TBS P21/0271 Beslissing d.d. 11 november 2021 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, verblijvende in [justitiële inrichting] . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 juni
- Deze beslissing houdt in de last tot hervatting van de verpleging van overheidswege. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: - het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; - de beslissing waarvan beroep; - de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 29 juni 2021; - het voortgangsverslag toezicht van [reclasseringsinstelling] van 28 juni 2021 - het verslag voorgeleidingsconsult van 9 september 2021; - de aanvullende informatie van [reclasseringsinstelling] van 15 oktober 2021; - de aanvullende informatie van [reclasseringsinstelling] van 22 oktober
- Het hof heeft ter zitting van 28 oktober 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal mr. R. Segerink. Voorts is ter zitting als deskundige gehoord [deskundige] , manager afdeling reclassering bij [reclasseringsinstelling] . Overwegingen: Het standpunt van de terbeschikkinggestelde De terbeschikkinggestelde heeft twee roerige jaren achter de rug. Hij realiseert zich dat hij diverse kansen heeft gekregen die hij door eigen toedoen niet heeft benut. Het is hem niet gelukt om zelf de benodigde maatschappelijke inbedding, zoals een passend verblijf en dagbesteding, te regelen. Hij hoopt nog een allerlaatste kans te krijgen om in de goede instelling en met de juiste begeleiding zijn resocialisatietraject tot een goed einde te brengen. De schendingen van de voorwaarden zijn niet voldoende om de verpleging van overheidswege te hervatten. Veel overtredingen hebben eerder al geleid tot afwijzing van de hervatting en alleen tot wijziging van de aan de maatregel verbonden voorwaarden. De nieuwe veroordeling betreft een andersoortig delict dan de indexdelicten en rechtvaardigt na een lange maatregel niet de hervatting. Het mislukken van de plaatsing in [zorginstelling] is gelet op het beginsel van proportionaliteit ook geen reden om tot hervatting over te gaan. Hervatting zal contraproductief werken en leiden tot verharding, autonomieproblemen en een zeer lang traject. Bij de beoordeling dient ook subsidiariteit een rol te spelen. [naam kliniek 2] heeft de terbeschikkinggestelde aangenomen en geeft daarmee aan dat het risicomanagement daar vormgegeven kan worden. Ook zou plaatsing in een Forensische Verslavingskliniek (FVK) of een Forensische Verslavingsafdeling (FVA) mogelijk kunnen zijn. De zorgen liggen op het gebied van drugsgebruik en de daaruit voortkomende psychoses. De terbeschikkinggestelde erkent dit ook en heeft aangegeven open te staan voor een behandeling van zijn verslavingsproblematiek. De reclassering zou kunnen uitzoeken of dit traject ook in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of op een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) gevolgd zou kunnen worden. De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege af te wijzen en aan de maatregel een extra voorwaarde toe te voegen, namelijk verblijf in FPC [naam kliniek 1] totdat opname bij [naam kliniek 2] mogelijk is. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, teneinde de reclassering de opdracht te geven verder te zoeken naar een instelling voor verblijf binnen het kader van voorwaarden. Bekeken moet worden of [naam kliniek 2] over drie maanden plaats heeft en/of tijdelijke plaatsing in FPC [naam kliniek 1] in afwachting van een plaats in [naam kliniek 2] mogelijk is. Daarnaast moet de reclassering ook onderzoek doen naar verblijf in een Forensische Verslavingskliniek (FVK), een Forensische Verslavingsafdeling (FVA) of een andere instelling. Indien het hof hervatting van de verpleging van overheidswege overweegt, heeft de raadsvrouw meer subsidiair verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, teneinde opdracht te geven tot plaatsing in het Pieter Baan Centrum voor het laten opmaken van rapportage dan wel andere NIFP-rapportage te laten opmaken. Het standpunt van het openbaar ministerie De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde in maart 2020 nog een laatste kans gegeven om zijn resocialisatietraject in het huidige kader voort te zetten. Desondanks heeft hij uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid niet genomen. Door zijn herhaalde drugsgebruik en de daardoor ontstane psychotische klachten is het recidiverisico groter geworden. De reclassering acht het huidige kader niet meer afdoende om de risico’s voldoende te beheersen. Daarom heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank om de hervatting van de verpleging van overheidswege te gelasten. Het oordeel van het hof Afwijzing verzoeken Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek om de reclassering opdracht te geven te zoeken naar een instelling waar de terbeschikkinggestelde in het huidige kader kan verblijven wordt afgewezen. De noodzakelijkheid daarvan is niet gebleken. Dat geldt ook voor het verzoek om de terbeschikkinggestelde in het Pieter Baan Centrum te laten onderzoeken of andere NIFP-rapportage te laten opmaken. Bevestiging Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Aanvullende overweging De terbeschikkinggestelde heeft niet één maar meerdere keren de voorwaarden overtreden door drugs te gebruiken. Daarbij lijkt hij door een combinatie van middelengebruik en spanningen waangedachten en (trekken van) een psychose te krijgen, aldus het advies van [reclasseringsinstelling] van 27 januari
- Dit verhoogt het recidiverisico. De reclassering heeft diverse keren getracht de neerwaartse spiraal bij de terbeschikkinggestelde te doorbreken en interventies aan te reiken. Deze inspanningen hebben niet geleid tot een positief resultaat. De reclassering heeft aangegeven geen alternatieven meer te zien en voortzetting van het huidige kader niet langer verantwoord te vinden. Hervatting van de verpleging van overheidswege is dan ook aangewezen. Hierbij merkt het hof op dat een hervatting van de verpleging van overheidswege niet noodzakelijkerwijs betekent dat er een nieuwe behandeling moet aanvangen. Mede in het licht van de duur van de tenuitvoerlegging van de maatregel moet niet worden uitgesloten dat het resocialisatietraject zodra mogelijk opnieuw wordt ingezet. Beslissing Het hof: Wijst af het verzoek om de reclassering opdracht te geven te zoeken naar een instelling waar de terbeschikkinggestelde in het huidige kader kan verblijven. Wijst af het verzoek om de terbeschikkinggestelde in het Pieter Baan Centrum te laten onderzoeken of andere NIFP-rapportage te laten opmaken. Bevestigt de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 juni 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde]. Aldus gedaan door mr. M.E. van Wees als voorzitter, mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. P.C. Vegter als raadsheren, en dr. W.J. Canton en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Broersma als griffier, en op 11 november 2021 in het openbaar uitgesproken. mr. P.C. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.