GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.279.034 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, kantonrechter, locatie Utrecht, 7744827) arrest van 14 december 2021 in de zaak van [appellant] , handelend onder de naam [appellant] Klussenbedrijf, wonende te [woonplaats1] , appellant, in eerste aanleg: eiser in conventie, verweerder in reconventie, hierna: [appellant] , advocaat: mr. B.M.E. Drykoningen, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats2] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. P.J. Gijsbertsen. 1Kern van de zaak en de beslissing 1.1 [appellant] heeft in opdracht van [geïntimeerde] werkzaamheden verricht aan panden van [geïntimeerde] . Nadat een aantal facturen onbetaald was gebleven, heeft [appellant] zijn werkzaamheden neergelegd. [appellant] vordert betaling van facturen. [geïntimeerde] vordert op zijn beurt schadevergoeding van [appellant] wegens tekortschieten door [appellant] . Partijen verschillen van mening of hun overeenkomst tot aanneming van werk inhoudt dat [appellant] de hele verbouwing zou afmaken, voor een bepaalde datum. De kantonrechter heeft de vordering van [appellant] tot betaling van facturen deels toegewezen en de schadevordering van [geïntimeerde] toegewezen tot een bedrag van € 30.000. [appellant] vordert in hoger beroep betaling van nog één factuur en komt op tegen het oordeel over de schade. 1.2 Het hof laat hieronder [geïntimeerde] toe bewijs te leveren van de inhoud van de overeenkomst en van zijn schade, voordat het verder beslist. De in hoger beroep nader onderbouwde factuur [nummer1] moet [geïntimeerde] in beginsel gedeeltelijk betalen, maar het hof moet nog beslissen op een door partijen nader toe te lichten punt. Hierna legt het hof zijn oordeel uit. Eerst vermeldt het hof nog wat er in de procedure in hoger beroep is gebeurd. 2Het procesverloop tot nu toe Het hof heeft op 4 augustus 2020 een tussenarrest gewezen. Op 8 december 2020 heeft via Skype een enkelvoudige mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt en aan partijen gestuurd. Voorafgaand hieraan heeft [appellant] het procesdossier tot en met de dagvaarding in hoger beroep overgelegd. Daarna heeft [appellant] een memorie van grieven genomen en [geïntimeerde] een memorie van antwoord. [geïntimeerde] heeft de stukken voor het wijzen van arrest ingediend en vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 3De vaststaande feiten 3.1 [appellant] heeft in opdracht van [geïntimeerde] werkzaamheden verricht aan panden in de [adres] in [woonplaats2] . De afspraken zijn niet op papier gezet. Nadat een aantal facturen onbetaald was gebleven heeft [appellant] zijn werkzaamheden eind juni 2018 neergelegd. Na een betalingen door [geïntimeerde] hebben [appellant] en [geïntimeerde] elkaar op 31 juli 2018 gesproken. [geïntimeerde] heeft daarna een verslag van dat gesprek per e-mail aan [appellant] gestuurd. Daarin staat het volgende: “Weergave gesprek 31 juli in atelier nr 37 [appellant] geeft in het gesprek aan de bouwklus van nr. 31-33-33bis niet volgens de afspraak te willen afronden. De afspraak was voor een bedrag van E200.000,- inclusief BTW de hele verbouwing te realiseren in het tijdpad 1e app afleveren 1 oktober 2018, rest app 31 december 2018. De reden voor het in eerste instantie stilleggen van de verbouwing was een rekening die zes weken niet betaald was. [appellant] heeft de bouw stilgelegd zonder herinnering of aanmaning te hebben gestuurd. In tweede instantie geeft [appellant] aan dat de hij de verbouwing niet wil afronden, omdat hij zich niet meer gemotiveerd voelt. [geïntimeerde] geeft aan dat hij dit heel erg vervelend voor hem vindt, maar dat het geen reden kan zijn om de afspraken niet na te komen. Voor beide partijen is hierdoor een hele vervelende situatie ontstaan. [geïntimeerde] biedt als alternatief aan dat [appellant] de panden 31-33-33bis wind- en waterdicht maakt met de materialen zoals oorspronkelijk in de planning zat. [appellant] geeft aan hierover na te gaan denken. Bij deze tweede optie vraagt [geïntimeerde] aan [appellant] om de volgende zaken van tevoren aan te geven: 1. Wanneer kunnen de bouwactiviteiten hervat worden? 2. Wanneer zijn de activiteiten afgerond? 3. Wat zijn de kosten voor het wind-en waterdicht opleveren van de appartementen? [geïntimeerde] geeft in het gesprek aan dat de bouw al ruim een maand stilligt zonder legitieme reden. Dit betekent een flinke derving van huuropbrengsten voor [geïntimeerde] . Er moet een oplossing komen voor de gemiste inkomsten als gevolg van het stilleggen van de bouwwerkzaamheden. Zeker aangezien het nu bouwvak is zal het erg lastig worden om op korte termijn een andere aannemer te vinden, waardoor de huurderving nog groter zal worden. Dit is een globale weergave van ons gesprek vanmiddag. Als ik onvolledig ben geweest of onjuist heb weergegeven, dan hoor ik dat graag. Zou je naar mij willen bevestigen of je je in deze weergave kunt vinden, danwel of je hier nog wijzigingen in aan wil brengen.” 