← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:10573

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.281.419/01 CJIB-nummer : 224950538 Uitspraak d.d. : 15 november 2021 Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 juni 2020, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door te rijden over het trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 april 2019 om 19.00 uur op de Poolster in Waddinxveen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. Namens de betrokkene wordt betwist dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De gemachtigde voert aan dat gedurende de gehele procedure al naar voren is gebracht dat de betrokkene heeft waargenomen dat de verbalisant foto’s heeft gemaakt van de situatie en dat de foto’s behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. De betrokkene wenst deze foto’s te gebruiken om zich te verdedigen. Nu tot op de heden de op de zaak betrekking hebbende stukken niet compleet zijn is de betrokkene geschaad in haar verdedigingsbelangen. Het thans nog completeren van het dossier houdt in dat de betrokkene 2 feitelijke instanties heeft misgelopen. Het is derhalve niet opportuun om de betrokkene in dit stadium van de procedure nog de gelegenheid te geven zich inhoudelijk te verweren indien en voor zover de ontbrekende stukken thans nog in het geding worden gebracht.
  3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig reed op een middels bord G11 RVV 1990 aangeduid weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van fietsers, zijnde een fietspad. (…) Verklaring betrokkene: ik wist niet hoe ik anders moest rijden.” In het zaakoverzicht wordt niets vermeld over het al dan niet aanwezig zijn van (een) foto(’s).
  5. Het hof stelt vast dat namens de betrokkene van meet af aan is aangevoerd dat de ambtenaar ten tijde van de staandehouding een (of meer) foto(’s) heeft gemaakt. Dit verweer had voor de officier van justitie en de kantonrechter aanleiding moeten zijn om de ambtenaar om een reactie te vragen. Indien een foto van de gedraging is gemaakt, behoort deze immers tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Weliswaar staat in het zaakoverzicht niet vermeld dat een foto is gemaakt van de gedraging (dan wel van het voertuig bij de staandehouding), maar het is het hof ambtshalve bekend dat het vaker voorkomt dat in het zaakoverzicht niet wordt gesproken over aanwezige foto’s, terwijl die foto’s er wel blijken te zijn. Door de ambtenaar niet te vragen om een reactie te geven op het namens de betrokkene gevoerde verweer hebben de officier van justitie en de kantonrechter dan ook onzorgvuldig gehandeld.
  6. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd aanleiding om de advocaat-generaal alsnog in de gelegenheid te stellen om de ambtenaar te vragen of hij foto’s van de gedraging dan wel van de staandehouding heeft gemaakt en - indien dit het geval is - deze foto(’s) te overleggen en om aan te geven waarom dit niet in het zaakoverzicht is vermeld.
  7. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. De beslissing Het gerechtshof: draagt de advocaat-generaal op om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest bovengenoemde informatie in het geding te brengen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit tussenarrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.