GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.294.418 (zaaknummer rechtbank Gelderland 382057) beschikking van 28 oktober 2021 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in het principaal hoger beroep, verweerder in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. P. de Haan te Almere, en [verweerster] , wonende te [woonplaats2] , verweerster in het principaal hoger beroep, verzoekster in het incidenteel hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. C.L. van Olst te Arnhem. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 4 maart 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 12 mei 2021; - het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep; - het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 1 oktober 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is [naam1] verschenen. 3De feiten 3.1 Het huwelijk van de partijen is [in] 2016 ontbonden door echtscheiding. 3.2 Partijen zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2016 te [woonplaats2] , over wie de zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. 3.3 De ouders hebben met elkaar afspraken gemaakt over de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Deze afspraken zijn neergelegd in een ouderschapsplan, dat door de ouders is ondertekend op 22 augustus 2016. De ouders zijn in het ouderschapsplan - onder meer - overeengekomen dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben. Ook zijn zij de volgende regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) overeengekomen: “- [de minderjarige] verblijft het eerste weekend van de maand bij de moeder en de laatste drie weekenden bij de vader; - [de minderjarige] verblijft doordeweeks drie dagen bij de moeder en twee dagen bij de vader. Partijen zullen in onderling overleg afspraken maken welke dagen dit zullen zijn, aangezien dit afhankelijk is van werk, studie en andere bezigheden. Ook spreken zij af dat als de omstandigheden zich wijzigen, zij in onderling overleg de regeling zullen aanpassen, waarbij een gelijkwaardige zorg en opvoeding het uitgangspunt is; - De vakanties en feestdagen worden door parten bij helfte in onderling overleg gedeeld. Uitgangspunt hierbij zal zijn dat de feestdagen het ene jaar bij de een en het andere jaar bij de ander gevierd zullen worden.” 4De omvang van het geschil 4.1 Tussen partijen zijn in geschil de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen betreffende [de minderjarige] . 4.2 Bij de bestreden beschikking is: - de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder vastgesteld; - als regeling voor de verdeling van zorg- en opvoedingstaken vastgesteld dat [de minderjarige] bij de vader verblijft drie weekenden per vier weken van vrijdag uit school tot zondag tussen 17:00 uur en 18:00; - vastgesteld dat tijdens de vakanties en feestdagen als regeling geldt: - in voorjaarsvakantie verblijft [de minderjarige] bij de vader; - in de zomervakantie verblijft [de minderjarige] vier van de zes weken bij de vader; - in de herfstvakantie verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren bij de vader; - in de mei- en kerstvakantie verblijft [de minderjarige] in de even jaren in de eerste week bij de vader en in de oneven jaren de tweede week. Indien de meivakantie uit één week bestaat, verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren gedurende deze vakantie bij de vader; - Pasen: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder; - Pinksteren: oneven jaren bij de vader, even jaren bij de moeder; - Koningsdag en Hemelvaart: bij de moeder, in de oneven jaren contact met vader in de woonomgeving van [de minderjarige] ; - Kerstdagen: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder; - Oud & Nieuw: oneven jaren bij de vader, even jaren bij de moeder; - Sinterklaas (5 december): even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder; - Moederdag en voorafgaande nacht: bij de moeder; - Vaderdag en voorafgaande nacht: bij de vader; - verjaardagen vader, moeder en [de minderjarige] : conform de reguliere regeling. - de moeder vervangende toestemming verleend om [de minderjarige] met ingang van 4 maart 2021 in te schrijven als leerling van [de school1] te [woonplaats2] . 4.3 De vader is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat: I. [de minderjarige] van zondagmiddag 18.00 uur tot donderdagmiddag 14.00 uur bij hem zal verblijven en daarmee van donderdagmiddag 14.00 uur tot zondagavond 18.00 uur bij haar moeder zal zijn; - dat hij [de minderjarige] op zondag uit [woonplaats2] ophaalt en dat de moeder [de minderjarige] donderdagmiddag uit school om 14.00/14.30 uur in [woonplaats1] ophaalt; - te bepalen dat [de minderjarige] één keer per vier weken niet op donderdagmiddag naar haar moeder gaat, maar bij hem blijft; - te bepalen dat [de minderjarige] gedurende de schoolvakanties reeds vanaf woensdagavond 18.00 uur bij moeder zal zijn (in plaats van vanaf donderdagmiddag); - te bepalen dat partijen de zorg gedurende de vakanties op basis van 50/50 zullen verdelen, met inachtneming van de hiervoor verzochte zorgregeling en de reeds bestaande en eerder gemaakte afspraken; II. te bepalen dat [de minderjarige] haar hoofdverblijf heeft bij hem; III. te bepalen dat hem vervangende toestemming zal worden verleend voor plaatsing op hetzij [de school2] aan de [adres1] , dan wel op [de school3] aan de [adres2] te [woonplaats1] . Kosten rechtens. In het incidenteel hoger beroep verzoekt de vader het verzoek van de moeder af te wijzen, althans een beslissing te nemen als het hof juist acht. Kosten rechtens. 4.3 De moeder voert verweer en is op haar beurt met een
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.