3.2 [appellant] heeft niet op het verslag gereageerd en heeft geen werkzaamheden meer verricht. Op 11 september 2018 heeft [geïntimeerde] aan [appellant] geschreven dat hij de opdracht terugneemt en een andere aannemer gaat zoeken. 4Het geschil in eerste aanleg en de beslissing van de kantonrechter 4.1 Bij de kantonrechter heeft [appellant] betaling van openstaande facturen gevorderd, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, maar zijn vordering beperkt tot een bedrag van € 25.000, inclusief wettelijke rente en kosten. [geïntimeerde] heeft betwist nog iets verschuldigd te zijn, heeft zich beroepen op verrekening en heeft als tegenvordering betaling van schadevergoeding gevorderd van € 98.156,71, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. 4.2 De kantonrechter heeft [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van € 12.584,25 aan [appellant] . Dat bedrag heeft deels betrekking op vergoeding van de door [appellant] verrichte werkzaamheden bedoeld in alinea 3.1, waarbij aansluiting is gezocht bij de bedragen van facturen waarvan [appellant] betaling vorderde, en deels op facturen voor andere opdrachten. De kantonrechter heeft de tegenvordering van [geïntimeerde] gedeeltelijk toegewezen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de overeenkomst tot aanneming van werk inhield dat [appellant] de hele verbouwing zou uitvoeren en dat [appellant] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door de werkzaamheden te beëindigen. De schade van [geïntimeerde] is gelegen in de vertraging die is veroorzaakt door het tekortschieten, waardoor [geïntimeerde] pas een jaar later huurinkomsten kreeg. De gemiste huurinkomsten heeft de kantonrechter begroot op € 30.000. 5De beoordeling in hoger beroep 5.1 [appellant] heeft grieven gericht tegen de afwijzing door de kantonrechter van zijn vordering tot betaling van de factuur met nummer [nummer1] met een bedrag van € 10.046,05 (inclusief btw) en tegen de toewijzing van de schadevordering van [geïntimeerde] . Het hof behandelt eerst de schadevordering van [geïntimeerde] en daarna de factuur. De schadevordering 5.2 De grieven van [appellant] komen erop neer dat [appellant] onder de overeenkomst niet verplicht was de hele verbouwing uit te voeren, dat hij mocht stoppen en dat dit stoppen niet heeft geleid tot vertraging in de verbouwing en verhuur. [appellant] heeft de door [geïntimeerde] gestelde inhoud van de overeenkomst betwist. Ter onderbouwing van zijn betwisting heeft hij in hoger beroep aangevoerd dat bij het begin van de werkzaamheden nog geen vastomlijnd plan bestond. Op die basis had [appellant] ook al eerder voor [geïntimeerde] gewerkt en toen werden de plannen ook tijdens het werk gemaakt en uitgewerkt. Er waren bij het begin van het werk nog geen tekeningen en er was nog geen vergunning; die vergunning is pas op 27 juli 2018 aangevraagd. [appellant] heeft werkzaamheden verricht die in dat stadium al mogelijk waren, zoals sloopwerkzaamheden en voorbereiding van de verbouwing. Wat het werk precies zou worden, hoe veel appartementen gerealiseerd zouden worden en wat het afwerkingsniveau moest zijn, stond nog niet vast. Verder stuurde hij [geïntimeerde] losse facturen voor werkzaamheden die [geïntimeerde] ook (deels) betaalde, aldus [appellant] . [appellant] trekt daaruit de conclusie dat elke dag of week sprake was van nieuwe opdrachten en van aanvullingen op de overeenkomst, zodat hij steeds kon stoppen, of hooguit dat sprake was van een overeenkomst voor de sloop- en voorbereidende werkzaamheden, die hij heeft afgerond. [appellant] heeft verder betwist dat een opleverdatum is afgesproken en dat door het neerleggen van de werkzaamheden door [appellant] een jaar vertraging is opgetreden. 5.3 [geïntimeerde] baseert zijn vordering op een overeenkomst tot aanneming van werk. Hij heeft gesteld dat deze overeenkomst inhield dat [appellant] in de panden vier appartementen zou realiseren, waarvan een zou worden opgeleverd op 1 oktober 2018 en daarna zou iedere maand een nieuw appartement worden opgeleverd, althans zouden de andere appartementen op 31 december 2018 worden opgeleverd. 5.4 [geïntimeerde] heeft ter onderbouwing van zijn betoog voornamelijk gewezen op de e-mail van 31 juli 2018. Die is geschreven nadat het conflict was ontstaan. [appellant] heeft de weergave van de afspraak in [geïntimeerde] e-mail destijds niet betwist, maar ook niet erkend. In hoger beroep heeft [appellant] , zoals hierboven vermeld, de inhoud van de door [geïntimeerde] in de e-mail beschreven afspraken betwist. De inhoud van de overeenkomst staat daarom nog niet vast. [geïntimeerde] is degene die zich beroept op de schadevergoedingsplicht als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Op hem rust daarom de bewijslast van de inhoud van de overeenkomst die [appellant] niet zou zijn nagekomen. Dat is conform de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [geïntimeerde] heeft bewijs aangeboden van zijn stellingen. Het hof zal [geïntimeerde] daarom toelaten te bewijzen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.