GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.275.019 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 490254) arrest in kort geding van 23 februari 2021 in de zaak van: 1 [appellant] , hierna: [appellant] , 2. [appellante], hierna: [appellante] , beiden wonende te [A] , appellanten, gezamenlijk te noemen: het echtpaar, advocaat: mr. W.Y. Hofstra, tegen: de coöperatie met uitgesloten van aansprakelijkheid Coöperatieve BloemenVeiling Royal FloraHolland U.A., gevestigd te Aalsmeer, geïntimeerde, hierna: de Veiling, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens. 1De verdere procedure in hoger beroep 1.1 Het hof verwijst naar het tussenarrest van 14 juli 2020, waarin een enkelvoudige mondelinge behandeling is bepaald. Die zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2020 en daarvan is een proces-verbaal opgemaakt. 1.2 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de producties 5 en 6 overgelegd door de Veiling (bij bericht van 22 september 2020); - de producties 7 tot en met 10, overgelegd door de Veiling (bij bericht van 23 november 2020); - het proces-verbaal van de zitting van 14 december 2020, met daaraan gehecht de aantekeningen die de advocaten van partijen hebben gehanteerd. In dat proces-verbaal staat ten onrechte dat de hiervoor genoemde producties door het echtpaar zijn overgelegd. 1.3 Het hof heeft arrest bepaald (op één dossier). 2De motivering van de beslissing in hoger beroep kern van de zaak 2.1 Tussen partijen wordt al vele jaren geprocedeerd. Dit hof heeft [appellant] op 30 januari 2018 veroordeeld tot betaling aan de Veiling van € 6.418.400,- (met rente en kosten) wegens onrechtmatig handelen (bestaande uit het ontvreemden van metalen stapelwagens, een soort veilingkarren). De Veiling probeert dit bedrag sinds die tijd te verhalen op [appellant] . In deze procedure vordert de Veiling het echtpaar te bevelen geen goederen aan dit verhaal te onthouden of te onttrekken, opgave te doen van inkomsten en vermogen en een aantal vragen daarover te beantwoorden, alles op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toegewezen. De bezwaren van het echtpaar tegen deze beslissing worden hierna besproken. grondslag onrechtmatig handelen 2.2 [appellant] blijft volhouden dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de stapelwagens. In de procedure die aan het arrest van 30 januari 2018 voorafging is dit echter wel komen vast te staan, zodat dit ook uitgangspunt is in deze procedure. Dit geldt voor [appellant] op grond van het gezag van gewijsde van genoemd arrest, terwijl [appellante] haar verweer hiertegen onvoldoende heeft gemotiveerd. schade Veiling niet verzekerd 2.3 Het echtpaar voert aan dat er geen schade bestaat voor de Veiling aangezien die wel gedekt zal zijn door een verzekering en heeft in hoger beroep (als productie 1) een krantenartikel overgelegd, waaruit dat zou kunnen worden afgeleid. De Veiling heeft betwist verzekerd te zijn voor deze schade. Dit is tegenover de tekst in het krantenartikel voldoende onderbouwd met een e-mailbericht van de insurancemanager van de Veiling, waaruit blijkt dat de Veiling niet verzekerd was en zich niet verzekeren kon voor schade door diefstal van goederen. Dit verweer gaat dus niet op. toelichting vordering 2.4 De Veiling heeft aangevoerd dat zij op grond van de wet van het echtpaar (dat in gemeenschap van goederen is getrouwd) kan vragen informatie te geven over hun inkomen en vermogen. De tot nu toe gegeven informatie komt er op neer dat het echtpaar niet beschikt over meer inkomen dan een AOW-uitkering en niet over meer vermogen beschikt dan hun woonhuis met omringende grond en diverse opstallen en daarnaast nog een woning. De onroerende zaken vertegenwoordigen geen overwaarde vanwege het feit dat het echtpaar daarop in 1996 een hypotheek heeft verstrekt aan een Amerikaanse vennootschap (TFC) met als bestuurder [de boekhouder] , de accountant van het echtpaar. Op deze hypotheek lijkt niet te worden afgelost en geen rente te worden betaald. In 2014 heeft het echtpaar een pandrecht op hun roerende zaken verstrekt aan [de boekhouder] en echtgenote, zodat die zaken ook aan verhaal zijn onttrokken. De Veiling twijfelt aan de volledigheid en betrouwbaarheid van de gegeven informatie en verlangt meer informatie van het echtpaar, op straffe van een dwangsom. verweer echtpaar 2.5 Het echtpaar heeft aangevoerd dat zij al op gevorderde leeftijd zijn en met serieuze gezondheidsklachten kampen. Zij beschikken over niet meer inkomen dan een AOW-uitkering. Op de AOW-uitkering van [appellant] heeft de Veiling al beslag gelegd. Op de woning rust inderdaad een hypotheek. [de boekhouder] , die jarenlang de administratie van [appellant] heeft verzorgd, heeft het echtpaar willen helpen toen een eerdere hypotheek bij de Rabobank werd opgezegd. TFC heeft hen toen een hypotheek verstrekt. Omdat het echtpaar niet in staat was af te lossen op de hypotheek en rente te betalen is het pandrecht aan [de boekhouder] dan wel TFC verstrekt. Hypotheekrecht en pandrecht zijn legitiem en hebben niet als doel de Veiling te benadelen. De Veiling heeft door het beslag op uitkering en bankrekeningen van het echtpaar al € 15.000,- geïncasseerd. Meer informatie dan nu verstrekt kan het echtpaar niet geven. verstrekte informatie onvoldoende 2.6 Het hof is het met de Veiling eens dat er voldoende redenen bestaan om te twijfelen aan de volledigheid en betrouwbaarheid van de tot nu toe door het echtpaar verstrekte informatie. Die twijfel is niet alleen gebaseerd op de diefstalvoorgeschiedenis, maar ook op concrete aanwijzingen dat de inmiddels gegeven informatie niet compleet is. Dat is door de Veiling toegelicht en onderbouwd op de volgende punten: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.