← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:11335

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.257.666/01 CJIB-nummer : 212177654 Uitspraak d.d. : 10 december 2021 Tussenarrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2019, betreffende mr. C.M.J.E.P. Meerts, (hierna: mr. Meerts) kantoorhoudende te Beegden, beweerdelijk optredende voor [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure Mr. Meerts heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Uit de beslissing van de kantonrechter en het ingelaste proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 29 november 2018 blijkt dat zowel F.P.B. Waals van Legalizer BV (hierna: Waals) als mr. Meerts elk afzonderlijk namens de betrokkene beroep hebben ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie d.d. 13 april
  2. Voorts valt hieruit af te leiden dat het beroep, voor zover ingesteld door Legalizer BV, ongegrond moet worden verklaard en dat het beroep, voor zover ingesteld door mr. Meerts, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. In het dictum is echter alleen opgenomen dat het beroep ongegrond is verklaard. Het hof zal het dictum in zoverre verbeterd lezen.
  3. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt: "De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om (...) op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen."
  4. Mr. Meerts voert aan dat hij bij de behandeling van het beroep door de kantonrechter is gepasseerd.
  5. Zoals hiervoor overwogen wordt in de zaak met het onderhavige CJIB-nummer geprocedeerd door zowel mr. Meerts als Waals. De kantonrechter heeft de zaak van de betrokkene behandeld op de zittingen van 29 november 2018 en 21 februari
  6. De kantonrechter heeft voor deze zittingen Waals opgeroepen. Mr. Meerts is hiervoor niet opgeroepen. Nu mr. Meerts (ook) beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, had de kantonrechter mr. Meerts echter ook voor de zitting(en) moeten oproepen. Door hem niet op te roepen voor de zitting, is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de Wahv.
  7. Nu het hoger beroepschrift vóór 1 september 2021 is ontvangen, geeft het hof mr. Meerts middels dit tussenarrest alsnog de gelegenheid om bij de griffie van het hof te vragen om een behandeling ter zitting van het hof te Leeuwarden (vgl. het arrest van het hof van 26 juli 2021, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2021:7114). Wordt binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak geen verzoek ontvangen, dan zal het hof zonder een behandeling ter zitting arrest wijzen. De beslissing Het gerechtshof: stelt mr. Meerts in de gelegenheid om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest te verzoeken om een behandeling ter zitting; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit tussenarrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.