GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.297.474 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen: 8633563) arrest van 28 december 2021 in het incident in de zaak van de vennootschap onder firma Fysio 024, gevestigd te Groesbeek, appellante, tevens eiseres in het incident, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Fysio 024, advocaat: mr. M. Bruins, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, tevens verweerder in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. C.L.J.A. Spiertz. 1Het geding in eerste aanleg Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 11 september 2020, 9 oktober 2020, 2 april 2021 en het herstelvonnis van 3 juni 2021 die de kantonrechter (rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, locatie Nijmegen) heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 29 juni 2021, - het exploot van anticipatie van 19 juli 2021 aan de zijde van [geïntimeerde] , - de memorie van grieven met productie 29, 30 en 31 en tevens incidentele memorie ex artikel 843a Rv, - de memorie van antwoord in het incident. 2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in het incident aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald. 3De motivering van de beslissing in het incident 3.1 [geïntimeerde] heeft in de periode tussen 2 januari 2018 en 1 december 2019 op grond van een arbeidsovereenkomst in loondienst van Fysio 024 gewerkt. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Per 1 december 2019 is [geïntimeerde] uit dienst getreden en met ingang van 1 januari 2020 is hij zijn eigen fysiotherapiepraktijk gestart in [woonplaats] . Partijen twisten (onder andere) over de vraag of [geïntimeerde] het relatiebeding heeft overtreden en zo ja, in welke mate en tot welke boete deze overtreding(en) zou(den) moeten leiden. 3.2 In eerste aanleg heeft de kantonrechter het relatiebeding gedeeltelijk vernietigd, in die zin dat het beding niet geldt voor de patiënten die al vóór de indiensttreding van [geïntimeerde] bij Fysio 024 (dat wil zeggen vóór 1 januari 2018) bij [geïntimeerde] onder behandeling waren in [woonplaats] en die hem zijn gevolgd naar Groesbeek vanwege de specifieke vertrouwensband en/of behandelrelatie. De kantonrechter heeft gespecificeerd voor welke patiënten een uitzondering op het relatiebeding geldt. De kantonrechter heeft verder geoordeeld dat [geïntimeerde] de contractuele boete is verschuldigd vanwege het behandelen van één patiënt die nog wel onder het beding valt. Fysio 024 wil het geschil hierover in volle omvang voorleggen aan het hof. Zij vermoedt daarbij dat [geïntimeerde] in zijn eigen praktijk in [woonplaats] nog meer patiënten van Fysio 024 heeft behandeld dan waarover in eerste aanleg is gesproken. Zij baseert dit vermoeden op haar eigen administratie, waarin zij heeft geconstateerd dat veertien patiënten die in behandeling waren bij [geïntimeerde] bij Fysio 024 na zijn vertrek zich niet meer tot de praktijk van Fysio 024 hebben gewend. 3.3 Fysio 024 heeft daarom in dit incident gevorderd (op grond van artikel 843a Rv) dat [geïntimeerde] een lijst in het geding dient te brengen van alle patiënten die hij sinds zijn vertrek bij Fysio 024 tot en met heden heeft behandeld, met vermelding van naam en geboortedatum van die patiënten. Het verkrijgen van deze lijst is volgens Fysio 024 noodzakelijk om haar stellingen te kunnen bewijzen. Fysio 024 stelt voor dat, in het geval het hof van oordeel zou zijn dat met honorering van de vordering de privacy van de patiënten niet kan worden gewaarborgd, het hof een deskundige benoemt om de patiëntgegevens van Fysio 024 en [geïntimeerde] met elkaar te vergelijken. 3.4 Een verzoek op grond van artikel 843a Rv kan worden toegewezen als aan de drie volgende cumulatieve voorwaarden van het eerste lid is voldaan:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.