← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:11107

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummers 20/00535 tot en met 20/00543 uitspraakdatum: 30 november 2021 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 19 februari 2020, nummers UTR 19/337, 19/339, 19/342 tot en met 19/348, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikkingen van 28 februari 2018 de waarde van de volgende onroerende zaken (hierna: de onroerende zaken) voor het kalenderjaar 2018, naar waardepeildatum 1 januari 2017, als volgt vastgesteld: [adres1] 192A [woonplaats] € 249.000 [adres1] 192B [woonplaats] € 205.000 [adres1] 192C [woonplaats] € 260.000 [adres1] 192D [woonplaats] € 264.000 [adres1] 192E [woonplaats] € 330.000 [adres1] 192G [woonplaats] € 260.000 [adres1] 192H [woonplaats] € 268.000 [adres1] 192J [woonplaats] € 308.000 1.
  2. De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 11 december 2018 de vastgestelde waarden gehandhaafd. 1.
  3. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen. De rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) heeft bij uitspraak van 19 februari 2020 het beroep ongegrond verklaard. 1.
  4. Belanghebbende heeft op 23 maart 2020 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Daarvoor is een griffierecht betaald van €
  5. 1.
  6. De heffingsambtenaar heeft op 8 maart 2021 een verweerschrift ingediend. 1.
  7. Belanghebbende heeft op 1 september 2021 een nader stuk ingediend. 1.
  8. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september
  9. De zaken met de nummers 20/00535 tot en met 20/00543 zijn ter zitting gezamenlijk behandeld. Namens belanghebbende is verschenen mr. D.A.N. Bartels MRE. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen mr. [naam1] en taxateur [naam2] . 2Feiten Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaken. De objecten zijn appartementen in het centrum van [woonplaats] . 3Geschil 3.
  10. In geschil is of de heffingsambtenaar de waarden van de onroerende zaken op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend. 3.
  11. Ter zitting heeft belanghebbende uitdrukkelijk verklaard dat uitsluitend de WOZ-waarden van de onroerende zaken ter beoordeling voorliggen. In dat verband heeft belanghebbende gesteld dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met de waardedrukkende invloed van het ontbreken van afzonderlijke meters per appartement. Voor gas, water en stroom is namelijk sprake van gemeenschappelijke meters voor alle appartementen tezamen. 3.
  12. De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarden. Ter staving daarvan wijst de heffingsambtenaar op een taxatiematrix van taxateur [naam3] van 7 juni
  13. De daarin vermelde vergelijkingsobjecten zijn eveneens gelegen in het centrum van [woonplaats] . 3.
  14. Belanghebbende heeft ter zitting uitdrukkelijk zijn beroep op betalingsonmacht ingetrokken. Verder heeft belanghebbende zijn betoog ingetrokken dat de (hoger)beroepsprocedure ook betrekking zou hebben op de objecten [adres1] 148 en 148BS en [adres2]
  15. Ook heeft belanghebbende ter zitting uitdrukkelijk zijn verzoek om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, ingetrokken. 3.
  16. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken van de heffingsambtenaar, en tot vermindering van de vastgestelde waarden met € 5.000 elk. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. 4Beoordeling van het geschil 4.
  17. Op grond van artikel 17, lid 2, Wet WOZ wordt de waarde bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer die dient te worden vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn besteed (vgl. TK 1992-1993, 22885, nr. 3, blz. 44, en HR 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003: AI0924). 4.
  18. Belanghebbende heeft gemotiveerd gesteld dat de vastgestelde waarden te hoog zijn. Gelet daarop rust op de heffingsambtenaar de last feiten aannemelijk te maken die meebrengen dat de door hem verdedigde waarden niet te hoog zijn. 4.
