memory met haar beurs met name het oog heeft op (carrières
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.