← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:10260

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.276.345/01 CJIB-nummer : 224873973 Uitspraak d.d. : 3 november 2021 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 28 januari 2020, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Op 28 april 2020 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 april 2019 om 16:05 uur op de Klaroenstraat in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de betreffende groenstrook niet van gemeentewege is aangelegd, maar door de woningbouwvereniging [naam1] en dat deze ook door [naam1] wordt onderhouden. Zodoende is niet gehandeld in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV), waarin is bepaald dat het is verboden om een voertuig te laten staan in een van gemeentewege aangelegde groenstrook. Aldus vervalt de rechtsgrond voor het opleggen van de sanctie. Dat de groenstrook niet van gemeentewege is aangelegd valt op te maken uit het Kadaster. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde een plattegrond overgelegd met daarop de kadastrale gegevens. Verder blijkt ook uit het bordje “Verboden toegang voor onbevoegden, met uitzondering van bewoners van [naam1] ” dat het terrein van [naam1] is en niet van de gemeente. De betrokkene heeft haar voertuig op advies en met toestemming van [naam1] ter plaatse geparkeerd.
  3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat zakelijk weergegeven dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats stond in een park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook.
  5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.11, eerste lid, van de APV voor de gemeente Nijmegen van 13 september 2018 (Gemeenteblad 2018, nr. 195177), waarin staat dat het verboden is met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
  6. Het hof stelt vast dat het voertuig van de betrokkene (deels) in een groenstrook stond. Uit de beschikbare gegevens blijkt echter niet dat deze groenstrook van gemeentewege is aangelegd. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde ook geen nadere informatie hierover overgelegd. Aldus kan niet worden vastgesteld dat is gehandeld in strijd met bovengenoemde bepaling uit de APV. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren van de gemachtigde geen bespreking meer behoeven.
  7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Voor het telefonisch horen door de officier van justitie wordt een halve punt toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1148,
  8. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1148,
  9. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.