← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:11625

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003615-19 Uitspraak d.d.: 23 december 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Badhoevedorp, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 26 juni 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-880583-16, 05-780094-17 en 05-780083-17, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, thans verblijvende in [verblijfplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 december 2019, 18 februari 2020, 12 maart 2020, 11 mei 2020, 4 augustus 2020, 27 oktober 2020, 19 januari 2021, 7 april 2021, 1 juli 2021, 27 september 2021, 30 september 2021, 6 oktober 2021, 13 oktober 2021, 29 november 2021 en 23 december 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J-H.L.C.M. Kuijpers naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw recht doen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak met parketnummer 05-880583-16 (Onderzoek Bosnië): 1primair:hij op of omstreeks 31 december 2015 te Kerkdriel, in elk geval in de gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 1988) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een of meer (automatisch(e)) vuurwapen(

  1. s)een of meer kogel(
  2. s)in het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten; 1subsidiair:hij op of omstreeks 31 december 2015 te Kerkdriel, in elk geval in de gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 1988) opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een of meer (automatisch(e)) vuurwapen(
  3. s)een of meer kogel(
  4. s)in het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten; 2primair:hij op of omstreeks 31 december 2015 te Kerkdriel, in elk geval in de gemeente Maasdriel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of ander(en), althans alleen, [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag] 1985) en/of [slachtoffer 3] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een of meer (automatische) vuurwapen(
  5. s)op/in de richting van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2subsidiair:hij op of omstreeks 31 december 2015 te Kerkdriel, in elk geval in de gemeente Maasdriel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of ander(en), althans alleen, [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag] 1985) en/of [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, met een of meer (automatische) vuurwapen(
  6. s)op/in de richting van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 2015 tot en met 30 december 2015 te Kerkdriel en/of Amsterdam en/of Capelle aan den IJssel, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf van moord en/of doodslag in vereniging (te weten de liquidatie van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ), in ieder geval van enig misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten minste 8 jaren is gesteld, (telkens) opzettelijk een of meer (automatische) vuurwapen(
  7. s)en/of een of meer voertuig(
  8. en)(te weten een BMW en/of een Ford Fiesta), bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad, en/of is/zijn daarmee (telkens) naar [plaats delict] te Kerkdriel gereden. Zaak met parketnummer 05-780094-17 (Onderzoek Brandberg): hij op of omstreeks 7 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, (meerdere malen) met twee, in elk geval één, (automatisch(e)) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9mm Parabellum), een of meerdere kogel(
  9. s)op die [slachtoffer 4] af te vuren, waardoor die [slachtoffer 4] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam, werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] is overleden. Zaak met parketnummer 05-780083-17 (Onderzoek IJshamer): primair: hij en/of zijn mededader(
  10. s)op of omstreeks 3 april 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of verdachtes mededader(
  11. s)voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5] en/of een onbekend gebleven persoon opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een of meer (automatische) vuurwapens een of meer kogels hebben/heeft afgeschoten op/in de richting van die [slachtoffer 5] en/of die onbekend gebleven persoon, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een persoon, genaamd ‘ [bijnaam Fr.] ’ en/of een of meer andere personen op of omstreeks 3 april 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die ‘ [bijnaam Fr.] ’ en/of verdachte en/of hun/zijn mededader(
  12. s)voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5] en/of een onbekend gebleven persoon opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met een of meer (automatische) vuurwapens een of meer kogels hebben/heeft afgeschoten op/in de richting van [slachtoffer 5] en/of een onbekend gebleven persoon, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 maart 2016 tot en met 3 april 2016 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, hierin bestaande dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een peilbaken/zender onder het/een voertuig van het beoogd slachtoffer ( [slachtoffer 5] ) te plakken/bevestigen en/of het beoogd slachtoffer ( [slachtoffer 5] ) in de gaten heeft gehouden en/of heeft gevolgd en/of informatie omtrent diens verblijfplaats heeft doorgegeven aan die [medeverdachte 1] , die [medeverdachte 2] , die ‘ [bijnaam Fr.] ’ en/of anderen/andere potentiële schutters. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Ennetcom Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat het Ennetcomsysteem niet betrouwbaar is. Hij heeft in dit verband gewezen op verschillende problemen met het systeem en de werking daarvan, zoals het hergebruiken van e-mailadressen en het retentiebeleid dat niet goed functioneerde. Volgens de raadsman is er onvoldoende informatie gegeven over de inrichting en de werking van het Ennetcomsysteem. De vele problemen rond de werking van het systeem en de onbekendheid van de oorzaak van die problemen maken dat de integriteit van de informatie afkomstig uit het Ennetcomsysteem in twijfel moet worden getrokken. Deze informatie is onbetrouwbaar en kan niet tot het bewijs worden gebruikt. Als het hof de Ennetcomdata wel voldoende betrouwbaar acht, kunnen de Ennetcomberichten niet voor het bewijs worden gebruikt omdat sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. De verdediging heeft immers geen reële mogelijkheid gehad om het beslissende bewijs - te weten de Ennetcomberichten - te betwisten. In dit verband heeft de raadsman - onder meer - aangevoerd dat getuigenverzoeken van de verdediging zijn afgewezen en dat het niet is gelukt om [getuige 1] , de maker van het Ennetcomsysteem, als getuige te horen. Daarnaast heeft de verdediging onvoldoende tijd en gelegenheid gehad om de originele berichten en de metadata te kunnen bestuderen. Om het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM te verzekeren, is het noodzakelijk om de Ennetcomberichten van het bewijs uit te sluiten. Als het hof van oordeel is dat de betrouwbaarheid van het Ennetcomsysteem en het recht op een eerlijk proces niet in het geding zijn, dan heeft de raadsman verzocht om alsnog de volgende getuigen te horen: [getuige 1] ; [getuige 2] ; [getuige 3] ; [getuige 4] ; [getuige 5] ; [getuige 6] . Daarnaast heeft de verdediging de volgende verzoeken gedaan: het voegen van de datasets van de 154 accounts die zijn genoemd op de lijst van accounts die zijn uitgezonderd van het retentiebeleid; voldoende tijd (minstens drie maanden extra) voor kennisneming van de inhoud van de verstrekte datasets en voor de voorbereiding van de verdediging. Oordeel van het hof Verkrijging Ennetcomdata Het hof overweegt ambtshalve over de wijze van verkrijgen van de Ennetcomdata als volgt. Op 9 september 2016 is bij het Superior Court of Justice te Toronto een door Nederland op basis van artikel 15, lid 1, van de Wet Wederzijdse Rechtshulp in strafzaken R.S.C. c. 30. ingediend rechtshulpverzoek behandeld door deze Canadese rechter. Dit verzoek strekte er - kort gezegd - toe dat de data op de BES-server(
  13. s)in Toronto (Canada), waarvan de telefoontoestellen van Ennetcom gebruik maken voor hun communicatie, zouden worden veilig gesteld en dat alle beschikbare gegevens van deze servers zouden worden overgedragen aan Nederland ten behoeve van nader onderzoek in Nederland. Dit verzoek werd gedaan in het kader van het onderzoek 26DeVink en drie andere Nederlandse strafrechtelijke onderzoeken waarbij het ernstige vermoeden was gerezen dat personen die betrokken zijn bij liquidaties gebruik maakten van crypto-telefoons die geleverd zijn door Ennetcom en gebruik maakten van dezelfde digitale infrastructuur in Canada om met elkaar te communiceren in Nederland en desgewenst wereldwijd. Op 13 september 2016 heeft het Superior Court of Justice in Toronto beslist dat de veiliggestelde data aan de bevoegde justitiële autoriteiten van Nederland zullen worden overgedragen, ten behoeve van de vier expliciet in het rechtshulpverzoek genoemde onderzoeken. Daarnaast is bepaald dat - onder voorwaarden - de gegevens ook gebruikt mogen worden in andere Nederlandse strafrechtelijke onderzoeken. De Canadese rechter heeft de beslissing of deze gegevens gebruikt mogen worden in andere onderzoeken neergelegd bij de Nederlandse autoriteiten, in die zin dat hier een rechterlijke machtiging aan vooraf moet gaan. Daarnaast is het gebruikmaken van de gegevens door dezelfde Canadese rechter beperkt tot onderzoek en vervolging van strafbare feiten die een overtreding vormen van art. 45, 46, 140, 157, 287, 289, 420bis, 420ter en 420quater van het Nederlands Wetboek van Strafrecht. In het onderzoek Bosnië is gebleken dat er door, bij de (poging tot) liquidatie op de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] op 31 december 2015, betrokken verdachten vermoedelijk gebruik is gemaakt van communicatie via de servers van Ennetcom. Eén van de daders van deze liquidatie maakte gebruik van het PGP-e-mailadres [e-mailadres 1] (hierna: 9b16). Op vordering van de officier van justitie van 3 januari 2017 is door de rechter-commissaris bij beslissing van 3 januari 2017 toestemming gegeven om in de Ennetcomdata onderzoek te verrichten naar voornoemd e-mailadres onder de voorwaarde dat voor zover relevante gegevens werden aangetroffen in verband met dit e-mailadres, alsmede de e-mailadressen en toestellen die daarmee in direct contact stonden, de bevindingen met betrekking tot die gegevens op een nader te bepalen datum aan de processtukken zouden worden toegevoegd. Naar het oordeel van het hof is hiermee gehandeld binnen de kaders van artikel 1 Sv. De Nederlandse wet kent geen bepaling die is geschreven voor de toetsing die de Canadese rechter als voorwaarde stelde aan het gebruik van Ennetcomdata in andere strafzaken. Duidelijk is dat de Canadese rechter nadrukkelijk de mogelijkheid heeft opengelaten dat ook in andere strafrechtelijke onderzoeken naar ernstige misdrijven gebruik zou worden gemaakt van Ennetcomdata, aangezien de toetsing van verzoeken daar uitdrukkelijk is neergelegd bij de Nederlandse rechter. Daarmee heeft de Canadese rechter als het ware een extra waarborg vast willen leggen. Door de beslissing over te laten aan de rechter-commissaris, de hoogste toetsingsfunctionaris, is naar het oordeel van het hof gehandeld binnen de door de Canadese rechter gestelde kaders en bovendien binnen de kaders van de Nederlandse wet. Uit het stelsel van de wet volgt dat bij een inbreuk op de vrijheden of rechten van burgers de autoriteit die toestemming moet verlenen, hoger moet zijn als de ernst van de inbreuk toeneemt (bij een beperkte inbreuk is de bevoegdheid verleend aan alle verbalisanten en naar mate de ernst van de inbreuk toeneemt, is de bevoegdheid verleend aan respectievelijk een hulpofficier van justitie, een officier van justitie of een rechter-commissaris). Toestemming voor ernstige inbreuken op vrijheden of rechten kan alleen worden verleend voor de opsporing van zware misdrijven (het proportionaliteitsbeginsel). Ook wordt alleen toestemming verleend als het doel niet op andere wijze dan door een inbreuk op rechten of vrijheden kan worden bereikt (het subsidiariteitsbeginsel). Voor de inhoudelijke toetsing van de beschikbaarstelling van de Ennetcomdata heeft de rechter-commissaris gekozen voor art. 126ng Sv. De toets in dit artikel ligt bij de rechter-commissaris, de hoogste toetsingsfunctionaris binnen de Wet Bob. De rechter-commissaris heeft zijn toestemming verleend op basis van een plan van aanpak waarin de zoektermen zijn opgenomen waarmee de Ennetcomdata zijn doorzocht. De strafbare feiten die onderzocht werden in het opsporingsonderzoek Brandberg vallen binnen de voorwaarden die door de Canadese rechter en art. 126ng Sv worden gesteld. Uit het omvangrijke dossier volgt dat er weinig ander bewijs is dat op andere wijze kon leiden tot de identificatie van de daders. Er is geen strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het hof komt dan tot de conclusie dat geen sprake is van schending van artikel 6 van het EVRM, artikel 10 en 13 van de Grondwet en artikel 1 Sv. Equality of arms Het hof vat het verweer van de raadsman op als een beroep op ‘equality of arms’. Het hof overweegt allereerst dat - ook gelet op andere te respecteren belangen - uit het beginsel van ‘equality of arms’ niet voortvloeit dat de verdachte aanspraak kan maken op kennisneming van alle informatie die als resultaat van opsporing is verkregen, dan wel als aanleiding voor de opsporing heeft gediend. Anders gezegd, het recht van de verdachte om in de gelegenheid te worden gesteld om methoden en resultaten van onderzoek te betwisten, valt niet samen met een ongeclausuleerd recht om deze te controleren. Een opsporingsinstantie heeft een andere positie dan de verdediging. Het criterium is niet dat de verdediging dezelfde mogelijkheden moet hebben als de opsporingsinstantie, maar dat de verdediging de mogelijkheid heeft om de resultaten van het onderzoek te betwisten en tot op zekere hoogte te controleren. Het gaat om de effectieve controlemogelijkheden. De verdediging is immers ook niet gebonden aan dezelfde regels als de politie als het aankomt op opsporen. De stelling dat de verdediging over dezelfde mogelijkheden als de politie zou moeten beschikken is derhalve onjuist. De stelling miskent dat de functie van de politie, haar taakomschrijving en de regelgeving waaraan zij is gebonden bij haar taakuitoefening, waaronder die over gebruik en opslag van gegevens, nauwkeurig zijn omschreven. Dat brengt met zich dat ook de politie