Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006606-18 Uitspraak d.d.: 25 november 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 november 2018 met parketnummer 18-930182-17 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij, met dien verstande dat aan de benadeelde partij € 1.000,00 wordt toegewezen ter zake immateriële schade en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd voor een bedrag van € 1.042,05, zijnde de immateriële schade en de reiskosten gemaakt in de hoger beroepsfase. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. C. Eenhoorn, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 22 november 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde veroordeeld tot: - een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur drie maanden, met een proeftijd van drie jaren en de volgende bijzondere voorwaarden: - dat de veroordeelde zich (op uitnodiging) zal melden bij de reclassering van de VNN in Assen en zich daar zal blijven melden zolang en zo frequent de reclassering dit noodzakelijk acht; - dat de veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen voor psychisch welzijn en alcoholproblematiek bij de AFPN of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich al houden aan de aanwijzingen die in het kader van de behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; - een taakstraf voor de duur van 90 dagen subsidiair 45 dagen hechtenis. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toegewezen tot een bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente alsook oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het meer gevorderde. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de strafoplegging en de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij. Ten aanzien van deze onderdelen van het vonnis komt het hof tot een deels andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste wijze heeft beslist. Wel zal het hof de gronden in het vonnis aanvullen. Voor het overige zal het hof het vonnis dan ook - met aanvulling van de gronden - bevestigen. Aanvulling van de gronden Door de verdediging is zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de betrouwbaarheid van de verklaringen van de drie aangevers betwist. Deze drie jongens zijn bevriend, hen zou alle drie hetzelfde zijn overkomen en zij bevestigen elkaar. De verklaringen zijn niet betrouwbaar en kunnen niet als schakelbewijs worden gebruikt. Er is dan onvoldoende bewijs en verdachte dient te worden vrijgesproken, aldus de raadsman. Het hof voegt aan hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen in zijn vonnis het volgende toe. Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd. Het hof constateert dat de drie aangevers gedetailleerd en consistent verklaren, dat zij alle drie verschillende details weergeven en elkaar niet tegenspreken. Het feit dat ze alle drie verschillen in de details maakt hun verklaringen juist authentiek. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van de drie aangevers te twijfelen en verwerpt – met de rechtbank – dit verweer van de verdediging. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft als eigenaar van een drankengroothandel waar de minderjarige slachtoffers werkten, ontucht met hen gepleegd. Verdachte heeft daarmee een grove inbreuk op hun lichamelijke integriteit gemaakt. Het gaat om destijds minderjarige slachtoffers die zich in hun puberleeftijd bevonden, een leeftijd waarin sprake is van de ontwikkeling en ontdekken van seksualiteit en de minderjarige juist op dat gebied heel kwetsbaar is. Deze ontwikkeling heeft verdachte met zijn handelen in ernstige mate verstoord hetgeen heeft geresulteerd in schade waarvan is gebleken dat slachtoffer [benadeelde partij] ook heden ten dage nog last van heeft. Daarnaast heeft verdachte hiermee misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers en ook hun ouders, in verdachte hadden. Het vertrouwen dat de slachtoffers in andere mensen hadden is door het handelen van verdachte beschadigd. Het hof rekent dit verdachte zeer aan en acht gelet op de aard van de ten laste gelegde feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Ten voordele van verdachte blijkt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 oktober 2020 dat hij niet eerder is veroordeeld ter zake strafbare feiten. Door de reclassering is op 14 maart 2018 een rapport opgemaakt over de verdachte. Daarin staat onder meer beschreven dat verdachte een alleenstaande man is die buiten zijn bedrijf geen activiteiten onderneemt of contacten heeft. Hij drinkt dagelijks alcohol om zijn stress te hanteren. De reclassering adviseert de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: voortdurende meldplicht bij de reclassering van VNN te Assen; ambulante behandelverplichting voor behandeling van psychische problemen en alcoholproblematiek bij de AFPN of soortgelijke ambulante forensische zorg; verbod op het in dienst nemen van minderjarigen. Door de verdediging is ter zitting van het hof naar voren gebracht dat verdachte momenteel financieel, moreel en emotioneel aan de grond zit en heeft daarom een geheel voorwaardelijke straf bepleit met een korte proeftijd. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de - door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde – voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en noodzakelijke bestraffing is. De voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaren dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten zal begaan. Het hof stelt hierbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Verdachte heeft deze steun in de rug nodig om op het goede pad te blijven. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.467,13, bestaande uit: € 467,13 materiële kosten, zijnde verlies van arbeidsuren van de stiefvader van de benadeelde partij; € 2.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00 (immateriële schade). De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering en heeft in hoger beroep tevens de vergoeding gevorderd van de reiskosten naar de zitting à € 42,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.