GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.267.807 (zaaknummer rechtbank C/08/181217) arrest van 23 februari 2021 in de zaak van de vennootschap naar het recht van Finland Etelä-Helsingin-Elä Inlääkäriasema Oy, gevestigd in Helsinki (Finland), appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna: de koper, advocaat: mr. L.M. Schelstraete, tegen: 1. de maatschap [geïntimeerde1/de paardenkliniek] , gevestigd te [A] , 2 [geïntimeerde2] , wonende te [A] , 3 [geïntimeerde3] , wonende te [A] , 4 [geïntimeerde4] , wonende te [A] , geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appellanten in het incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. S.A. Wensing. Geïntimeerde sub 2 zal als [de dierenarts] of de dierenarts worden aangeduid en geïntimeerden gezamenlijk zullen (als procespartij) worden aangeduid als de Paardenkliniek. 1Samenvatting In deze zaak staat centraal of de Paardenkliniek de koper van een springpaard moet vrijwaren voor hetgeen die koper in de hoofdzaak aan de verkoper moet betalen, dit vanwege de vraag of een dierenarts van de Paardenkliniek het paard heeft onderzocht en of dit onderzoek goed is gebeurd. Het hof bepaalt een zitting om de bewijspositie van partijen met hen te bespreken. 2De procedure bij de rechtbank Het hof verwijst naar de inhoud van de vonnissen van 18 mei 2016, 15 maart 2017, 9 augustus 2017, 6 december 2017, 30 januari 2019 en 3 juli 2019 die de rechtbank Overijssel (zittingsplaats Almelo) heeft gewezen. Tegen de laatstgenoemde vier vonnissen is hoger beroep ingesteld. 3De procedure in hoger beroep 3.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 30 september 2019, - het anticipatie-exploot van 10 oktober 2019, - de memorie van grieven (met producties) - de memorie van antwoord/tevens van incidenteel hoger beroep, - de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep (met één productie). 3.2 Het hof heeft arrest bepaald (op één dossier). 4De vaststaande feiten Het hof gaat uit van de volgende vaststaande feiten. 4.1 In juli 2015 heeft [bestuurder van de koper] belangstelling getoond voor het springpaard [paard] , eigendom van [bestuurder van de verkoper] B.V., die een springstal exploiteert waarin springpaarden worden getraind en verkocht. Het paard was bedoeld om bereden te worden door de dochter van [bestuurder van de koper] . [bestuurder van de koper] heeft een dierenartsenpraktijk in Finland en is bestuurder van de koper. 4.2 Rond 19 juli 2015 zijn [bestuurder van de koper] en zijn dochter naar Nederland gekomen en hebben het paard bezichtigd. Van die bezichtiging is beeldmateriaal gemaakt. 4.3 Naar aanleiding van observaties tijdens die bezichtiging heeft [bestuurder van de koper] de hem goed bekende dierenarts [de dierenarts] (maat van de maatschap [geïntimeerde1/de paardenkliniek] ) benaderd. [bestuurder van de koper] heeft [de dierenarts] in ieder geval gevraagd röntgenfoto’s en scans te maken van het paard. Dat heeft [de dierenarts] ook gedaan op 20 juli 2015. Hij heeft die dag met zijn telefoon twee bestanden gestuurd aan [bestuurder van de koper] en er is die dag tussen hen ook een telefoongesprek gevoerd over het paard. 4.4 Vervolgens heeft de koper het paard gekocht van [bestuurder van de verkoper] B.V. (hierna: de verkoper) voor € 120.000,-, waarvan € 80.000,- is betaald. [bestuurder van de verkoper] is de zoon van [de dierenarts] en bestuurder van de verkoper. Het paard is getransporteerd naar Finland en op 26 juli 2015 overgedragen aan de koper. 4.5 Op 1 augustus 2015 heeft de dochter van [bestuurder van de koper] een wedstrijd gereden met het paard. Van die wedstrijd zijn beeldopnamen gemaakt. 4.6 Op 3 augustus 2015 heeft [bestuurder van de koper] via een e-mailbericht, zowel gericht aan [bestuurder van de verkoper] als aan [de dierenarts] , geklaagd over gebreken die het paard vertoonde. 4.7 Het paard staat nog steeds op stal bij de koper. 