indien zij over een enorm bestand aan gegevens beschikt, zoals de data van de Ennetcomserver, die gegevens slechts mag onderzoeken en gebruiken voor zover dat noodzakelijk is bij haar taakuitoefening, met inachtneming van regelgeving en afweging van belangen van derden. De verdediging heeft een andere functie. Zij dient de belangen van één persoon, de verdachte. Als de verdediging, zoals zij stelt, ongebreideld en ongecontroleerd toegang zou moeten hebben tot alle informatie waarover ook de politie kan beschikken, zou dat een onaanvaardbare inbreuk opleveren op het recht op privacy van alle andere personen dan verdachte, van wie het gegevens betreft. De verdediging heeft in hoger beroep verzocht om onbeperkt alle Ennetcomdata te kunnen doorzoeken, zonder de beperking dat van tevoren een toets zou plaatsvinden van de door de verdediging gebruikte zoektermen. Het hof acht een voorafgaande toets echter gerechtvaardigd en noodzakelijk met het oog op de bescherming van belangen van de vele duizenden gebruikers van Ennetcom en die van opsporing van andere strafbare feiten. Die toets dient naar het oordeel van het hof een rechterlijke toets te zijn. De stelling van de verdediging dat dit een ongeoorloofde inperking is van haar rechten is niet alleen onjuist, maar een onbeperkte toegang zou er ook toe leiden dat de verdediging een ruimere toegang tot de Ennetcomdata zou hebben dan de politie. Dat laatste kan, op grond van wat hiervoor al is besproken, in onderling verband en samenhang bezien, niet aan de orde zijn. De verdediging heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de mogelijkheid gehad om bij het NFI via het speciaal daarvoor ontwikkelde zoekprogramma Hansken de Ennetcomdata te onderzoeken. Deze geboden mogelijkheid betreft de complete dataset waarover het openbaar ministerie/de politie beschikt, dus niet alleen de data die zien op het onderhavige onderzoek. In de zaak van verdachte geldt daarnaast het volgende. Naar aanleiding van een verzoek van de raadsman van een medeverdachte, bij welk verzoek de verdediging zich op het laatst heeft aangesloten, heeft het openbaar ministerie verdachte en verdediging in de gelegenheid gesteld een deel van de datasets op PDF-formaat in te zien en vrij te doorzoeken met de bijgeleverde zoekfunctie. Het hof heeft het verstrekken van gegevens op PDF-formaat toegestaan. Dat heeft het hof niet gedaan omdat het van oordeel is dat de verdediging voordien onvoldoende mogelijkheden heeft gehad om onderzoek te verrichten, maar omdat er geen reden is om de verdediging niet ter wille te zijn als er aanvullende, voor de verdediging makkelijker alternatieven voor onderzoek naar de datasets beschikbaar komen. Daarmee heeft de verdediging een extra middel verkregen om in ieder geval een deel van de Ennetcomdata (namelijk de subdatasets, zij het zonder de notities) zonder beperkingen in tijdstippen te doorzoeken. Dat de notities in deze fase niet op PDF-formaat raadpleegbaar waren leidt niet tot de conclusie dat de equality of arms geschonden is. Het hof heeft al vastgesteld dat met de eerder geboden onderzoeksmogelijkheden de verdediging voldoende mogelijkheden heeft gehad de datasets te onderzoeken. Er is dan ook niet gebleken van enige schending van het recht van [verdachte] op een eerlijk proces. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging. Betrouwbaarheid en authenticiteit Met de raadsman en de advocaten-generaal stelt het hof vast dat de theoretische mogelijkheid bestaat - net als bij elk ICT-systeem dat is aangesloten op het internet - om Ennetcom te hacken of de data op andere wijze door technische omstandigheden of menselijk ingrijpen te beïnvloeden. Een dergelijke algemene vaststelling is echter onvoldoende om aan te nemen dat de Ennetcomdata onbetrouwbaar zijn, te meer nu uit de stukken blijkt dat er aan een groot aantal voorwaarden voldaan moet worden om deze data te kunnen manipuleren. Ennetcom B .V. heeft de communicatie met PGP-telefoons ontwikkeld om anonieme en versleutelde communicatie tussen de gebruikers mogelijk te maken. Ongeveer 19.000 gebruikers maakten gedurende een lange periode naar volle tevredenheid gebruik van de service van Ennetcom. Uit het dossier - onder andere uit de verhoren van [betrokkene 1] , de overgelegde incidentenlijst en het onderzoek van de politie naar de betrouwbaarheid van Ennetcom - blijkt naar het oordeel van het hof dat Ennetcom ook daadwerkelijk deed wat het beloofde en dat er in al die jaren betrekkelijk weinig klachten/incidenten zijn geweest. Als deze er wel waren dan werden deze snel en adequaat opgelost. Bovendien is gebleken dat het retentiebeleid van Ennetcom - namelijk dat berichten die niet handmatig door gebruikers werden verplaatst automatisch verwijderd werden - goed werkte. Het hof overweegt ten overvloede dat uit de zich in het dossier bevindende berichten blijkt dat de berichtenuitwisseling van de niet verwijderde berichten tussen verschillende gebruikers van de PGP-telefoons adequaat verloopt. Uit de bewaarde data valt te concluderen dat de gebruikers telkens weten met wie ze berichten uitwisselen en dat (een deel van) de aangetroffen berichten op elkaar aansluit(en). Het hof acht het op voorhand onaannemelijk dat, zoals de verdediging suggereert, derden Ennetcomdata hebben gemanipuleerd om verdachte in verband te brengen met strafbare feiten waarmee hij niets te maken heeft. Allereerst kende het Ennetcom duizenden gebruikers en werden berichten versleuteld. Het systeem werd gedurende de tijd dat het gebruikt werd als onkraakbaar door politie en justitie beschouwd. Voor manipulatie was kennis van de systemen en de sleutels nodig, alsmede kennis en software om berichtenverkeer en data te manipuleren en kennis omtrent de delicten waarmee men [medeverdachte 1] in verband wilde brengen. Die berichten zouden dan ook (in ieder geval grotendeels) bewaard moeten blijven. Tenslotte zou degene die manipuleerde er vanuit moeten zijn gegaan dat politie en justitie toegang tot de data zouden krijgen en die zouden kunnen ontsleutelen. Niettemin hebben rechtbank en hof de verdediging in de gelegenheid gesteld om getuigen te horen omtrent de betrouwbaarheid van de verkregen Ennetcomdata. Uit die verhoren blijkt dat er weliswaar op onderdelen problemen waren bij Ennetcom, zoals, als gezegd, overigens bij elk IT systeem van enige omvang, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die maken dat aan de authenticiteit van de Ennetcomdata getwijfeld hoeft te worden. [verdachte] is geconfronteerd met de PGP-berichten die het openbaar ministerie belastend heeft uitgelegd en hij heeft dus de mogelijkheid gehad om op deze informatie te reageren en/of de inhoud daarvan te betwisten. Het hof stelt vast dat de verdediging niet aan de hand van concrete berichten heeft gemotiveerd dat en zo ja waarom er sprake zou zijn van onjuistheden of onvolledigheden. Met andere woorden: er is niet gemotiveerd waarom de betrouwbaarheid van deze informatie in twijfel getrokken zou moeten worden. [verdachte] heeft in dit kader enkel aangevoerd dat hij de telefoons in bewaring had voor anderen en dat hij ook zijn eigen telefoons regelmatig aan anderen uitleende. De raadsman heeft in zijn algemeenheid gewezen op de omstandigheid dat de toegang tot Ennetcom niet waterdicht was, waardoor niet vastgesteld zou kunnen worden wie welk bericht daadwerkelijk heeft gestuurd. Hij heeft hierbij gewezen op de verhoren van [betrokkene 1] . Naar het oordeel van het hof is de gegrondheid van de verweren van de verdediging over de betrouwbaarheid van de Ennetcomdata niet aannemelijk geworden. Voorts is niet aannemelijk geworden dat medewerkers van Ennetcom toegang hadden tot de keyservers en de kennis hadden om (metadata van) de Ennetcom-berichten en notities aan te passen. De enkele theoretische mogelijkheid dat één of meer personen over deze toegang en/of kennis beschikten, betekent niet dat aannemelijk is dat een dergelijke aanpassing daadwerkelijk is gebeurd. Ook niet aannemelijk is geworden dat anderen dan medewerkers van Ennetcom toegang hadden tot de keyservers en de kennis hadden om data aan te passen. Er zijn aanwijzingen dat men bij [bedrijf 1] beschikte over het wachtwoord van slechts één van de twee aanwezige keyservers namelijk het algemene PGP gedeelte, maar het door het openbaar ministerie verkregen materiaal betreft juist voornamelijk berichten die zijn versleuteld met keys die waren opgeslagen op de keyserver van het S/MIME gedeelte. Er zijn geen aanwijzingen dat medewerkers van [bedrijf 1] de kennis of enig motief hadden om berichten, laat staan Nederlandstalige berichten, aan te passen. Het hof deelt de conclusie dat uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er wel eens fouten zijn gemaakt binnen Ennetcom, maar dat wel eens sprake was van fouten is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het gehele Ennetcom-systeem onbetrouwbaar is en dat (daarom) de data uit het systeem geen bewijswaarde hebben. Als er al sprake zou zijn van manipulatie van het systeem of van de berichten, dan is het hof van oordeel dat uit de onderbouwing van de verdediging - en ook anderszins niet - op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat dit ook gebeurd is met de berichten/accounts die worden toegeschreven aan [verdachte] . Sterker nog: gelet op het geheel aan bewijsmiddelen, ook uit andere bron, en de mate van gedetailleerdheid acht het hof dat volstrekt onwaarschijnlijk. Uit het voorgaande volgt dat het hof als uitgangspunt neemt dat de Ennetcom-berichten en de notities die zijn aangetroffen in het account van een gebruiker, afkomstig zijn van deze gebruiker of aan hem zijn verzonden en dat deze berichten of notities niet zijn aangetast of vervalst. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de inhoud van de PGP-berichten op een groot aantal onderdelen overeenkomt met de inhoud van de bewijsmiddelen, zoals hierna zal worden weergegeven. De inhoud van die berichten vindt aldus bevestiging in andere bewijsmiddelen. Uit de stukken blijkt op welke wijze de politie de identiteit van de personen achter de Ennetcom-accounts - waaronder [verdachte] - heeft vastgesteld. Gelet op het voorgaande oordeelt het hof dat de Ennetcomdata betrouwbaar zijn en voor het bewijs in deze zaak kunnen worden gebruikt. Verzoeken Hiervoor heeft het hof geoordeeld dat de betrouwbaarheid van het Ennetcomsysteem en het recht van [verdachte] op een eerlijk proces niet in het geding zijn. Dat betekent dat thans de hiervoor genoemde voorwaardelijk geformuleerde onderzoekswensen van de verdediging aan de orde zijn. Het hof stelt voorop dat al deze verzoeken beoordeeld dienen te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium, waarbij steeds in acht moet worden gehouden dat sprake dient te zijn van een ‘fair trial as a whole’. De verdediging wenst de zes genoemde getuigen te horen om - kort gezegd - de betrouwbaarheid van het Ennetcomsysteem te kunnen onderzoeken. Gelet op de onderbouwing die de raadsman aan de verzoeken ten grondslag heeft gelegd, is het hof van oordeel dat de noodzaak om deze verzoeken toe te wijzen niet is gebleken. Het hof zal deze verzoeken dan ook afwijzen. In het bijzonder overweegt het hof nog als volgt. Op voorhand is de mogelijkheid dat de Ennetcomdata zijn gemanipuleerd onaannemelijk. Allereerst zouden derden daarvoor niet alleen toegang moeten hebben tot de door de beheerders van het systeem gebruikte software, maar ook tot de keyservers. In theorie is dat mogelijk maar aanwijzingen daarvoor zijn er niet. Vervolgens zouden die derden berichtenverkeer moeten vervalsen. Ook dat zal in theorie wellicht mogelijk zijn, maar zoals blijkt uit een verhoor van een deskundig getuige is deze getuige geen software bekend die dat mogelijk maakt. Vervolgens zouden die derden zeer specifieke kennis moeten hebben van op handen zijnde of gepleegde liquidaties om berichtverkeer te kunnen simuleren dat betrekking heeft op die liquidaties. Dat berichtverkeer moet dan ook passen bij andere onderzoeksgegevens, bijvoorbeeld gegevens verkregen uit plaatsbepaling van gebruikte telefoontoestellen. Ten slotte zouden die derden een belang moeten hebben bij manipulatie van berichtverkeer en ervan uit moeten gaan dat de politie uiteindelijk toegang zou krijgen tot de berichten van het destijds als nagenoeg onkraakbare systeem. Ondanks het feit dat manipulatie onaannemelijk is, hebben de rechtbank en het hof de verdediging in de gelegenheid gesteld getuigen te bevragen omtrent het Ennetcomsysteem. Daaruit zijn evenmin aanwijzingen gekomen voor manipulatie van het systeem. Wel heeft iemand zich ooit bij een reseller van Ennetcom ten onrechte voorgedaan als gebruiker van een account van een ander en dit account op zijn eigen toestel laten zetten, maar dat is door de oorspronkelijke gebruiker ontdekt en sindsdien zijn maatregelen ter voorkoming genomen door Ennetcom. Ook na het horen van vele getuigen is de stelling van de verkregen Ennetcomdata niet betrouwbaar zijn, volstrekt onaannemelijk gebleven. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om in dit verband nog getuigen te horen. Ten aanzien van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] valt, gelet op de onderbouwing van het verzoek, niet in te zien wat het belang van het horen van deze getuigen is voor de beantwoording van één van de vragen van artikel 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek van de verdediging om [getuige 1] als getuige te horen is eerder toegewezen, maar het is, na verschillende pogingen daartoe, niet gelukt om hem te vinden. Het getuigenverhoor van [getuige 1] heeft daarom niet plaats kunnen vinden. De verdediging heeft het verzoek om [getuige 1] te horen opnieuw gedaan. Al eerder heeft het hof vastgesteld dat er voldoende inspanningen zijn verricht om zijn verblijfplaats te achterhalen. Kort voor de inhoudelijke behandeling van deze zaak is zelfs nog geprobeerd om achter zijn verblijfplaats te komen via de getuige [getuige 7] , die volgens de verdediging mogelijk over nadere informatie over de verblijfplaats van [getuige 1] zou beschikken. Mevrouw [getuige 7] bleek echter ook niet te vinden. Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat niet valt te verwachten dat [getuige 1] alsnog binnen een afzienbare termijn als getuige kan worden gehoord. Door het niet horen van [getuige 1] als getuige is onder deze omstandigheden geen sprake van een schending van het recht van [verdachte] op een eerlijk proces. De getuige [getuige 6] is op verzoek van de verdediging al bij de raadsheer-commissaris gehoord. Hij heeft toen een beroep op zijn verschoningsrecht gedaan. Het hof acht het niet noodzakelijk om hem opnieuw als getuige te horen, mede gelet op het feit dat hij nog steeds dit verschoningsrecht heeft en niet gebleken is dat hij thans een andere (proces)houding inneemt. De verdediging heeft de noodzaak tot het toewijzen van de overige twee verzoeken (het voegen van datasets en het geven van extra tijd) onvoldoende onderbouwd. Zo heeft de verdediging niet concreet gesteld waar zij naar op zoek is in de genoemde 154 datasets, zijn er geen zoektermen opgegeven en is er ook geen zoekstrategie kenbaar gemaakt. Gelet daarop valt ook niet zonder meer in te zien waarom de verdediging meer tijd nodig heeft om de reeds verstrekte datasets te kunnen bestuderen. Het hof is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat het niet-toewijzen van de verzoeken niet maakt dat sprake zou zijn van schending van het recht van [verdachte] op een eerlijk proces. Het hof betrekt hierbij ook nog de onderzoekswensen - met name de wensen die zien op de betrouwbaarheid van de Ennetcomdata - die zijn toegewezen en die wel tot resultaat hebben geleid, alsmede de overige informatie over de Ennetcomdata uit het dossier. Gelet op al het voorgaande, wijst het hof alle verzoeken van de verdediging af. Prokuratuur Standpunt van de verdediging De raadsman heeft in het kader van zowel het bewijs als de strafmaat een beroep gedaan op de Prokuratuur-jurisprudentie. Uit het Prokuratuur-arrest volgt dat een vordering tot verstrekking van privacygevoelige gegevens, zoals verkeersgegevens, vooraf gegaan dient te worden door een toetsing door een onafhankelijke instantie, niet zijnde het openbaar ministerie. Dat is in deze zaak niet gebeurd, waardoor sprake is van onrechtmatige toegang tot de verkregen historische verkeers- en locatiegegevens. Dat levert een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek op zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Dit verzuim betekent in deze zaak dat zowel artikel 8 EVRM als artikel 6 EVRM is geschonden, aldus de raadsman. Het gevolg van dit verzuim zou bewijsuitsluiting van alle onrechtmatig verkregen informatie - de verkeersgegevens en de ANPR-gegevens - of strafvermindering moeten zijn. Oordeel van het hof Het recht op eerbiediging van het privéleven (en communicatie) is onder meer vastgelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in artikel 8 EVRM en artikel 10 van de Grondwet. Het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt expliciet verwoord in artikel 8 van het Handvest. De Nederlandse politie en justitie hebben met het kopiëren van de gegevens op de BES-server van Ennetcom in Canada toegang gekregen tot een grote hoeveelheid gegevens van de gebruikers. Dit betrof niet alleen metadata, maar ook de versleutelde inhoud van verzonden berichten en notities van de gebruikers. Nadat toegang was verkregen tot de private key-server, werd ook de ontsleutelde inhoud van deze berichten en notities toegankelijk. De Nederlandse politie heeft daarmee toegang gekregen tot de volledige communicatie tussen een groot aantal gebruikers, hoewel de verzenders en ontvangers slechts werden weergegeven met een bijnaam of met een volledig e-mailadres, bestaande uit willekeurige cijfers en letters. Daarmee was dus nog niet meteen duidelijk welke persoon de verzender of ontvanger was, tenzij de politie uit (andere) onderzoeken wist wie van welke bijnaam of welk e-mailadres gebruikt heeft gemaakt. Het behoeft geen betoog dat met het kennis (kunnen) nemen van de metadata en de inhoud van de 3,7 miljoen aangetroffen berichten de gebruikers in hun recht op privacy zijn geschaad. Uit het Prokuratuur-arrest volgt dat het voor strafrechtelijke doeleinden verlenen van toegang tot de in het arrest bedoelde communicatiegegevens slechts is toegestaan in het kader van procedures ter bestrijding van zware criminaliteit en procedures ter voorkoming van ernstige bedreiging van de openbare veiligheid. Niet ter discussie staat dat in deze zaak van een dergelijke procedure sprake is, omdat het ten laste gelegde levensdelict een ‘serious crime’ betreft. Verder volgt uit het arrest dat het aan de nationale wetgever is om voorwaarden vast te stellen waaronder aanbieders van elektronische communicatiediensten aan de bevoegde nationale instanties toegang moeten verlenen tot de persoonsgegevens waarover zij beschikken. Van belang is dat die toegang onderworpen is aan een voorafgaande toetsing door een rechterlijke instantie of een onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Gelet op de vereiste onafhankelijkheid mag de instantie die die toetsing verricht niet betrokken zijn bij de uitvoering van het betrokken strafrechtelijk onderzoek en moet zij neutraal zijn ten opzichte van de partijen in de strafprocedure. Dat is niet het geval bij een openbaar ministerie dat de onderzoeksprocedure van een strafrechtelijk onderzoek leidt en in voorkomende gevallen ook optreedt als openbaar aanklager tijdens de strafprocedure. Een latere toetsing van het besluit van de officier van justitie is niet voldoende om aan het onafhankelijkheidsvereiste te voldoen, omdat de controle door een onafhankelijke autoriteit moet plaatsvinden voorafgaand aan de machtiging. Het hof is van oordeel dat de in het onderhavige onderzoek opgevraagde gegevens achteraf gezien niet door een officier van justitie gevorderd hadden mogen worden zonder voorafgaande onafhankelijke toetsing door een rechterlijke instantie of een onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Er is sprake van schending van het Unierecht die is aan te merken als een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft overwogen dat het volgens het beginsel van procedurele autonomie uitsluitend een zaak van het nationale recht is om de regels vast te stellen met betrekking tot de toelaatbaarheid van (onrechtmatig verkregen) informatie dan wel bewijs. Het hof zal daarom aansluiting zoeken bij het beoordelingskader van lid 2 van artikel 359a Sv. Bij de bepaling of, en zo ja welk, gevolg aan het verzuim verbonden dient te worden, houdt het hof rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Waar het [verdachte] betreft, constateert het hof dat de berichten van en naar hem hoofdzakelijk, zo niet geheel, te maken hebben met de zware strafbare feiten waarvoor hij wordt vervolgd en niet te maken hebben met het privéleven van [verdachte] dat bescherming verdient. Daarnaast is in de onderzoeken tegen verdachte al het uit de Ennetcomdata afkomstige onderzoeksmateriaal verkregen met voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat [verdachte] door het vastgestelde vormverzuim niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad, zodat het hof zal volstaan met de constatering dat sprake is van een vormverzuim, zonder dat daaraan een rechtsgevolg wordt verbonden. Bewijsoverwegingen Algemeen Standpunt van de verdediging In het algemeen heeft de verdediging - kort gezegd - het volgende aangevoerd over het bewijs. De bewijswaarde van de Ennetcomberichten is beperkt. De informatie uit deze berichten kan niet leidend zijn, maar kan enkel tot het bewijs worden gebruikt als deze wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verder is het mogelijk dat de PGP-telefoons door verschillende mensen zijn gebruikt. De omstandigheid dat een persoon op een bepaald moment als de gebruiker van een bepaald Ennetcom-account kan worden geïdentificeerd, hoeft niet te betekenen dat deze persoon ook op een ander moment de gebruiker van dit account is. [verdachte] heeft verklaard dat hij zijn telefoons regelmatig uitleende en dat hij daarnaast telefoons voor anderen in bewaring had. De Ford Fiesta die op zijn naam stond, werd ook door andere personen gebruikt. In deze auto zouden verschillende PGP-telefoons van die personen aanwezig zijn. De namen van deze personen kan [verdachte] niet noemen uit angst voor zijn leven en dat van zijn familie. Oordeel van het hof Het hof zal hierna waar nodig ingaan op deze algemene verweren van de verdediging. Onderzoek Bosnië Standpunt van het openbaar ministerie De advocaten-generaal hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle drie de feiten die in het Onderzoek Bosnië ten laste zijn gelegd. Hij heeft daartoe - kort gezegd - het volgende naar voren gebracht. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat [verdachte] één van de schutters is geweest. De camerabeelden die zich in het dossier bevinden, bieden geen enkel aanknopingspunt voor die stelling. Specifieke persoonskenmerken zijn op deze beelden immers niet te zien. De conclusie dat de schutters ook op eerdere momenten op de camping in Kerkdriel aanwezig zijn geweest, kan op basis van de camerabeelden niet worden getrokken. Daarnaast moeten de analyses van de verkeersgegevens van de voertuigen en de verschillende telefoons met behoedzaamheid worden beschouwd en met terughoudendheid worden gewaardeerd, aldus de raadsman. De raadsman heeft aan de hand van enkele voorbeelden gesteld dat de conclusies van de rechtbank op basis van deze gegevens geen hout snijden. De verkeersgegevens zijn in elk geval onvoldoende om de gebruiker van de telefoontoestellen te kunnen identificeren. Ook staat niet vast dat deze gebruiker steeds dezelfde persoon was. Nu niet kan worden bewezen dat [verdachte] één van de schutters was, moet hij worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten in het Onderzoek Bosnië. [verdachte] moet ook van het onder 3 tenlastegelegde feit worden vrijgesproken, omdat niet vastgesteld kan worden dat de personen die op de camerabeelden zijn gezien met een voorverkenning bezig waren, dan wel dat zij goederen voorhanden hadden die waren bestemd tot het begaan van een moord. Daarbij komt dat niet vaststaat dat de personen die in de tenlastegelegde periode op de camerabeelden te zien zijn dezelfde personen zijn als de schutters op 31 december 2015. Oordeel van het hof De door de verdediging gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Er is geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. In het bijzonder overweegt het hof het volgende. De feiten Op 31 december 2015 zijn [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] in Kerkdriel, bij de [plaats delict] , rijdend in een auto, door twee schutters beschoten. [slachtoffer 1] is als gevolg van deze schietpartij overleden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] zijn allebei gewond geraakt. Er zijn camerabeelden beschikbaar van de schietpartij. Op deze beelden is te zien dat er om 17.35 uur een donkere auto, een stationwagen, met dimlicht over de [straat 1] kwam aanrijden en parkeerde op de parkeerplaats van de [plaats delict] . Op het moment dat de auto waarin de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] en [slachtoffer 2] zaten - een witte Mercedes - het campingterrein verliet, rende de eerste schutter de donkere auto uit. Deze schutter droeg een capuchon met een bontkraag. Hij schoot gericht op de bestuurder van de witte Mercedes. Rechtsachter deze schutter bevond zich de tweede schutter. Ook deze heeft op de Mercedes geschoten. Beide schutters hebben meer dan tien keer geschoten. Op het parkeerterrein bij de [plaats delict] zijn hulzen aangetroffen. Op 31 december 2015 omstreeks 18.24 uur is een autobrand gemeld in Zaltbommel. Het kenteken van deze auto was [kenteken 1] . Het betrof een BMW. Rondom de auto zijn hulzen en kogelpunten gevonden. Uit onderzoek is gebleken dat deze auto gestolen was en dat voornoemd kenteken niet het originele kenteken van deze auto was. In de auto werden verbrande resten van twee wapens aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat het om twee automatische wapens van het merk CZ (kaliber 7,62mm) ging. Vervolgens is onderzoek gedaan naar een mogelijk verband tussen de schietpartij en deze uitgebrande BMW. Daarbij is gekeken naar uiterlijke overeenkomsten van deze auto met de donkere auto die op de camerabeelden van de [plaats delict] is te zien. Bij deze vergelijking zijn meerdere overeenkomsten aangetroffen. Verder zijn de twee (verbrande) automatische wapens vergeleken met de aangetroffen hulzen op de camping. Uit het door het NFI verrichte onderzoek leidt het hof af dat deze hulzen zijn verschoten met de twee automatische vuurwapens in de uitgebrande BMW. Er zijn ook delen van kogels aangetroffen in het lichaam van [slachtoffer 1] . Uit het onderzoek van het NFI leidt het hof af dat deze kogelmanteldelen zijn afgevuurd uit de loop van één van de twee in de BMW aangetroffen automatische vuurwapens. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de twee automatische wapens die in de in Zaltbommel aangetroffen BMW zijn gevonden, door de twee schutters zijn gebruikt bij de schietpartij bij de camping in Kerkdriel. Na de schietpartij zijn de schutters er in deze BMW vandoor gegaan. De voorbereiding De broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] verbleven sinds enkele weken voor 31 december 2015 in chalet 218 op de [plaats delict] in Kerkdriel. Dit chalet was moeilijk te vinden. De getuige [getuige 8] heeft verklaard dat hij één of twee dagen voor de schietpartij rond 19.00 uur de camping op reed en toen werd aangesproken door twee Marokkaanse jongens. Eén van deze jongens vroeg waar chalet 201 was. Chalet 201 bevindt zich net voor het pad dat leidt naar chalet 218. Uit de camerabeelden van de [plaats delict] in de periode van 28 december tot 31 december 2015 blijkt dat twee onbekende mannen op vijf verschillende momenten een bezoek hebben gebracht aan deze camping. nHet eerste bezoek vond plaats op 28 december omstreeks 20.38 uur. Eén van de twee mannen droeg een capuchon en had een vreemd loopje. Omstreeks 20.42 uur liepen de twee mannen langs de slagboom het campingterrein op. Op 29 december 2015 vonden er meerdere bezoeken plaats aan de camping in Kerkdriel. Om 03.20 uur ’s nachts is te zien dat een donkere auto, een stationwagen, het parkeerterrein van de camping op reed. Opnieuw liepen twee onbekende personen het campingterrein op. Bij één van de mannen was een op een automatisch vuurwapen gelijkend voorwerp te zien. Deze man had opnieuw een afwijkende manier van lopen. Om 20.42 uur op diezelfde dag is ook te zien dat twee onbekende personen de camping opliepen. Wederom werd bij één van de mannen een afwijkende manier van lopen gezien. Daarnaast waren er qua signalementen ook andere overeenkomsten te zien met de twee onbekende mannen van de eerdere hiervoor beschreven bezoeken aan de camping. Om 21.30 uur is te zien dat een donkere stationwagen het parkeerterrein van de camping opreed. Om 22.11 uur stapten twee mannen uit deze auto en vervolgens liepen zij het terrein van de camping op. Qua kleding waren overeenkomsten te zien met de kleding van de twee mannen die om 20.42 uur de camping op liepen. Om 22.13 uur stapten de mannen weer in de donkere auto. Om 22.35 uur stapte de bestuurder uit. Hij rende toen, vermoedelijk met een vuurwapen (een automatisch geweer) in zijn hand, de auto uit. Nadat er een andere auto voorbij reed, rende deze persoon terug naar de donkere auto. Deze donkere auto vertoonde grote overeenkomsten met de auto waarmee de twee verdachten op 31 december 2015 na het schietincident zijn weggereden, te weten de BMW met het kenteken [kenteken 1] . Op 30 december 2015 omstreeks 19.20 uur liepen opnieuw twee mannen het campingterrein op. Eén van deze mannen maakte een opvallende zwabberbeweging met zijn linkerbeen. De signalementen van deze twee mannen stemmen op verschillende punten overeen met de signalementen van de schutters van de schietpartij op 31 december 2015. Bovendien zijn qua signalement overeenkomsten te zien met die van de onbekende mannen die de camping voor 31 december 2015 hebben bezocht. Het hof gaat er mede daarom van uit dat dit steeds dezelfde twee mannen waren. Er is ook onderzocht of de BMW met het kenteken [kenteken 1] in de periode voor 31 december 2015 samen heeft gereisd met een ander voertuig. Daartoe zijn de geregistreerde kentekens in de periodes van vijf minuten voor en na de registraties van het kenteken [kenteken 1] opgevraagd. Gebleken is dat een auto met het kenteken [kenteken 2] in de nacht van 29 december 2015 op drie momenten op dezelfde camera is geregistreerd als de BMW met het kenteken [kenteken 1] . Tussen deze registraties zaten slechts enkele seconden. De auto met het kenteken [kenteken 2] betrof een Ford Fiesta. Deze stond in de periode van 19 december 2015 tot en met 5 januari 2016 op naam van [verdachte] . Voornoemde BMW heeft zich dus op 29 december 2015 op verschillende momenten in de onmiddellijke nabijheid bevonden van de auto van [verdachte] . Op de camerabeelden van de [plaats delict] is, zoals hiervoor al is beschreven, te zien dat twee mannen op 28 december 2015 omstreeks 20.38 uur bij de camping arriveerden. Om 20.30 uur, 20.32 uur en om 20.34 uur die dag was er een voertuig op de camerabeelden te zien die grote overeenkomsten vertoonde met de Ford Fiesta die destijds op naam stond van [verdachte] . Uit de bewijsmiddelen (zendmastgegevens) blijkt verder dat de telefoonnummers eindigend op 3028, 5126 en 2202 op 28 december 2015 dezelfde reisbewegingen hebben gemaakt als de auto met het kenteken [kenteken 2] . Deze telefoonnummers zijn - zoals hierna nog zal worden overwogen - in gebruik geweest bij [verdachte] . [verdachte] heeft verklaard dat hij de Ford Fiesta met het kenteken [kenteken 2] in gebruik heeft gehad. Hij heeft ook verklaard dat hij deze auto in de periode van 28 tot en met 31 december 2015 heeft uitgeleend. Het hof acht deze laatste verklaring van [verdachte] niet aannemelijk geworden. Zo heeft hij niet gezegd aan wie hij zijn auto zou hebben uitgeleend. Daarnaast wijst het hof op het feit dat bij alle bezoeken aan de camping één of meerdere telefoonnummers van [verdachte] dezelfde reisbewegingen hebben gemaakt als de Ford Fiesta en dat hij het op verschillende momenten heeft over zijn auto (“m’n waggie/wakkie”), zoals in het tapgesprek van 25 december 2015 om 16.35 uur met [betrokkene 2] . In datzelfde tapgesprek wordt [verdachte] , ‘ [bijnaam Bi.] ’ genoemd. Op het belang van deze benaming ‘ [bijnaam Bi.] ’ zal hierna onder het kopje “h249” worden ingegaan. De gebruiker van het Ennetcom-account h249 heeft op 1 januari 2016 bovendien de volgende berichten gestuurd aan de gebruiker van de 08rh: “Bro met die wakkie weggrijden van mij als vluchtauto is ook fuckingg heet he gaan we nooit meer doen man beter huren en op iemand andere naam gooien ofso”. “Top broo love youu bro echt alleen aan wat ik nu denk bro is me wakkie ze kunnen niks doen toch is geen bewijs dat ik daar ben geweest met me wak neetoch”. Hierna zal het hof nog concluderen dat [verdachte] de gebruiker was van het Ennetcom-account h249 en [medeverdachte 1] van de 08rh. Gelet op al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien volgt naar het oordeel van het hof dat het niet aannemelijk is geworden dat [verdachte] zijn auto heeft uitgeleend op de momenten waarom het in deze zaak gaat. Het hof concludeert uit het voorgaande ook dat de Ford Fiesta van [verdachte] bij de liquidatie is gebruikt als verkennings- en vluchtauto. Het hof zal hierna ingaan op de reisbewegingen van de verschillende telefoonnummers van [verdachte] . Hierbij zal het hof ook het PGP-toestel 9b16 betrekken, waarvan het hof hierna nog zal vaststellen dat ook het toestel met dit account bij [verdachte] in gebruik is geweest. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de telefoonnummers 5126 en 3028, die allebei van [verdachte] zijn, voorafgaande aan het eerste bezoek aan de camping in Kerkdriel op 28 december 2015 een zendmast aan de [adres 1] in Amsterdam hebben aangestraald. Dit was tussen 15.40 en 16.00 uur die dag. Deze zendmast bevindt zich op een afstand van ongeveer 530 meter tot de [adres 2] in Amsterdam, waar [verdachte] destijds woonde. De auto met het kenteken [kenteken 2] , de Ford Fiesta van [verdachte] , bevond zich vanaf 17.28 uur in Rotterdam en reed richting het centrum van deze stad. Vervolgens hebben de telefoons met de nummers die eindigen op 5126 (een telefoonnummer van [verdachte] ) en 3173 (een telefoonnummer van [medeverdachte 2] ) telefoonmasten aangestraald die dicht bij elkaar liggen. De telefoon van [verdachte] (nummer 5126) straalde om 18.27 uur een zendmast aan in Oosterhout en de telefoon van [medeverdachte 2] (nummer 3173) om 18.28 uur een zendmast in Raamsdonkveer. De afstand tussen deze zendmasten is hemelsbreed 3,2 kilometer. De Ford Fiesta met het kenteken [kenteken 2] is om 20.15.53 uur, 20.17.12 uur en 20.17.46 uur geregistreerd (ANPR-registraties) vlak bij de afrit 48 op de A59 en het knooppunt Hintham (snelwegen A59 en A2). De camera’s die deze registraties hebben gedaan, bevinden zich op vier kilometer afstand van de zendmasten aan de [straat 2] 164-264 en de [straat 3] , waarvan de telefoon van [verdachte] met het nummer 2202 gebruik heeft gemaakt om 20.12 uur. De telefoon met het nummer 3173 ( [medeverdachte 2] ) heeft om 20.15 en 20.16 uur een mast aangestraald op ongeveer 200 meter afstand van de camera waarmee de Ford Fiesta van [verdachte] is geregistreerd om 20.17.46 uur. De afstand van deze camera tot de camping in Kerkdriel bedraagt ongeveer 13,6 kilometer. Dat is ongeveer 13 minuten rijden. Vervolgens heeft de telefoon van [verdachte] (nummer 5126) na bijna 14 minuten, te weten om 20.31 uur, de zendmast aan de [adres 3] in Kerkdriel aangestraald. Vanaf de [plaats delict] in Kerkdriel wordt ook deze zendmast gebruikt. Zeven minuten later, om 20.28 uur, was het eerste bezoek op deze camping op de camerabeelden te zien. Tijdens dit bezoek aan de camping heeft de PGP-telefoon met het Ennetcom-account o95w de mast aan de [straat 4] in Kerkdriel aangestraald. De o95w is in gebruik geweest bij [medeverdachte 2] . De afstand van voornoemde zendmast tot de zendmast aan de [adres 3] is hemelsbreed ongeveer 260 meter. De afstand van de [adres 3] tot de ingang van de camping bedraagt hemelsbreed ongeveer 530 meter. Na 22.02 uur is aan de hand van de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 2] en de registraties van het kenteken [kenteken 2] (de Ford Fiesta van [verdachte] ) een reisbeweging naar Eindhoven te zien. Zo straalde [verdachte] telefoon met nummer 2202 om 22.18 uur een zendmast aan in Boxtel, op de snelweg van Den Bosch naar Eindhoven, en is de Ford Fiesta ongeveer acht minuten later in Eindhoven geregistreerd. Vanaf 22.36 uur heeft de telefoon van [medeverdachte 2] ook zes keer gebruik gemaakt van een mast in Eindhoven. Gelet op dit alles - in onderling verband en samenhang bezien - stelt het hof vast dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op 28 december 2015 samen met de Ford Fiesta van [verdachte] naar Kerkdriel en daarna naar Eindhoven zijn gereisd. In dit verband wijst het hof in het bijzonder op het feit dat deze auto om 20.17 uur op een afstand van 13 minuten van de camping is geregistreerd en dat - zoals hiervoor al is overwogen - op de camerabeelden van de camping vanaf 20.30 uur drie keer een auto is gezien met de kenmerken van dit specifieke type Ford Fiesta. Bij het tweede bezoek aan de camping in Kerkdriel, op 29 december 2015, kwam de BMW met het kenteken [kenteken 1] in beeld. Hiervoor is al overwogen dat deze auto kort na de liquidatie brandend is aangetroffen in Zaltbommel. Ook heeft het hof hiervoor al vastgesteld dat deze BMW en de Ford Fiesta van [verdachte] in de nacht van 29 december 2015 drie keer in elkaars nabijheid zijn geregistreerd (binnen twee tot drie seconden na elkaar op dezelfde locatie). Vervolgens vond 57 minuten na deze registraties het tweede bezoek aan de camping plaats, waarbij de telefoon van [verdachte] (nummer 5126) ook omstreeks dit bezoek (om 03.40 uur) een mast heeft aangestraald die vanuit de camping vaak wordt gebruikt. Uit de historische gegevens van de telefoon van [verdachte] (nummer 5126) blijkt dat deze voor het tweede bezoek aan de camping een reisbeweging van Amsterdam naar Kerkdriel heeft gemaakt. Na dit tweede bezoek is zowel via de registraties van het telefoonnummer van [verdachte] (nummer 3028) als via het kenteken [kenteken 2] (de Ford Fiesta van [verdachte] ) een reisbeweging via Capelle aan den IJssel naar Amsterdam waar te nemen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in deze periode in de woning aan de [adres 4] in Capelle aan den IJssel sliep. Het is mogelijk om tussen de tijdstippen van de registraties van het kenteken [kenteken 2] naar de [straat 5] in Capelle aan den IJssel te rijden. Voor wat betreft het derde bezoek aan de camping, ook op 29 december 2015, is het volgende van belang. De telefoon met het nummer eindigend op 5126 (gekoppeld aan het Ennetcomaccount 9b16, waarvan hierna vastgesteld zal worden dat dit bij [verdachte] in gebruik was) straalde rond 18.09 uur de zendmast aan de [adres 1] in Amsterdam aan, de mast gelegen op een afstand van ongeveer 530 meter tot de woning van [verdachte] . De telefoon met het nummer 3028 straalde om 17.48 uur en om 18.18 uur de zendmast aan de [straat 6] in Amsterdam aan. Om 18.39 uur vond er een pinbetaling plaats van de bankrekening van [verdachte] bij het tankstation Shell Kriterion aan de [adres 5] in Amsterdam. Tussen 18.41 uur en 19.33 uur reisde de telefoon met het nummer 3028 - zo blijkt uit gebruikte zendmastlocaties - vanuit Amsterdam via Delft naar Rotterdam. De Ford Fiesta met het kenteken [kenteken 2] is om 19.23 uur in Delft geregistreerd en om 19.26 uur in Rotterdam. Om 20.40 uur was het telefoontoestel met nummer 3028 mogelijk uitgeschakeld. De telefoon met het nummer 5126 (de 9b16) straalde zowel voor, tijdens als na het derde bezoek aan de camping masten aan die binnen de netwerkmeting van de [plaats delict] in Kerkdriel naar voren zijn gekomen. Het hof concludeert op grond van het voorgaande dat [verdachte] tijdens het derde bezoek aan de camping in Kerkdriel op deze camping aanwezig was. Bij het vierde bezoek aan de camping, op 30 december 2015, straalde de PGP-telefoon van [verdachte] (de 9b16) voor en tijdens het bezoek masten aan die vanuit de [plaats delict] in Kerkdriel worden gebruikt. Tijdens het bezoek aan die camping stralen de telefoons met de nummers 3028 ( [verdachte] ) en 3173 ( [medeverdachte 2] ) geen zendmasten aan. De telefoon van [verdachte] (nummer 3028) straalde pas om 21.58 uur weer een zendmast aan. Tussen 21.58 en 21.59 uur straalde deze telefoon drie zendmasten aan in Hardinxveld-Giessendam. Diezelfde masten zijn tussen 21.55 en 22.00 uur aangestraald door de telefoon van [medeverdachte 2] (nummer 3173). Vervolgens maken beide telefoons een reisbeweging naar Capelle aan den IJssel. De route die door de telefoons is afgelegd, past bij een route vanaf de camping in Kerkdriel naar Capelle aan den IJssel (verblijfplaats van [medeverdachte 2] ). In deze stad is op die dag ook de Ford Fiesta van [verdachte] (kenteken [kenteken 2] ) verschillende keren geregistreerd (vanaf 22.19 uur). Daarnaast hebben de telefoons met de nummers 3028 en 3173 op hetzelfde tijdstip de mast aan de [adres 6] in Capelle aan den IJssel aangestraald. Binnen de registraties van de Ford Fiesta in Capelle aan den IJssel was er ruimte om langs de [straat 5] te rijden. Zoals gezegd, sliep [medeverdachte 2] in deze periode in de woning aan de [adres 4] in Capelle aan den IJssel. Het hof concludeert uit het voorgaande dat [verdachte] en [medeverdachte 2] samen hebben gereisd op 30 december 2015 en dat zij ook deze dag samen een bezoek hebben gebracht aan de camping in Kerkdriel. Ook tijdens het vijfde bezoek aan de camping, op 31 december 2015, lijken de telefoons met de nummers 3028 ( [verdachte] ) en 3173 ( [medeverdachte 2] ) uitgeschakeld te zijn. Deze telefoons hebben geen masten aangestraald toen het vijfde en laatste bezoek aan de camping plaatsvond. Na het bezoek aan de camping hebben deze telefoons wel weer masten aangestraald. Vanaf 18.40 uur straalde de telefoon met het nummer 3173 weer een mast aan en om 19.09 uur maakte de telefoon met het nummer 3028 weer gebruik van een zendmast door een sms-bericht te versturen naar [medeverdachte 2] (nummer 3173). Daarnaast hebben de genoemde twee telefoons omstreeks hetzelfde tijdstip de zendmast aan de [straat 7] in Rotterdam aangestraald. De Ford Fiesta van [verdachte] is tussen 18.56 en 19.00 uur geregistreerd in Capelle aan den IJssel en verschillende keren in Rotterdam. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij deze dag inderdaad samen met [verdachte] in Rotterdam is geweest. Tussen 19.44 uur en 19.46 uur hebben de telefoons van [verdachte]

(3028)en [medeverdachte 2]
