GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.289.044 en 200.289.046 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 477423 en 491351) beschikking van 26 oktober 2021 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in het principaal hoger beroep, verweerder in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. M.L.F.J. Schyns te Utrecht, en [verweerster] , wonende te [woonplaats1] , verweerster in het principaal hoger beroep, verzoekster in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. E.P. van der Schraaf te Hilversum. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 30 oktober 2020, uitgesproken onder voormelde zaaknummers. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met productie 1 en 2 (procesdossier eerste aanleg), ingekomen op 29 januari 2021; - het verweerschrift, tevens vermeerdering verzoek en tevens houdende incidenteel hoger beroep met producties 1 tot en met 9; - een journaalbericht van mr. Schyns van 20 juli 2021 met een brief waarin wordt verzocht om een termijn voor het indienen van een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep en met producties 3 en 4; - een journaalbericht van mr. Van der Schraaf van 20 juli 2021 met producties 10 tot en met 13; - een journaalbericht van mr. Schyns van 22 juli 2021 in verband met de termijn voor het indienen van een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 30 juli 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. 2.3 Na de mondelinge behandeling zijn ingekomen: - een journaalbericht van mr. Van der Schraaf van 1 september 2021; - een journaalbericht van mr. Schyns van 3 september 2021; - een journaalbericht van mr. Van der Schraaf van 6 september 2021; - een journaalbericht van mr. Schyns van 17 september 2021; - een journaalbericht van mr. Van der Schraaf van 20 september 2021 met daarbij een getekende vaststellingsovereenkomst; - een journaalbericht van mr. Schyns van 23 september 2021 met daarbij een identieke getekende vaststellingsovereenkomst. 3De motivering van de beslissing 3.1 Blijkens de hiervoor onder 2.3 genoemde correspondentie hebben partijen algehele overeenstemming bereikt over het aan het hof voorgelegde geschil. Zij hebben de gemaakte afspraken vastgelegd in een door hen op 5 augustus 2021 ondertekende vaststellingsovereenkomst. Uit de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en de hiervoor onder 2.3 genoemde correspondentie leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. De zaak behoeft naar het oordeel van het hof dan ook niet langer aangehouden te worden. 3.2 Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen ten aanzien van de beslissingen omtrent de partneralimentatie, de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en verdeling van de eenvoudige gemeenschap en beslissen als hierna vermeld. Het hof zal een fotokopie van de door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst aan deze beschikking hechten. 3.3 Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, als door partijen overeengekomen. 4De beslissing Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep, in beide zaaknummers: 4.1 vernietigt beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 30 oktober 2020, voor zover het betreft de beslissingen omtrent de partneralimentatie, de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de eenvoudige gemeenschap, de onderdelen 4.3 tot en met 4.6 van het dictum van die beschikking; en 4.2 beslist conform de door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst en bepaalt dat deze overeenkomst deel uitmaakt van deze beschikking en beslissing; 4.3 bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 30 oktober 2020 voor het overige (voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen); 4.4 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 4.5 compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt; 4.6 wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, M.L. van der Bel en R. Krijger, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier, en is op 26 oktober 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.