5De beslissing van de rechtbank hoofdprocedure 5.1 De koper heeft van de koopsom € 40.000,- onbetaald gelaten; dit bedrag heeft de verkoper bij de rechtbank van hem gevorderd (de vordering in conventie). De koper heeft daar bezwaar tegen gemaakt vanwege volgens hem al bij de levering aanwezige gebreken bij het paard. Hij heeft gevorderd (in reconventie) dat de koopovereenkomst wordt ontbonden, dat het door hem al betaalde bedrag van € 80.000,- wordt terugbetaald en dat de verkoper vergoeding van voor het paard gemaakte kosten betaalt, met rente en kosten. vrijwaring 5.2 De koper heeft daarnaast in vrijwaring opgeroepen de maatschap [geïntimeerde1/de paardenkliniek] en de drie maten van die maatschap, waaronder [de dierenarts] . De koper heeft gevorderd (naast afgifte van door de Paardenkliniek gemaakte röntgenfoto’s van het paard) dat de maatschap en haar maten veroordeeld worden te betalen waartoe zij in de hoofdzaak zullen worden veroordeeld en daarnaast dat de maatschap en de maten worden veroordeeld tot betaling van € 80.000,- en vergoeding van voor het paard gemaakte kosten, met rente en kosten. De Paardenkliniek heeft als tegenvordering de betaling van € 727,50 gevorderd voor het maken van de röntgenfoto’s. beslissing in de hoofdzaak 5.3 De rechtbank heeft eerst een deskundigenbericht gelast en heeft na het uitbrengen van het deskundigenrapport de deskundige op een zitting gehoord, in aanwezigheid van partijen in hoofd- en vrijwaringszaak. Op basis van de opinie van de deskundige heeft de rechtbank geconstateerd dat het paard ten tijde van de levering geen voor een springpaard relevante mankementen had en beantwoordde aan de overeenkomst. 5.4 In de hoofdzaak is de koper daarom veroordeeld tot betaling van de resterende koopsom van € 40.000,- en zijn de vorderingen van de koper afgewezen, met haar veroordeling in de kosten van de procedure. beslissing in de vrijwaringszaak 5.5 In de vrijwaringsprocedure heeft de rechtbank geconstateerd dat, gelet op de beslissing in de hoofdzaak, niet vast is komen te staan dat de Paardenkliniek door het verstrekken van een positief aankoopadvies toerekenbaar tekortgekomen is. De rechtbank heeft niet beoordeeld of de Paardenkliniek een deugdelijk onderzoek heeft gedaan omdat niet vast is komen te staan dat door het opvolgen van het advies schade is ontstaan; het paard vertoonde ten tijde van de levering immers geen relevante tekortkomingen. De tegenvordering van de Paardenkliniek is afgewezen, omdat de grondslag van die vordering niet is komen vast te staan. 6De beoordeling in hoger beroep kern van de zaak in de vrijwaring 6.1 In deze zaak staat centraal wat er tussen [de dierenarts] en [bestuurder van de koper] is afgesproken over de keuring van het paard, of [de dierenarts] daarbij een beroepsfout heeft gemaakt en of de Paardenkliniek de koper moet vrijwaren voor hetgeen die koper in de hoofdzaak aan de verkoper moet betalen. internationale aspecten 6.2 De Nederlandse rechter is bevoegd nu de Paardenkliniek en haar maten zijn gevestigd in Nederland. 6.3 Omdat de rechtbank is uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht zal het hof dat ook doen; partijen hebben zich daar, ook in hoger beroep, niet tegen verzet. verhouding hoofdzaak en vrijwaringszaak 6.4 Tegen het vonnis van de rechtbank in de hoofdzaak is afzonderlijk hoger beroep ingesteld (met zaaknummer A.200.267.806). In deze hoofdzaak wordt arrest gewezen tegelijkertijd met de uitspraak van dit arrest in de vrijwaringszaak. In het arrest in de hoofdzaak oordeelt het hof dat de koper onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat het paard bij het sluiten van de overeenkomst niet de eigenschappen bezat die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De vonnissen van de rechtbank, waarbij de vorderingen van de verkoper zijn toegewezen en die van de koper zijn afgewezen, zijn bekrachtigd. Dit betekent dat de koper nog steeds belang heeft bij zijn vordering tot vrijwaring. grondslagen voor vrijwaring 6.5 De koper heeft (ook voor het geval in de hoofdzaak niet komt vast te staan dat het paard op het moment van de levering niet aan de overeenkomst beantwoordde) voor de vrijwaring de volgende grondslagen aangevoerd: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.