(3173)dezelfde mast in Delft aangestraald. Daarnaast is gebleken dat de PGP-telefoons 9b16 en o95w om 17.33 uur allebei de zendmast aan de [adres 3] in Kerkdriel hebben aangestraald. Dit betreft de zendmast die vanuit de [plaats delict] wordt aangestraald. Hiervoor heeft het hof al overwogen dat de auto van de schutters om 17.35 uur op de camerabeelden van de camping is te zien. Dat is slechts twee minuten nadat de PGP-telefoons 9b16 en o95w voornoemde zendmast hebben aangestraald. Het hof zal hierna nog vaststellen dat het Ennetcom-account 9b16 in gebruik is geweest bij [verdachte] . De o95w is, zoals gezegd, bij [medeverdachte 2] in gebruik geweest. Het hof concludeert uit het voorgaande dat [verdachte] en [medeverdachte 2] omstreeks het tijdstip van aankomst van de schutters opnieuw op de camping in Kerkdriel aanwezig zijn geweest en dat zij hierna (gedeeltelijk) samen terug zijn gereisd. Hiervoor heeft het hof al overwogen dat er overeenkomsten zijn tussen de signalementen van de schutters van de schietpartij op 31 december 2015 en de mannen die de camping in Kerkdriel op de dagen daarvoor hebben bezocht. In dit verband is opvallend dat één van de mannen die op de camerabeelden is te zien tijdens de bezoeken aan de camping voor 31 december 2015 een opvallend loopje had. Dit onderdeel van het signalement past bij [verdachte] , nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat hij in december 2015 mank liep. De getuige [getuige 9] van de reclassering heeft immers verklaard dat [verdachte] zich vanaf 17 december 2015 met deze klacht afmeldde voor de uitvoering van zijn taakstraf. Volgens [getuige 9] was het alsof [verdachte] door zijn been zakte tijdens het lopen. Op 24 december 2015 heeft hij [verdachte] ook zelf mank zien lopen. Is [verdachte] de gebruiker van de Ennetcom-accounts 9b16 en h249? In het Onderzoek Bosnië zijn de Ennetcom-accounts h249, 9b16, o95w, 8g90, 08rh en 4w12 van belang. Het hof stelt vast dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de o95w en de 8g90 en [medeverdachte 1] van de 08rh en de 4w
  1. Dat staat in deze zaak ook niet ter discussie. De vraag die het hof in deze zaak zal moeten beantwoorden, is of [verdachte] geïdentificeerd kan worden als de gebruiker van de accounts 9b16 en h
  2. In dit verband acht het hof de volgende feiten en omstandigheden, die volgen uit de bewijsmiddelen, van belang. De 9b16 [verdachte] heeft verklaard dat hij de telefoons met de nummers die eindigen op 3028, 2202 en 5126 in gebruik heeft gehad. Aan het telefoonnummer 5126 was het Ennetcom-account 9b16 gekoppeld. De verklaring van [verdachte] dat hij zijn telefoons aan anderen heeft uitgeleend in de periode rondom de tenlastegelegde feiten in het Onderzoek Bosnië, acht het hof niet aannemelijk geworden. Hij heeft immers niet verklaard aan wie hij zijn telefoons zou hebben uitgeleend, zodat zijn verklaring op dit punt niet gecontroleerd kan worden. Daarbij komt dat uit het dossier verschillende aanwijzingen naar voren komen dat [verdachte] ook in de periode van 28 december tot en met 31 december 2015 zelf de gebruiker was van de hiervoor genoemde telefoons. Dat blijkt onder meer uit het volgende. Met het telefoonnummer 3028 is op 28 december 2015 om 15.44 uur gebeld naar [medewerkster] , een medewerkster van de organisatie Werk Participatie en Inkomen. Zij heeft verklaard dat zij [verdachte] een uitnodigingsbrief heeft gestuurd voor een afspraak op 28 december 2015 om 16.00 uur aan de [adres 7] in Amsterdam Noord. Reclasseringsmedewerkster [reclasseringsmedewerkster] heeft verklaard dat zij op 28 december 2015 ook een afspraak had met [verdachte] . Hij is die dag echter niet verschenen en hij was ook niet bereikbaar. Pas op 8 januari 2016 sprak zij weer met [verdachte] . Hij gaf toen aan dat hij geen zin had gehad om te komen in de afgelopen periode. Verder is uit de verkeersgegevens van het telefoonnummer 3028 gebleken dat met dit nummer regelmatig naar de moeder van [verdachte] ( [betrokkene 3] ) werd gebeld, soms zelfs verschillende keren per dag. Het hof acht de verklaring van [verdachte] dat andere personen met dit telefoonnummer naar zijn moeder belden om hem te bereiken niet aannemelijk geworden. In dit verband geldt dat [verdachte] niet heeft aangegeven welke personen dit geweest zouden kunnen zijn, zodat zijn verklaring niet valt te controleren. Bovendien is er op 29 december 2015 om 18.39 uur een pinbetaling met de ING-bankpas van [verdachte] verricht bij het tankstation Shell Kriterion aan de [adres 5] in Amsterdam. Op 30 december 2015 om 01.58 uur is er wederom met de bankpas van [verdachte] een pinbetaling verricht, dit keer bij de Shell Ruwiel aan de A2 in Breukelen. Beide pintransacties passen bij de hiervoor al aangehaalde reisbewegingen van [verdachte] telefoon met nummer
  3. Tot slot hebben de telefoonnummers 3028, 2202 en 5126 (9b16) allemaal hun meest gebruikte zendmast, ook wel ‘thuismast’, in de buurt van de woning van [verdachte] aan de [adres 2] in Amsterdam. Uit alles wat het hof hiervoor al heeft overwogen in het kader van de reisbewegingen, is al gebleken dat op verschillende momenten in elk geval twee van de telefoons met de hiervoor genoemde nummers van [verdachte] dezelfde reisbewegingen hebben gemaakt. De verdediging heeft aangevoerd dat de gebruiker van een bepaalde telefoon niet steeds dezelfde hoeft te zijn. Het hof stelt echter voorop dat er in beginsel van uit kan worden gegaan dat de gebruiker van een bepaalde telefoon de vaste gebruiker is van dat toestel, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Die aanwijzingen heeft het hof niet gevonden voor wat betreft de hiervoor genoemde telefoonnummers van [verdachte] . De verdediging heeft ook zelf niet gewezen op dergelijke aanwijzingen. Bovendien heeft de verdediging op geen enkele wijze concreet gemaakt op welke momenten [verdachte] geen gebruik zou hebben gemaakt van voornoemde telefoonnummers en welke berichten niet door hem verstuurd zouden zijn. Vragen hierover van het hof heeft [verdachte] niet beantwoord. Daarbij komt nog dat uit de gesprekken die via de PGP-telefoons zijn gevoerd, juist blijkt dat het voor de gebruikers van die toestellen steeds duidelijk is met wie zij spreken. Ook dat duidt er niet op dat er steeds andere gebruikers achter deze toestellen hebben gezeten. Gelet op al het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - gaat het hof ervan uit dat [verdachte] de enige gebruiker was van de telefoonnummers 3028, 2202 en 5126 met het bijbehorende Ennetcom-account 9b
  4. Dat betekent dat het hof ook alle e-mailberichten afkomstig van de 9b16 aan [verdachte] zal toeschrijven. Hierna zal het hof de gebruiker van de 9b16 aanduiden als [verdachte] . De h249 Op 31 december 2015 is het Ennetcom-account 9b16 van [verdachte] voor het laatst gebruikt. [verdachte] werd door anderen in hun accounts opgeslagen onder - onder meer - de contactnamen ‘ [bijnaam Fu.] ’ (twee keer), ‘ [bijnaam Fu.] ’ (drie keer), ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Sl.] ’, ‘ [bijnaam Da.] ’ en ‘ [bijnaam Ig.] ’. Vanaf 1 januari 2016 worden er berichten gestuurd van en naar het Ennetcom-account h
  5. De contactnamen waaronder dit account is opgeslagen waren - onder meer - ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Fu.] ’ (twee keer), ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Fu.] ’ (twee keer), ‘ [bijnaam Fu.] ’, ‘ [bijnaam Da.] ’, ‘ [bijnaam Bi.] .’, ‘ [bijnaam Bi.] ’, ‘ [bijnaam Bi.] ’, ‘ [bijnaam Bi.] .’, ‘ [bijnaam Sl.] ’ en ‘ [bijnaam Ig.] ’. Het voorgaande duidt er naar het oordeel van het hof op dat het account h249 de opvolger is van de 9b16, het account dat bij [verdachte] in gebruik was. Het hof gaat ervan uit dat [verdachte] ook de gebruiker van de h249 is geweest en overweegt daarover het volgende. In het herkenningsdienstsysteem van de politie staat als bijnaam van [verdachte] ‘ [bijnaam Fu.] ’ vermeld. De Ennetcom-accounts 9b16 en h249 zijn door anderen onder deze naam of varianten daarop opgeslagen. De bijnaam ‘ [bijnaam Bi.] ’ en varianten daarop komen voor het eerst voor in relatie tot de h
  6. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] ‘ [bijnaam Bi.] ’ wordt genoemd. In een tapgesprek tussen hen van 24 september 2016 noemt [medeverdachte 2] [verdachte] ‘ [bijnaam G.H.] ’. In een gesprek van 25 december 2015 heeft [e-mailadres 2] het telefoonnummer van [verdachte] (eindigend op 3028) doorgegeven en daarbij vermeld: “Is nummer van [bijnaam Bi.] ”. Op 20 mei 2016 is [verdachte] gebeld door een onbekende man en wordt hij ook ‘ [bijnaam Bi.] ’ genoemd. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de naam ‘ [bijnaam Bi.] ’ ook als bijnaam van [verdachte] wordt gebruikt. Er zijn aanwijzingen dat ook [medeverdachte 2] wel als [bijnaam Bi.] wordt aangeduid. Het lijdt echter geen twijfel dat de naam [bijnaam Bi.] in relatie tot account h249 kan worden gekoppeld aan [verdachte] . Op 1 januari 2016 om 19.04 uur stuurde de h249 het volgende bericht naar de 08rh ( [medeverdachte 1] ): “Ben net klar met eten bij spinx daar”. Op diezelfde dag straalde de telefoon van [verdachte] met het nummer 3028 om 18.58, 19.01 en 19.30 uur een zendmast aan de [straat 8] in Amsterdam aan. De snackbar Sphinx, gelegen aan de [adres 8] in Amsterdam, ligt in de zendrichting van deze zendmast, op een afstand van hemelsbreed 220 meter. Hiervoor heeft het hof al vastgesteld dat de Ford Fiesta met het kenteken [kenteken 2] als vluchtauto is gebruikt bij de liquidatie in Kerkdriel op 31 december
  7. Deze auto stond van 19 december 2015 tot en met 5 januari 2016 op naam van [verdachte] . Op 1 januari 2016 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de h249 en de 08rh ( [medeverdachte 1] ): Zender Bericht h249 Bro met die wakkie weggrijden van mij als vluchtauto is ook fuckingg heet he gaan we nooit meer doen man h249 Top broo love youu bro echt alleen aan wat ik nu denk bro is me wakkie ze kunnen niks doen toch is geen bewijs dat ik daar geweest ben met me wak neetoch. Op 2 januari 2016 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de h249 en de o95w ( [medeverdachte 2] ): Zender Bericht o95w Yo faka bro hoe is het wat moet er gebeuren met die waggie o95w Hij is gewassen en schoon en hij staat geparkeerd h249 Ja rustig kifesh is er shie koper voor die auto [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] over de donkergroene Ford Fiesta aan hem heeft gevraagd of hij iemand kende die deze auto wilde kopen voor een spotprijsje. Op 5 januari 2016 heeft [medeverdachte 2] de auto van [verdachte] verkocht aan [betrokkene 4] . De papieren van deze auto heeft [medeverdachte 2] bij [verdachte] opgehaald. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de h249 in de hiervoor genoemde berichten communiceert over de Ford Fiesta van [verdachte] (met kenteken [kenteken 2] ). Op 5 februari 2016 zond de h249 het volgende bericht naar de uj3g: “Oke ik heb half 2 afspraak bij dwi in noord dan mail ik je”. Op 29 januari 2016 is namens [medewerkster] , medewerkster van de organisatie Werk Participatie en Inkomen (WPI) van de gemeente Amsterdam, een uitnodiging aan [verdachte] verzonden voor een vervolggesprek op 5 februari 2016 om 13.30 uur aan de [adres 7] in Amsterdam-Noord. Het hof stelt vast dat [verdachte] en de h249 dezelfde afspraak hebben bij de DWI in Amsterdam Noord. Op 14 februari 2016 heeft de h249 het volgende bericht gestuurd naar de o95w ( [medeverdachte 2] ): “Heb morgen om 4uur reclaseriingg bulshit ze hebben brief gestuurd naar osso laatste kans anders moet ik me voorwaardelijke uitzitten”. Op 15 februari 2016 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de h249 en de o95w ( [medeverdachte 2] ): Zender Bericht h249 (om 14.04 uur) Zo ja snel na die afspraak gaan h249 (om 14.07 uur) Osso ga zo naar [straat 9] h249 (om 16.28 uur) Nu west was bij recla net [reclasseringsmedewerkster] , medewerkster van de reclassering, heeft verklaard dat er een afspraak met [verdachte] is geweest op 15 februari 2016 tussen 13.00 en 15.00 uur op de locatie [straat 9] . [verdachte] heeft zich op deze datum ook gemeld. Hij heeft toen gesproken met een collega van [reclasseringsmedewerkster] . Het hof leidt uit het voorgaande af dat de h249 en [verdachte] op 15 februari 2016 rond dezelfde tijd naar een afspraak met de reclassering aan de [straat 9] zijn geweest. Gelet op al het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - gaat het hof ervan uit dat [verdachte] ook de vaste gebruiker was van het Ennetcom-account h
  8. Ook hier geldt dat er geen aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat verschillende personen van dit account gebruik hebben gemaakt en dat de verdediging op geen enkele wijze concreet heeft gemaakt welke berichten niet door [verdachte] verstuurd zouden zijn. Het hof zal daarom alle e-mailberichten afkomstig van de h249 aan [verdachte] toeschrijven. Hierna zal het hof de gebruiker van de h249 aanduiden als [verdachte] . De inhoud van de Ennetcomberichten Hierna zal het hof de inhoud van de relevante Ennetcomberichten en -notities weergeven voor wat betreft de tenlastegelegde feiten in het Onderzoek Bosnië. In een account van [medeverdachte 1] is de volgende op 28 augustus 2015 aangemaakte notitie aangetroffen (deze notitie is voor het laatst gewijzigd op 17 september 2015): “Lifelounge shisha amersfoort. Zusjes Bnws2790 zusjes golf 7125 HSF mercedes ML.. Van 2007 die model.. Ik ben hun gevolgd… Dat is auto van die [slachtoffer 2] . Ja van foto ze zijn weg… Dat is plaat. Spaanse platen”. Hieruit blijkt dat [medeverdachte 1] in augustus/september 2015 al bezig was met het vergaren van informatie over de verblijfplaatsen/auto’s van de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] , die ook wel de ‘zusjes’ werden genoemd. Ook [verdachte] hield zich hier al mee bezig voorafgaande aan de uiteindelijke schietpartij in Kerkdriel op 31 december
  9. Op 25 september 2015 heeft hij het adres [adres 9] , een adres waar de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] vaak kwamen, toegevoegd aan de contactenlijst behorende bij zijn Ennetcom-account 9b