  19. Ter onderbouwing van de door hem verdedigde waarden wijst de heffingsambtenaar op een taxatiematrix van taxateur [naam3] van 7 juni 2019, waarin de waarden op basis van de vergelijkingsmethode als volgt zijn bepaald: Object Bj Functie Opp. Waarde/m2 Totaal Overige Waarde (01-01-17) [adres1] 192A 1900 Appartement 66 m2 € 3.773/m2 € 249.000 € 249.000 [adres1] 192B 1900 Appartement 54 m2 € 3.796/m2 € 205.000 € 205.000 [adres1] 192C 1900 Appartement 69 m2 € 3.768/m2 € 260.000 € 260.000 [adres1] 192D 1900 Appartement 70 m2 € 3.771/m2 € 264.000 € 264.000 [adres1] 192E 1900 Appartement 88 m2 € 3.750/m2 € 330.000 € 330.000 [adres1] 192G 1900 Appartement 69 m2 € 3.768/m2 € 260.000 € 260.000 [adres1] 192H 1900 Appartement 71 m2 € 3.775/m2 € 268.000 € 268.000 [adres1] 192J 1900 Appartement 82 m2 € 3.756/m2 € 308.000 € 308.000 Vergelijkingsobjecten Koopsom [adres3] 18 1900 Appartement 69 m2 € 4.116/m2 € 284.016 VVE-reserve € 1.984 Balkon (10 m2) € 4.000 € 305.000 (16-06-17) € 290.000 (gecorr. koopsom) [adres4] 135B 1904 Appartement 77 m2 € 3.736/m2 € 287.667 VVE-reserve € 3.133 Balkon (3 m2) € 1.200 Berging € 2.000 € 275.000 (01-04-16) € 294.000 (gecorr. koopsom) [adres5] 19G 1900 Appartement 65 m2 € 3.733/m2 € 242.675 VVE-reserve € 3.325 Balkon (10 m2) € 4.000 € 262.500 (29-06-17) € 250.000 (gecorr. koopsom) 4.
  20. Het Hof is van oordeel dat in het licht van hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, de heffingsambtenaar erin is geslaagd aannemelijk te maken dat hij de waarden van de onroerende zaken per 1 januari 2017 niet te hoog heeft vastgesteld. In dat verband hecht het Hof waarde aan de in de markt op 16 juni 2017 gerealiseerde koopprijs van € 305.000 voor het vergelijkingsobject [adres3] 18 dat eveneens in het centrum van [woonplaats] is gelegen, eenzelfde woningtype betreft (appartement) en eenzelfde bouwjaar

(1900)heeft. Bovendien zijn de woonoppervlakten, onderhoudstoestand (voldoende), de bouwkundige kwaliteit (voldoende) en de uitstraling (authentiek) goed vergelijkbaar. Het voorgaande leidt het Hof tot het oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden van de onroerende zaken niet te hoog zijn vastgesteld. 4.
  1. Wat betreft het ontbreken van afzonderlijke meters per appartement heeft de heffingsambtenaar gewezen op de verkooptransacties van de twee appartementen [adres6] 48A en 48C, welke appartementen eveneens zijn voorzien van een gemeenschappelijke meter voor gas, water en stroom op naam van de Vereniging van eigenaren. Blijkens een door de heffingsambtenaar ingebracht tabel wijkt de bij deze transacties gerealiseerde prijs per m2 vloeroppervlakte niet af van de verkoopprijzen van vergelijkbare appartementen die wel over afzonderlijke meters per appartement beschikken. De heffingsambtenaar heeft daarmee aannemelijk gemaakt dat van het ontbreken van zelfstandige meters geen waardedrukkende invloed uitgaat. Dat deze transacties in de jaren 2010 en 2012 zijn gerealiseerd, doet niet af aan de bruikbaarheid van deze vergelijking. Slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep van belanghebbende ongegrond. 5Griffierecht en proceskosten Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten. 6Beslissing Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, voorzitter, mr. J. van de Merwe en mr. R.A.V. Boxem, in tegenwoordigheid van dr. J.W.J. de Kort als griffier. De beslissing is op 30 november 2021 in het openbaar uitgesproken. De griffier, De voorzitter, (J.W.J. de Kort) (A.J.H. van Suilen) Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 november
  2. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
  3. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.