← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2020:9623

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000018-18 Uitspraak d.d.: 20 november 2020 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 15 december 2017 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-157815-17 en 18-211863-17, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte wegens de beide ten laste gelegde feiten tot ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van acht maanden en tot verbeurdverklaring van de onder haar in beslag genomen auto, onder de bepaling dat wanneer de opbrengst van die auto hoger zal zijn dan vijftienhonderd euro, het meerdere aan de verdachte zal worden uitgekeerd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw, mr. A.L. van Onna, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft de verdachte wegens de beide ten laste gelegde feiten veroordeeld tot ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van acht maanden en heeft de onder haar in beslag genomen auto verbeurdverklaard onder de bepaling dat wanneer de opbrengst van die auto hoger zou zijn dan vijftienhonderd euro, het meerdere aan de verdachte zal worden uitgekeerd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: In de zaak met parketnummer 18-157815-17:zij op of omstreeks 17 februari 2017 te of bij [plaats1] , althans in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (een personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine en/of cannabinoïden (THC), waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; In de zaak met parketnummer 18-211863-17:zij op of omstreeks 27 mei 2017, te of bij [plaats2] , (in elk geval) in de gemeente [gemeente] , als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine en/of cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC), waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-157815-17 en in de zaak met parketnummer 18-211863-17 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: In de zaak met parketnummer 18-157815-17:zij op 17 februari 2017 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (een personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine en cannabinoïden (THC), waarvan zij wist dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; In de zaak met parketnummer 18-211863-17:zij op 27 mei 2017, in de gemeente [gemeente] , als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine en cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC), waarvan zij wist dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het in de zaak met parketnummer 18-157815-17 en in de zaak met parketnummer 18-211863-17 bewezenverklaarde levert telkens op: overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet

  1. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich relatief kort na elkaar tweemaal schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto terwijl ze door het gebruik van verdovende middelen daartoe niet goed in staat was. Zij heeft daardoor de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Een van deze beide keren heeft zij zeer gevaarlijk gereden door eerst met ruim honderdveertig kilometer per uur langs wegwerkzaamheden aan de autosnelweg te rijden, met een abrupte stuurbeweging van rijbaan te verwisselen, en even verderop met slechts ongeveer veertig kilometer per uur over de snelweg te rijden. Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 oktober 2020 waaruit blijkt dat zij eerder onherroepelijk is veroordeeld. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van na te melden ontzeggingen van de rijbevoegdheid passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet
  2. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-157815-17 en in de zaak met parketnummer 18-211863-17 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-157815-17 en in de zaak met parketnummer 18-211863-17 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-157815-17 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden. Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht. Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-211863-17 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een personenauto, merk BMW, zwart, voorzien van het kenteken [kenteken] . Indien de opbrengst van het inbeslaggenomen voorwerp hoger dan € 1.500,00 (vijftienhonderd euro) is, dient het overige deel van de opbrengst aan de veroordeelde, [verdachte] , te worden gegeven. Aldus gewezen door mr. M. Aksu, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier, en op 20 november 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.