  10. Op dit adres in Utrecht is horecagelegenheid [restaurant] (verder: [restaurant] ) gevestigd. Op 10 oktober 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de 2f8b ( [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 1] : Zender Bericht [medeverdachte 1] Ik sprak met hem, hij zei dat ik je naar een actie kon sturen. 2f8b Je zou wat voor me klaar leggen, ik zou er eventueel morgen om kunnen rijden 2f8b Ik kan vrij praten toch? Je weet wat ik jou heb uitgelegd binnen, ik heb nu nog even een project, die moet ik nog afhandelen, daarna kan ik jou klus aannemen broer, maar ik had we’ll ff dat gene nodig waar ik je om vroeg, 2 kleine 1 grote alvast, en ik heb ff een nummer nodig van ogen, je weet wie ik bedoel toch [medeverdachte 1] Je kan vrij praten. Ik ben broertje van die [bijnaam La.] vriend trouwens dat je dat weet. Ben op de hoogte van alles. Ik heb 2kleine voor je maar helaas geen patronen. Van grote heb ik alles compleet [medeverdachte 1] Ok ben zelf in het buitenland. Die jongen die het jou gaat geven die geeft je alle info. Op 11 oktober 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de 2f8b ( [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 1] : Zender Bericht [medeverdachte 1] Dit is die jongen die je die spullen gaat geven. Klik op die mailadres dan kan je hem een bericht sturen [e-mailadres 1] 2f8b Ok top! Op 11 oktober 2015 heeft [verdachte] het volgende bericht gestuurd naar de 2f8b ( [medeverdachte 3] ): “ [adres 9] . Die rechter en op die andere foto is die ander”. Op de door [verdachte] meegezonden foto’s heeft de verbalisant [verbalisant] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] herkend. Op 11 oktober 2015 vond ook de volgende berichtenwisseling plaats tussen de 2f8b ( [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 1] : Zender Bericht [medeverdachte 1] Oke adres heb je toch? Het zijn 2 broers waarvan we 1 belangrijker vinden dan de ander. Met baard moeten we hebben. Mochten ze met zn 2 zijn dan moeten allebei weg, maar met baard is ons doel. Ik stuur je hun foto. Als je vragen hebt moet je die stellen. [medeverdachte 1] Dit is onze hoofddoel! Is 1 en dezelfde persoon. 2f8b Alles is goed broeder, de project gaat van start [medeverdachte 1] Dit is zn broertje op die 1ste foto zie je hem zitten met verband om zn pols [medeverdachte 1] Ja voor ons is belangrijk dat die met baard weggaat. Maar als zn broertje daar is, is mooi meegenomen. 2f8b Ik heb alles, alleen ik had begrepen, dat het om 1 persoon ging. Vandaag werd het met pas duidelijk dat het er 2 waren. 2f8b Top! Ik had er niet aan getwijfel. Jullie horen vanzelf wanneer ze met pensioen zijn Op de door [medeverdachte 1] meegezonden foto’s heeft de verbalisant [verbalisant] wederom [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] herkend. Het hof gaat ervan uit dat met de persoon met de baard [slachtoffer 2] wordt bedoeld. Op 18 november 2015 om 00.13 uur stuurde [medeverdachte 1] het volgende bericht naar de 2f8b ( [medeverdachte 3] ): “Hee bro! Hij is binnen”, waarmee hij informatie voor wat betreft de verblijfplaats heeft doorgespeeld. Hierop heeft de gebruiker van de 2f8b ( [medeverdachte 3] ) als volgt gereageerd: “Ja shit man! Ik hoor net dat die klojo van een neef van me niks heeft georganiseert gisteren avond, ben echt fucking boos op die gozer! (…) Mochten ze er dit weekend niet zijn, blijf ik weg van de open kamp om dit op te lossen, want ik word momenteel ook aangesproken voor de klus die ik voor de jouwe had aangenomen. Ik heb de hele situatie met open kamp gewoon verkeerd in geschat. Ik heb nog nooit gefaald! En iedereen die mij kent weet dit! Dus ik peins er niet over om hier in te falen. Blijf vertrouwen in me hebben bro!” [slachtoffer 2] heeft op 31 december 2015 verklaard dat ze hem en zijn broer een aantal weken geleden op de [straat 10] in Utrecht met Kalasjnikovs wilden beschieten, maar dat dit door een oplettende caféhouder is voorkomen. Het hof begrijpt dat het hier gaat om de voorbereiding van de moorden op de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] , waarnaar onderzoek is gedaan in het Onderzoek Maan (en welk feit is tenlastegelegd aan de medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] ). Het incident waar [slachtoffer 2] over spreekt, vond plaats op 21 november 2015 bij [restaurant] in Utrecht. De broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] kwamen hier regelmatig. In de buurt van dit restaurant zijn automatische vuurwapens gevonden. Uit het voorgaande volgt dat [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] (de gebruiker van de 2f8b) naar een actie heeft gestuurd, waarna hij [verdachte] als tussenpersoon laat optreden om [medeverdachte 3] van de nodige informatie en spullen te voorzien. [medeverdachte 1] heeft vuurwapens laten leveren aan [medeverdachte 3] en [verdachte] heeft vervolgens het adres aan de [adres 9] - welk adres hij eerder al in zijn account had opgeslagen - doorgegeven aan [medeverdachte 3] . Daarbij heeft [verdachte] ook foto’s gestuurd van de broers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Uit de hiervoor aangehaalde berichten blijkt dat de broer met de baard belangrijker is. Het hof begrijpt dat [slachtoffer 2] de broer met de baard is. [medeverdachte 3] heeft nog aangegeven dat “het project van start gaat” en ze “vanzelf horen wanneer ze met pensioen zijn”. Vervolgens is op 21 november 2015 een liquidatie voorkomen bij [restaurant] . Het hof concludeert uit dit alles dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een (liquidatie)doelwit van [medeverdachte 1] vormden en dat hij en [verdachte] zich al langer bezig hielden met het verkrijgen dan wel leveren van inlichtingen/middelen om dit doel te bewerkstelligen. Verder zijn de volgende berichten nog van belang. In het account van [medeverdachte 1] is de volgende, op 22 november 2015 om 20.09 uur - de dag na deze mislukte aanslag in Utrecht – aangemaakte notitie aangetroffen (die op 23 januari 2016 voor het laatst is gewijzigd): “Volvo v60 zwart blauwe kleur met creme interieur dus die lange volvo Die flikker [slachtoffer 2] woont als goed is in rotje. Weet nog niet adress maar ben mee bezig hij woont in zuid rijd een zwarte bmw. coupe hij chilt veel in utrecht alleen woont rot zuid. En hij gaat met een chik [betrokkene 5] . Bungelow met jetsky voor ht strand [adres 10] Maasdriel Kenteken is [kenteken 3] ”. Zoals al is overwogen, verbleven de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] sinds enkele weken voor 31 december 2015 in chalet nr. 218 op de [plaats delict] . Deze camping is gelegen aan de [adres 10] te Kerkdriel. De eigenaar van dit chalet had een jetski en de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] reden in een Mercedes met het kenteken [kenteken 3] . [slachtoffer 2] heeft ook gebruik gemaakt van een Volvo. Op 1 januari 2016, een dag na de schietpartij, vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] : Zender Bericht [medeverdachte 1] Hoe is ie dan soldaat [verdachte] Hahahah rustiggg broo met jouu [medeverdachte 1] Hahahahaha heel goed ewa faka dan, heb je gisteren gespaced wella? [verdachte] Hahah kleinbeetje je weetzelf hahahah e hoor dan ahahah vandaag ik word wakker me moeder zegt tegen me [slachtoffer 2] is overledenn ik zeg hoe weet je dat ze zegt tegen me ja je tante ze vriendin is der neef hahahahaha toen ik ging naar boven ik was kkk blij hahahahahahaha [verdachte] Hahahahah die andere brada was bijna ook loesoe ze kk moer we hebben leip op ze gelostt [medeverdachte 1] Ahahahahahahahahaha helemaal lijp [medeverdachte 1] Ja ik heb gehoord man pffff heel marokko praat erover. Ze zeggen die gasten zijn lijp. Iedereen is hier toch met nieuwjaar [verdachte] Hahahahah bro je weet van mij geen grappen alles gaat geweldadig [medeverdachte 1] Oke wat moet ik je betalen? [verdachte] Bro zeg jij maar hoeveel staat op hun hoofd ze waren we’ll wat waard he hahah [verdachte] Meer dan die aap he of niet [medeverdachte 1] Hahahahah ik ga goed met je doen Daarnaast vond op 1 januari 2016 de volgende berichtenwisseling plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] : Zender Bericht [medeverdachte 2] Happy new yearrrr bro [verdachte] Hahahhahaha jo brother [medeverdachte 2] Hahaha hij is weg haahahha [verdachte] Ja broo die andere is gewond [medeverdachte 2] We hebben het toch goed gedaan gangster shit hopelijk gaat ie daar diddie (het hof begrijpt: dood) [verdachte] Pff diekalew is weg en die andere hoop ik snel ook [medeverdachte 2] Ja toch bro ik hoop het [verdachte] Ja man. In deze berichten is op de dag na de liquidatie expliciet gesproken over het overlijden van [slachtoffer 2] , waar [verdachte] “kkk blij” mee is (hof: in werkelijkheid is [slachtoffer 1] overleden). De andere “brada” was ook bijna “loesoe”, aldus [verdachte] . Dit past bij [slachtoffer 2] , bij wie een kogel net langs zijn hoofd is gegaan. Vervolgens geeft [verdachte] aan dat ze “leip op ze hebben gelost”. In samenhang bezien met de eerder genoemde reisbewegingen en de camerabeelden duidt dit er naar het oordeel van het hof op dat [verdachte] één van de schutters is geweest bij de liquidatie van [slachtoffer 1] en de poging tot liquidatie van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Uit het hiervoor weergegeven gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] blijkt - in samenhang bezien met alle overige bewijsmiddelen - dat [medeverdachte 2] de tweede schutter was. Uit voornoemde berichten blijkt ook dat [medeverdachte 1] aan [verdachte] heeft gevraagd wat hij hem moet betalen. [verdachte] heeft daarop geantwoord dat [medeverdachte 1] maar moet zeggen hoeveel er op hun hoofd staat. Vervolgens is er op 1 januari 2016 vanaf 19.47 uur nog onderhandeld over de prijs/beloning tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Hierover vond de volgende berichtenwisseling plaats: Zender Bericht [verdachte] Bro wat gaat er betaald worden voor die flikkers dan [verdachte] Bro met die wakkie weggrijden van mij als vluchtauto is ook fuckingg heet he gaan we nooit meer doen man beter huren en op iemand andere naam gooien ofso [medeverdachte 1] Ja ik weet man, we gaan zelf apparaat kopen dan nakken we die waggies zelf. Hoeveel wil je? Je moet niet te duur worden he ahahahaha [verdachte] Bro je weet deze man was veel waard volgens mij he en 1 loesoe en die andere is gewond is we’ll iets ik dacht aan 85 zo maar jij moet het zeggen bro. [medeverdachte 1] Broer je beseft wel dat dat echt heel veel is he, de vorige x had ik je 60 gegeven omdat ik vond dat je het meeste had gedaan. Echt wollah normaal gaven we hitters 40 a 50 max Maar bij jou betaal ik omdat ik weet dat jij nog voor andere mensen zorgt. [verdachte] Ewa aan wat denk jij bro 70 is dat goed bro? [medeverdachte 1] Ben je daar tevreden mee?? [verdachte] Kijk ik heb vorige x veel opgemaakt maar kijk als je 75kan missen ben ik er blij mee ik wil een snuif tel halen voor shie 25k30k loop ik hem afentoe en laat ik hem iemand lopen snapje. [medeverdachte 1] Hahahahaha heel slim. Safi isgoed. Ik geef je nu 70 en geef je later 5 akkoord?? [verdachte] Hahah ja isgoed bro je weet anders gaat het heel snel op he maar ik zeg je strax waneer ik het kan ophalen [medeverdachte 1] Oke als [bijnaam Ro.] je vraagt hoeveel zeg je bankoe goed? [verdachte] Top broo love youu bro echt alleen aan wat ik nu denk bro is me wakkie ze kunnen niks doen toch is geen bewijs dat ik daar ben geweest met me wak neetoch [medeverdachte 1] Nee sowieso niet man. Zorg dat je die kleren weggooit die je aan had klaar. Voor de rest geen bewijs bro. Had je je waggie wel beetje sneaky gezet? Uit zicht van cammies [verdachte] Ja bro [medeverdachte 1] Dan is dat niets en ook al komen ze. Is geen bewijs. [medeverdachte 1] Maak je niet teveel druk bro In deze berichten is verder onderhandeld over de beloning voor de liquidatie. Bij deze onderhandeling gaf [medeverdachte 1] aan dat hitters ‘normaal’ 40 tot 50 krijgen, maar dat [verdachte] de vorige keer 60 heeft gekregen omdat hij het meeste heeft gedaan. Deze opmerking en het eerdere bericht van [verdachte] dat ‘ze’ (hof: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) wel ‘meer dan die aap’ waard zijn, duiden naar het oordeel van het hof op de betrokkenheid van [verdachte] bij de eerdere liquidatie van [slachtoffer 4] op 7 november
  11. Deze liquidatie zal hierna door het hof nog worden besproken (bij het Onderzoek Brandberg). In voornoemd gesprek is bovendien gesproken over eventueel achtergelaten bewijs. [medeverdachte 1] heeft in dit verband meegedacht met [verdachte] en hij heeft hem geïnstrueerd om zijn kleding weg te gooien. Voor wat betreft het resultaat van de onderhandeling heeft [medeverdachte 1] tot slot aangegeven dat [verdachte] moet zeggen dat hij ‘bankoe’ heeft gekregen als ‘ [bijnaam Ro.] ’ (hof: [medeverdachte 2]) het vraagt. Conclusie Gelet op al het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - stelt het hof vast dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op 31 december 2015 de schutters zijn geweest die de broers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] allebei meerdere keren hebben beschoten. De betrokkenheid van [medeverdachte 2] bij deze schietpartij staat in deze zaak niet ter discussie. Voor wat betreft de betrokkenheid van [verdachte] heeft het hof bij deze vaststelling met name gelet op de volgende feiten en omstandigheden, die uit voornoemde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid: - uit de historische gegevens blijkt dat [verdachte] omstreeks het tijdstip van de schietpartij op de camping in Kerkdriel is geweest. Ook in de dagen voor deze schietpartij heeft [verdachte] volgens deze historische gegevens verschillende keren een bezoek aan deze camping gebracht; - [verdachte] past in het signalement van één van de schutters die op de camerabeelden van de camping is gezien, namelijk die met het afwijkende loopje; - de Ford Fiesta van [verdachte] is als vluchtauto gebruikt bij de liquidatie; - na de schietpartij heeft [verdachte] op 1 januari 2016 een bericht gestuurd via zijn Ennetcom-account waarin staat: “We hebben leip op ze gelost”; - in één van de Ennetcomberichten heeft [verdachte] aangegeven dat het “heet” was om zijn auto als vluchtauto te gebruiken; - [verdachte] heeft met [medeverdachte 1] onderhandeld over de prijs die voor de liquidatie moest worden betaald. Uit alles wat hiervoor al is overwogen, blijkt dat sprake is geweest van een vooropgezet plan om de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] om het leven te brengen. Aan dat plan is een zorgvuldige voorbereiding vooraf gegaan. Het hof acht dan ook bewezen dat [verdachte] zich als medepleger (samen met [medeverdachte 2] ) schuldig heeft gemaakt aan de moord op [slachtoffer 1] (feit 1 primair) en de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (feit 2 primair), die beiden ook in de auto zaten waarop geschoten werd. Het hof oordeelt ook dat [verdachte] zich - ook hier als medepleger - aan het onder 3 tenlastegelegde feit in het Onderzoek Bosnië heeft schuldig gemaakt (de voorbereiding van de moorden op de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] ). Hierover overweegt het hof dat op de camerabeelden van de bezoeken aan de camping in Kerkdriel op de dagen voorafgaande aan de schietpartij is te zien dat de personen op deze beelden op vuurwapens gelijkende voorwerpen bij zich hadden. Vastgesteld is al dat deze personen [verdachte] en [medeverdachte 2] waren. Zij waren ook de schutters. Bewezen is dus dat steeds dezelfde personen op de camerabeelden waren te zien. Het hof gaat ervan uit dat de op vuurwapens gelijkende voorwerpen daadwerkelijk vuurwapens waren, gelet op het feit dat enkele dagen later vuurwapens zijn gebruikt bij de liquidatie van [slachtoffer 1] en de pogingen tot liquidatie van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Deze vuurwapens zijn, zoals overwogen, gevonden in de uitgebrande BMW. Naar het oordeel van het hof heeft het voorhanden hebben van de voertuigen - te weten de Ford Fiesta van [verdachte] en deze BMW - en in het bijzonder de genoemde vuurwapens naar hun uiterlijke verschijningsvorm dienstig kunnen zijn aan de later uitgevoerde liquidatie. Deze voorwerpen zijn daar ook daadwerkelijk dienstig aan geweest. In dit verband merkt het hof op dat [verdachte] en [medeverdachte 2] met deze auto’s verschillende keren ter voorverkenning naar de camping zijn gereden en dat zij op deze camping actief hebben gezocht naar het chalet waar de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] verbleven. Uit al het voorgaande, in samenhang bezien met de Ennetcomberichten over de betaling van de liquidatie, blijkt naar het oordeel van het hof dat [verdachte] de liquidatie van de broers [achternaam slachtoffers 1 en 2] voor ogen heeft gehad. Het hof acht dan ook bewezen dat de genoemde middelen - de auto’s en de wapens - voor het begaan van deze liquidatie waren bestemd. Daarmee kunnen de voorbereidingshandelingen, zoals ten laste gelegd onder 3, worden bewezen. Onderzoek Brandberg Standpunt van het openbaar ministerie De advocaten-generaal hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in dit onderzoek tenlastegelegde feit. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit in het onderzoek “Brandberg”. Daartoe heeft hij - kort gezegd - betoogd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat [verdachte] één van de schutters is geweest. Zo kan niet worden vastgesteld dat hij in de nacht van 6 op 7 november 2015 de gebruiker was van het Ennetcom-account 9b
  12. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons en de voertuigen kan die conclusie in elk geval niet volgen. Daarnaast wordt de inhoud van de belastende Ennetcomberichten niet ondersteund door gegevens uit een andere bron voor wat betreft de identificatie van de deelnemer aan de berichten. Daarmee wordt het bewijsminimum van artikel 344, lid 1, onder 5, van het Wetboek van Strafvordering niet gehaald. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat de door de verdediging gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het door [verdachte] aangevoerde wordt door de inhoud van deze bewijsmiddelen weerlegd. In het bijzonder overweegt het hof het volgende. De feiten Op 7 november 2015 is [slachtoffer 4] in Krommenie doodgeschoten. Dit gebeurde omstreeks 01.49 uur in de nacht. [slachtoffer 4] droeg op dat moment een kogelwerend vest. In zijn jas was een gat zichtbaar. Die nacht zijn op straat schoten gehoord. De getuige [getuige 10] heeft verklaard dat hij een zestal schoten hoorde. Daarna zag hij een zwarte Golf met hoge snelheid wegrijden. Op de plaats delict zijn hulzen veilig gesteld. Omstreeks 01.59 uur diezelfde nacht werd bij de politie melding gedaan van een autobrand op de [straat 11] in Amsterdam. De auto was van oorsprong zwart van kleur en betrof een Volkswagen Golf, met het kenteken [kenteken 4] . In de uitgebrande auto werden een machinegeweer en een vuistvuurwapen aangetroffen. Uit het door het NFI verrichte onderzoek leidt het hof af dat de hulzen die op de plaats delict zijn gevonden, zijn verschoten met dit machinegeweer (een Ceska Zbrojovka). Bovendien leidt het hof uit het onderzoek van het NFI af dat het gat in de jas van [slachtoffer 4] is veroorzaakt door het verschieten van munitie van het kaliber 7.62x39mm (Ceska Zbrojovka). In de nacht van 6 op 7 november 2015 stonden vier vrienden onder het viaduct op de [straat 11] in Amsterdam te chillen. Er kwam toen een auto aan gescheurd met piepende banden, een zwarte Volkswagen Golf. Die auto werd geparkeerd en er stapten twee jongens uit. Eén van hen riep dat de jongens onder het viaduct weg moesten gaan. Deze jongen had een vuurwapen in zijn hand. Verder heeft één van de jongens onder het viaduct gezien dat er een zilverkleurige of grijze auto met hoge snelheid langsreed toen hij met de andere jongens vertrok. Voor de Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 4] - die is uitgebrand - is een blokbevraging gedaan voor de periode van 11 oktober 2015 tot 7 november 2015 om zicht te krijgen op min of meer gelijktijdig met dit voertuig meereizende andere voertuigen. Op 23 oktober 2015 om 21.48 uur en om 22.31 uur is het kenteken [kenteken 5] op hetzelfde moment geregistreerd als het kenteken [kenteken 4] op respectievelijk de [straat 12] en de [straat 13] . Op 1 november 2015 zijn beide kentekens geregistreerd op de [straat 14] om respectievelijk 01.24 uur (de [kenteken 4] ) en om 01.27 uur (de [kenteken 5] ). Het voertuig met het kenteken [kenteken 5] , een grijze personenauto van het merk Skoda, type Fabia, stond tussen 6 augustus 2015 en 11 november 2015 op naam van [betrokkene 6] . [betrokkene 6] heeft verklaard dat iemand anders de zilverkleurige Skoda Fabia heeft opgehaald en dat hij de auto kreeg met papieren en sleutels. Hij reed zelf af en toe in de auto. Hij heeft de auto een paar keer aan [verdachte] uitgeleend. Op respectievelijk 5 en 28 september 2015 is de Skoda Fabia gecontroleerd door de politie. De bestuurder van de auto was telkens [verdachte] . Op 11 november 2015 is de auto weggedaan, maar niet door [betrokkene 6] . Op 8 november 2015 tussen 21.44 en 22.07 uur vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen de Ennetcom-accounts 08z9 ( [betrokkene 7] ) en 9b16 ( [verdachte] ): Zender Bericht 08z9 Ja tog e samsa dat autootje van je al naar de sloop? 9b16 Nee man kijk shie koper 08z9 Fik ze kk moer 9b16 Dan maak je die honde wakker De Ennetcomberichten Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de volgende Ennetcom-accounts relevant zijn voor deze zaak (onderzoek Brandberg): [e-mailadres 1] (hierna: 9b16); [e-mailadres 3] (hierna: 4w12); [e-mailadres 4] (hierna: 5534); [e-mailadres 5] (hierna: 08z9); [e-mailadres 6] (hierna: 2573). Het hof stelt vast dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van de 4w12, [medeverdachte 5] van de 5534, [betrokkene 7] van de 08z9 en [betrokkene 8] van de
  13. De identificatie van de gebruikers van deze Ennetcom-accounts staat (voor zover al van belang voor het vaststellen van de rol van [verdachte] ) in deze zaak ook niet ter discussie. Hiervoor heeft het hof al vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker was van het Ennetcom-account 9b
  14. Volgens de verdediging kan echter niet worden vastgesteld dat [verdachte] in de nacht van 6 op 7 november 2015 de gebruiker was van de 9b
  15. Het hof stelt in dit verband voorop dat er in beginsel van uit kan worden gegaan dat de gebruiker van een bepaalde PGP-telefoon de vaste gebruiker is van dat toestel, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Dat geldt dus ook voor de gebruiker van het Ennetcom-account 9b
  16. In de door de 9b16 verzonden berichten heeft het hof geen aanwijzingen gevonden dat er andere personen dan [verdachte] gebruik hebben gemaakt van dit Ennetcom-account. Uit de gesprekken die via de PGP-telefoons zijn gevoerd, leidt het hof af dat het voor de gebruikers van die toestellen telkens duidelijk is met wie zij spreken. Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven berichten die door de 9b16 zijn verstuurd, is het hof van oordeel dat geconcludeerd kan worden dat [verdachte] de vaste gebruiker van dit Ennetcom-account is geweest. Verder overweegt het hof dat [verdachte] op geen enkele wijze concreet heeft gemaakt welke Ennetcomberichten niet door hem verstuurd zouden zijn. Op vragen van het hof welke andere personen gebruik gemaakt zouden kunnen hebben van het account 9b16 heeft hij geen antwoord gegeven. Hiervoor heeft het hof al overwogen dat de verklaring van [verdachte] dat hij zijn telefoons vaak aan anderen uitleende en dat hij ook telefoons voor anderen in bewaring had niet aannemelijk is geworden. [verdachte] heeft ook geen namen willen noemen van de personen aan wie hij zijn spullen zou hebben uitgeleend en ook niet van de personen voor wie hij (PGP-)telefoons in bewaring zou hebben gehad. Gelet op al het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - concludeert het hof dat [verdachte] ook op 6 en 7 november 2015 de gebruiker was van het Ennetcom-account 9b
  17. Hierna zal het hof de inhoud van de relevante Ennetcomberichten weergeven voor wat betreft het tenlastegelegde feit in deze zaak. Op 31 oktober 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de gebruiker van het Ennetcom-account 2573: Zender Bericht [medeverdachte 5] Vorige keer hadden we hem gevolgd naar zn huis???? Of ongeveer? [medeverdachte 5] Ja, want volgens hem zelf wordt hij gevolgd zemec door skoda 281a zal ik die man weer op Sloterdijk zetten en hun kromenie. kijk als ze hem nu zien sloterdijk is hij zeker dood in kromenie [medeverdachte 5] Ja perfect. Vind ook vervelend voor die gasten dat ze voor niks staan. Ik voel ze. Maar we moeten blijven proberen, tot het voldaan is 281a ja ik heb die man al gestuurt sloterdijk en de auto met hitters is niet ver van kromenie als ze hem zien zeggen ze hitters en gaan ze rijden naar daar bosjes in direct Op 31 oktober 2015 heeft ook de volgende berichtenwisseling plaatsgevonden tussen [medeverdachte 5] en de 281a: Zender Bericht 281a Dit sturen de hitters… Broer we waren daar, op een gegeven moment reed hondenbrigade en touran langs bro. Daarna nog een keer en toen zeiden we tegen elkaar weg weg. Ze hebben ons denk ik gezien, maar wollah broer zo is het gegaan. Ik wil die man smooth nakken broer. Sorry bro [medeverdachte 5] Damn man hij is nu thuis we kunnen niks meer [medeverdachte 5] Ik zag die mannen. Ik dacht klaar. Maja die man heeft die trein gepakt en is thuis Op 3 november 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de gebruikers van de Ennetcom-accounts f336 en 66z2: Zender en ontvanger Bericht f336 aan [medeverdachte 5] luister ik ga je mail aan [bijnaam Jo.] geven ok. Want ik ben veel niet bereikbaar ik reis veel snap je. Hij regeld het met je die torie van die [slachtoffer 4] . Ok. f336 aan [medeverdachte 5] [e-mailadres 7] [bijnaam Jo.] ze mail [medeverdachte 5] aan f336 En ik moet spionen hebben vanaf Amsterdam centraal [medeverdachte 5] aan 66z2 Ben je klaar vo alles?? Die bitch is thuis. Door de weeks is ie meestal oso. Zemec gamen, maar donderdag is t aan 66z2 aan [medeverdachte 5] Je weet ik ben altijd klaar zeg. In noord toch [medeverdachte 5] aan 66z2 Nee krommenie. Vorige stonden de leeuwen in Noord ma wist niet precies de nummer meer maar wel ongeveer, en zaterdag was er een mis communicatie. anders wast al klaar [medeverdachte 5] aan f336 Ja hij slaapt daar elke dag daar. Ik ga weekend hem zien. Met drinken… En dan pakt hij de trein en daar moet t gebeuren [medeverdachte 5] aan 66z2 Ik zet hem zelf op de trein. En daar moeten ze klaar staan zoals de andere keer. Zaterdag Op 4 november 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de 66z2: Zender Bericht [medeverdachte 5] Die andere zou morgen doekoe sturen, zodat ik goed kan bewegen voor weekend. Laat je t voor me brengen?? 66z2 Bro ik ga je 10 kop sturen. Op 6 november 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de f336: Zender Bericht f336 Ik ga nu die hitters mailen ook. [medeverdachte 5] Ok, hun zijn wel Ready. Dat weet ik wel f336 Ja bro ik ga mailen nu. Ga je die teringlijer straks zien bro? [medeverdachte 5] Ja vanavond, als ie maar niet afzegt [medeverdachte 5] Ik zet hem op de trein, en die leeuwen wachten hem op bij station krommenie f336 Ja bro is goed je weet niet hoe laat? Op 6 november 2015 vond ook de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht [medeverdachte 1] aan [verdachte] , [betrokkene 8] en [betrokkene 7] We staan klaar voor vanavond. Gaan die Krommenie geven [medeverdachte 5] aan f336 Nee, weet nie precies, ieder geval voor twaalf f336 aan [medeverdachte 5] Voor 12 uur ga je hem zien.? Of ga je hem af zetten bij station [medeverdachte 5] aan f336 Zeg maar wat zuipen en zo rond 7 en voor twaalf pakt die altijd de trein…. Maar dat hoor wel van me. f336 aan [medeverdachte 5] Ok broer is goed we staan klaar mail mij gewoon. [medeverdachte 1] aan [verdachte] , [betrokkene 8] en [betrokkene 7] Dit is wat mn gabber zegt: Ja bro dat is bedoeling hij ziet hem rond 19.00 uur. En dan gaat die wat zuipen met hem en daarna op trein afzetten. dus ze moeten klaar staan 20.00 of 21.00 22.00 00.00 of later snap je weer geen exacte tijd wanneer die teruggaat snap je. Maar hij gaat mailen van tevoren maar moeten klaar staan aub?? Op 6 november 2015 heeft de gebruiker van het Ennetcom-account h620 het volgende bericht gestuurd naar [medeverdachte 5] : “Ja broer. Je gaat me zeker zien broeder. Heb doekoe voor je”. Op 6 november 2015 vond verder de volgende berichtenwisseling plaats tussen [betrokkene 7] , [verdachte] en [betrokkene 8] : Zender en ontvanger Bericht [betrokkene 8] aan [betrokkene 7] Gaan we alvast het ene en ander klaarzetten [betrokkene 7] aan [verdachte] Ja gaan w het een en ander klaarzetten? [betrokkene 8] aan [betrokkene 7] Zoals wat dan bro [verdachte] aan [betrokkene 7] Ja bro gaa me wakkie daar zetten op die plek dan komt [bijnaam Kl.] me halen [betrokkene 7] aan [betrokkene 8] Die ganies en zo [betrokkene 7] aan [verdachte] Oke en dan die ganies in die wagie [betrokkene 8] aan [betrokkene 7] Ja die zijn in de box. Wil je ze alvast in de waggi zette [verdachte] aan [betrokkene 7] Ja dan vertrekken we gelijk. Van witte als we die mail krijgen Op 6 november 2015 vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen het Ennetcom-account 7588 en [medeverdachte 5] : Zender Bericht [medeverdachte 5] (om 18.19 uur) De bitch ga nu uit de deur 7588 Ok nu gaayt die naar jou komen? [medeverdachte 5] Hij gaat nu komen naar Amsterdam, naar mij Op 6 november 2015 om 18.20 uur heeft [slachtoffer 4] het volgende sms-bericht gestuurd naar de privételefoon van [medeverdachte 5] : “Ben thuis zou net de deur uit gaan je tel stond uit”. Diezelfde dag vond tussen ongeveer 18.30 en 20.00 uur de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht 7558 aan [medeverdachte 5] Ok bro laat hem zuipen zodat ze bloed dun word door alcohol dan bloed die kankerrat sneller dood ze kanker moer [medeverdachte 5] aan 7558 Jazeker!!! Ga wodka voor z’n moeder halen. Uurtje ongeveer is ie bij me 7558 aan [medeverdachte 5] Bro waar is die ouwe telefoon van je? Heb je die kapotgemaakt? 7558 aan [medeverdachte 5] Ok bro kijk als dit lukt moet je eerst verkeerde codes doen tot hij blokkeerd snap je. en dan doe je in pan met kokend water zonder de batterij dat al de chips binnen smelten. Laat 20 minuten in kokend water. 7558 aan [medeverdachte 5] en in stukken en weggooien in sloot ergens bro. Of gewoon breken en in sloot gooien als geen tijd is maar wel verkeerde codes doen tot die alles heb gewist. en als we nieuwe telefoon nemen niet over deze actie praten snap je. Als je wat hoord ofzo kan je gewoon zeggen natuurlijk wat je hoord. Maar niet dat we dit gedaan hebben snap je bro. [medeverdachte 5] aan 7558 Zijn trein heeft vertraging, hij is wel onderweg. [medeverdachte 1] aan [verdachte] , Mitchel [betrokkene 8] en Lange Die man is buiten. Zorg dat jullie samen zijn Op 6 november 2015 heeft [slachtoffer 4] om 19.51.22 uur het volgende sms-bericht gestuurd naar de privételefoon van [medeverdachte 5] : “Vertraging en shit ben in de trein zie je zo? toch”. Vervolgens vond er op 6 november 2015 tussen 20.28 en 21.28 uur de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de 7558: Zender Bericht 7558 We staan klaar bro 7588 Stuur me wat hij aan heb aub kleur schoenen broek jas aub?? [medeverdachte 5] Helemaal in zwart en hij heeft zn vest aan. [medeverdachte 5] Hij is met zn gab. Ik zeg hem zo kom we gaan naar [straat 15] hoeren neuken. En voor twaalf uur pak hij de trein Diezelfde dag om 21.33 uur heeft [medeverdachte 5] het volgende bericht gestuurd naar de 7558: “Laat ze alvast staan bij de station in de buurt van krom. Ik kan zo niet smsn… Je hoort zo van me??” Tussen 22.41 en 23.12 uur vond op 6 november 2015 de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht [medeverdachte 5] aan 7558 Ben met hem. Laat me zo afzetten bij. Amsterdam CS [medeverdachte 1] aan [betrokkene 8] , [betrokkene 7] en [verdachte] Hij gaat de trein in!!! Ga alvast daar staan [medeverdachte 5] aan 7558 Staan klaar in Krom 7558 aan [medeverdachte 5] Ja bro is hij alleen? Is die al op station centraal? [medeverdachte 5] aan 7558 Nee, ik laat je zo weten als ie in de trein zit. Tussen 23.11 en 23.12 uur vond die dag de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 7] : Zender Bericht [medeverdachte 1] Yoo al daar? [betrokkene 7] Ja in de bosjes [medeverdachte 1] Top Op 6 november 2015 tussen 23.14 uur en 7 november 2015 00.04 uur vond de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] Hij is er pas met 20min [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] Trein komt pas 23.40 aan [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] Hij is niet op krommenie gestopt. Ga maar in de waggie zitten tot ik je tekst [medeverdachte 1] aan [verdachte] , [betrokkene 8] en [betrokkene 7] Eerst volgende trein komt pas 10 over 1 uit adam. Dat is onze kans [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] Ik heb iemand op station staan [betrokkene 7] aan [betrokkene 8] Rij die. Wagie naar die paqrkeerplaats waar we net stonden [medeverdachte 5] aan 7558 Hij gaat zo de trein pakken Daarna vond op 7 november 2015 tussen 00.09 en 00.28 uur de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht [medeverdachte 1] aan [verdachte] , [betrokkene 8] en [betrokkene 7] Krijg net door dat ie nu pas trein gaat pakken [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] Zorg dat jullie 00.55 daar staan weer [medeverdachte 5] aan 7558 Hij zit in de trein, dus… [medeverdachte 1] aan [verdachte] , [betrokkene 8] en [betrokkene 7] Hij zit nu echt in de trein!!!! [medeverdachte 5] aan 7558 Hij is onderweg daar naar toe… Krom 7558 aan [medeverdachte 5] Wis alle berichten bro. Ze staan in bosjes te wachten hij gaat ze vangen die kankkerrat?? [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] 00.50 is ie daar Om 00.23 uur stuurde [medeverdachte 1] het volgende bericht aan [betrokkene 7] : “Van: [bijnaam Lar.] . Aan: Eigen/own. Onderwerp: Verzonden: 6 Nov 2015 23:26 Hij is alleen broo aub zeg ze helemaal leeg magazijnen en door hoofd ballen nek armen benen tenen nagels zelfs als kan. Alles bloed en hij heb vest!”. Tussen 00.29 en 00.55 uur vond op 7 november 2015 de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 5] en de 7558: Zender Bericht [medeverdachte 5] Hij is er zo…. Nu is de kans 7558 Ja bro ik laat je zo weten zitten uren in bosjes en heb iemand op het station ook bro die gaat hem zoiezo zien die ziet exact hoe die loopt. [medeverdachte 5] Hij is nog in Amsterdam 7558 Maar zit hij in trein of is uitgestapt of niet ingestapt snap niet? Tussen 00.51 en 01.08 uur vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 7] en [betrokkene 8] : Zender en ontvangers Bericht [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] en [betrokkene 8] Die hond moest overstappen op sloterdijk, hij wacht daar nu op de trein [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] en [betrokkene 8] Die gast was bij sloterdijk uistgestapt om op zn vriendin te wachten. Hij komt met half uur Om 00.52.35 uur heeft [slachtoffer 4] naar [medeverdachte 5] gebeld (naar [medeverdachte 5] privételefoon). Het telefoongesprek duurde 56 seconden. Om 01.13 uur stuurde [betrokkene 7] het volgende bericht aan [medeverdachte 1] : “Met Ze chika?” [medeverdachte 1] antwoordde daarop: “Denkt wel, maar pop zn kk moer. Deze kans krijg ik niet meer”. Om 01.20 uur stuurde [medeverdachte 1] aan [betrokkene 7] : “ [bijnaam La.] en [bijnaam Fu.] geen genade aub!!!”. Tussen 00.32 en 00.40 uur vond de volgende berichtenwisseling plaats: Zender en ontvanger(s) Bericht [medeverdachte 5] aan 7558 Hij zit in de trein …. [betrokkene 7] aan [betrokkene 8] Ja dat is die snel trein die echte trein komt over 5min [medeverdachte 5] aan 7558 Ja… ik ga hem zo bellen weer 7558 aan [medeverdachte 5] Niet te opvallend doen bro teveel bellen of bel je hem altijd veel? [medeverdachte 1] aan [betrokkene 8] en [betrokkene 7] 5min [medeverdachte 5] aan 7558 Waar ben je? Hij is er bijna 7558 aan [medeverdachte 5] Ja bro paar minuten vertraging trein we zien alles. We staan klaar! Om 01.44 uur stuurde [slachtoffer 4] het volgende sms-bericht naar de privételefoon van [medeverdachte 5] : “Ben bijna thuis”. Om 01.46 uur stuurde de 7558 het volgende bericht naar [medeverdachte 5] (naar zijn Ennetcom-account): “Hij is uitgestapt!!! Je hoord zo”. Op 7 november 2015 tussen 01.58 en 02.06 uur - na het overlijden van [slachtoffer 4] - vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 7] : Zender Bericht [betrokkene 7] Gefixt [medeverdachte 1] Is ie dood? [betrokkene 7] Broer ik heb me 9 op hemm geleegd [bijnaam Fu.] rende achter me aan met kalash [betrokkene 7] We rende wel een hele stuk achter em aan bro laaste shot was ie gevallen [medeverdachte 1] Door zn hoofd gegeven?? [betrokkene 7] Die man is overhoop [medeverdachte 1] Is ie dood? [betrokkene 7] Niet hoofd kunnen raken broer whoellaa hij rende weg en schreeuwend [betrokkene 7] Hij lag op de grond in een tuin van mensen [medeverdachte 1] Maar wat denk je zelf?? [betrokkene 7] Ik denk dat ie fucking doood is broer kalash heeft em geraakt [medeverdachte 1] Waar heb je m geraakt? [betrokkene 7] Boven lichaam hele glock op em geleegd [medeverdachte 1] Hij draagt vest bro [betrokkene 7] Broer hij is zoiezo geraakt in ze boven lichaam met kalash [medeverdachte 1] Oke bro zijn jullie veilig [betrokkene 7] Ja die wagie is gefruteerd eeh kijk at Om 03.38 uur stuurde [medeverdachte 1] het volgende bericht aan [betrokkene 7] , [betrokkene 8] en [verdachte] : “Op internet staat ook dat er maar 1 schot is gelost. En ze hebben die waggie gevonden. Helemaal uitgebrand bij [straat 11] ”. Tussen 03.43 en 03.55 uur vond de volgende berichtenwisseling plaats tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 7] : Zender Bericht [betrokkene 7] 1 shot broer ben je dom me hele glock was leeg [betrokkene 7] Jij moet gwn wachten tot morgen ik praat niet veel staat er al of ie dood is [betrokkene 7] Ja dat gaat moeilijk als iemand met een ak ook op hem shiet halloooooo ik wil niet dood gap [medeverdachte 1] Wat denk je, heeft [bijnaam Fu.] m goed geraakt? [betrokkene 7] Die man weet het zelf niet is ze eerste keer of zo weet ik veel ik had die kanker kalash moeten pakken Vervolgens vond er op 7 november 2015 tussen 06.09 en 06.14 uur de volgende berichtenwisseling plaats tussen [betrokkene 7] en [verdachte] : Zender Bericht [verdachte] Bro kijk nu.nl hij is doooddddd gappppp [verdachte] Wolllahhhhh kan je foto accepteren [betrokkene 7] Ja [betrokkene 7] Wis alle kanker berichten van je pgp af zo snel mogelijk als je dit leest! [verdachte] Heb gestuurd is laden hij is net eropp gegooiddd half5 Op 7 november 2015 om 04.23 uur werd er een artikel op nu.nl gepubliceerd over een dodelijk slachtoffer bij een vermoedelijke schietpartij in Krommenie. Om 06.15 uur heeft [betrokkene 7] nog het volgende bericht gestuurd aan [verdachte] : “Jaaaa man ik heb gelezen kanker gruwelijk bro! We hebben naam gemaakt bij die fucking orga het gaat goed komen [bijnaam Fu.] we gaan kapot maken ee wis die gesprken alles alles oke”. Conclusie Op grond van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - concludeert het hof dat [verdachte] en de inmiddels overleden [betrokkene 7] de schutters waren van de moordaanslag op [slachtoffer 4] . Dat het gaat om moord, staat niet ter discussie. [medeverdachte 1] had een aansturende rol, in die zin dat hij [betrokkene 7] , [verdachte] en [betrokkene 8] op de hoogte hield van de reisbewegingen van [slachtoffer 4] . [medeverdachte 1] bepaalde ook wanneer de schutters in actie moesten komen. [medeverdachte 5] verzorgde de informatie waardoor de anderen via het contact van [medeverdachte 5] met [slachtoffer 4] op de hoogte waren van [slachtoffer 4] reisbewegingen. De nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokkenen was gericht op de dood van [slachtoffer 4] en heeft uiteindelijk geresulteerd in zijn liquidatie. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is het hof van oordeel dat de inhoud van de belastende Ennetcomberichten voldoende wordt ondersteund door gegevens uit andere bronnen voor wat betreft de identificatie van de gebruiker van het account 9b
  18. Hiervoor bij de bespreking van het Onderzoek Bosnië heeft het hof al overwogen waarom [verdachte] geïdentificeerd wordt als de gebruiker van de 9b
  19. Dat is niet enkel gebaseerd op de inhoud van de door de 9b16 verstuurde berichten, maar ook op andere feiten en omstandigheden zoals historische verkeersgegevens en bijnamen. Bovendien vindt de inhoud van verschillende Ennetcomberichten steun in andere bewijsmiddelen, in het geval van [verdachte] bijvoorbeeld in de hiervoor al aangehaalde verklaring van [reclasseringsmedewerkster] (een medewerkster van de reclassering). Ook in de hiervoor aangehaalde berichten die specifiek betrekking hebben op het Onderzoek Brandberg, is steun te vinden voor de stelling dat [verdachte] de gebruiker van de 9b16 is. Zo wordt in deze berichten ook de bijnaam ‘ [bijnaam Fu.] ’ of ‘ [bijnaam Fu.] ’ genoemd, waarvan het hof al heeft vastgesteld dat dit bijnamen van [verdachte] zijn. Uit de berichten blijkt dat [bijnaam Fu.] met een kalashnikov achter het slachtoffer is aangegaan en dat het slachtoffer met de kalashnikov is beschoten. Zoals gezegd, gaat het hof er in beginsel van uit dat de verschillende PGP-telefoons vaste gebruikers hebben gehad en er zijn geen aanwijzingen waaruit blijkt dat de 9b16 verschillende gebruikers heeft gehad. [verdachte] is één van de schutters geweest die het slachtoffer [slachtoffer 4] om het leven heeft gebracht. Gelet op al het voorgaande - in onderling verband en samenhang bezien - acht het hof bewezen dat [verdachte] zich als medepleger aan het tenlastegelegde feit in het Onderzoek Brandberg heeft schuldig gemaakt. Onderzoek IJshamer Standpunt van het openbaar ministerie De advocaten-generaal hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in dit onderzoek onder primair tenlastegelegde feit. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde in het onderzoek “IJshamer”. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de Samsung-telefoon in de avond van 3 april 2016 in dezelfde handen was als die van de gebruiker van het Ennetcom-account h249 (het account dat aan [verdachte] wordt toegeschreven). Uit de inhoud van de Ennetcomberichten van de h249 kan bovendien niet worden afgeleid dat [verdachte] de gebruiker is van dit account. Aanwijzingen daarvoor ontbreken. Oordeel van het hof Het hof is van oordeel dat de door de verdediging gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten worden weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het door [verdachte] aangevoerde wordt door de inhoud van deze bewijsmiddelen weerlegd. In het bijzonder overweegt het hof het volgende. De feiten Op zondag 3 april 2016 vond er een schietincident plaats op de [straat 16] / [straat 17] in Amsterdam. Omstreeks 22.40 uur die avond stapte het beoogde slachtoffer – zoals later uit onderzoek is gebleken [slachtoffer 5] – over vanuit een Opel Corsa naar een donkerkleurige vierdeurs Mercedes-Benz. Op dat moment kwam er een witte scooter aangereden met daarop twee personen. Eén van deze personen schoot met een vuurwapen/geweer op de Mercedes. Meerdere getuigen hebben gezien dat de schutter richtte op de Mercedes. Er zijn meerdere knallen gehoord. De Opel Corsa betrof - volgens een getuigenverklaring - een blauwe Opel Corsa met kenteken [kenteken 6] , bouwjaar
  20. Op de plaats delict trof de politie voorts een zwarte Suzuki Grand Vitara aan met kogelinslagen en een Volkswagen met een beschadiging op het dak, die door de politie wordt herkend als een schotbeschadiging. Op de plaats delict is er nabij een wasserette een kogelhuls aangetroffen. In de groenstrook is een patroon aangetroffen. Onder het linker achterwiel van de eerder genoemde Suzuki Grand Vitara zijn kogelfragmenten aangetroffen. Uit het onderzoek is gebleken dat er vanaf het wegdek/de groenstrook van zuidwestelijke in noordoostelijke richting is geschoten. De hulzen, patronen en manteldelen zijn door het NFI onderzocht. Er zijn aanwijzingen gevonden dat de gevonden manteldelen zijn afgevuurd vanuit één loop. De hulzen zijn waarschijnlijk verschoten

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.