GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummers 19/00271 en 19/00272 uitspraakdatum: 2 maart 2021 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te [Z] (België) (hierna: belanghebbende) en het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Rivierenland (hierna: de heffingsambtenaar) tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 februari 2019, nummers AWB 17/6715 en AWB 18/75, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 2 te [A] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2015 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2016 vastgesteld op € 274.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2016 (hierna: OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 321,68. 1.2. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet WOZ de waarde van de woning, per waardepeildatum 1 januari 2016 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2017 vastgesteld op € 276.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag OZB 2017 voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 320,99. 1.3. Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar de beschikkingen en de aanslagen gehandhaafd. 1.4. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard, de heffingsambtenaar veroordeeld tot het aan belanghebbende betalen van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, alsmede tot het vergoeden van de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 265,34 (verletkosten € 240 en reiskosten € 25,34). 1.5. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. 1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2020. Ter zitting zijn de onderhavige twee zaken gezamenlijk behandeld met tien andere zaken - allemaal WOZ-objecten die zich in de [a-straat] bevinden - waarin belanghebbende optreedt als gemachtigde of indiener van het hogerberoepschrift, door het Hof geregistreerd onder de nummers 19/00512 tot en met 19/00521. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht. 2Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een in 1997 gebouwde geschakelde (hoek)woning met garage (18 m²), aanbouw (15 m³) en tuinhuis. De woning heeft een inhoud van 412 m³. De perceeloppervlakte bedraagt 283 m². 2.2. De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar de taxatierapporten per waardepeildatum 1 januari 2015, respectievelijk 1 januari 2016 met bijbehorende taxatiematrices gedateerd op 2 mei 2018, opgesteld door taxateur [B] . 2.3. De matrices vermelden onder andere de hierna volgende informatie: Waardepeildatum 1-1-2015 [a-straat] 2 14 5 26 soort woning geschakeld geschakeld geschakeld drive-in bouwjaar 1997 1997 1997 1999 inhoud 412 m³ 412 m³ 412 m³ 365 m³ oppervlakte perceel 283 m² 171 m² 171 m² 591 m² garage 18 m² 18 m² 18 m² 40 m² aanbouw 15 m³ 60 m³ ligging 6 6 6 6 KOUDV factoren 6 6 6 6 getaxeerde waarde € 274.000 transportdatum 2-2-2015 4-2-2014 1-4-2015 transactieprijs € 234.000 € 240.000 € 310.000 Waardepeildatum 1-1-2016 [a-straat] 2 9 26 27 soort woning geschakeld geschakeld drive-in drive-in bouwjaar 1997 1997 1999 1999 inhoud 412 m³ 412 m³ 365 m³ 365 m³ oppervlakte perceel 283 m² 170 m² 591 m² 446 m² garage 18 m² 18 m² 40 m² 29 m² aanbouw 15 m³ 60 m³ 125 m³ ligging 6 6 6 6 KOUDV factoren 6 6 6 6 getaxeerde waarde € 276.000 transportdatum 30-12-2016 1-4-2015 22-2-2016 transactieprijs € 249.000 € 310.000 € 310.000 2.4. De woning is - belanghebbende staat een inpandige opname door de taxateur niet toe – via een geveltaxatie opgenomen. 2.5. De woning is door belanghebbende in 2019 verkocht en in 2020 aan de nieuwe eigenaar geleverd. De koopsom bedroeg € 340.000. In verband met de verkoop is de fotoreportage, met onder andere foto's van de binnenzijde van de woning, ook voor de heffingsambtenaar beschikbaar gekomen. 2.6. Met ingang van 26 juli 2017 is de eenmanszaak onder de handelsnaam: " [C] " ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De activiteiten staan omschreven als: "Belastingconsulenten. Advies op het gebied van WOZ waarde." Belanghebbende staat sinds de genoemde datum ingeschreven als eigenaar. 3Geschil 3.1. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2015 (hierna: belastingjaar 2016) en 1 januari 2016 (hierna: belastingjaar 2017). 3.2. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraken op bezwaar en tot vermindering van de bij beschikking vastgestelde waarden en de aanslagen. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn standpunt in hoger beroep erop gewezen dat de heffingsambtenaar de waarde heeft bepaald volgens de vergelijkingsmethode. Dit systeem is volgens hem niet bruikbaar omdat elk huis uniek is. Volgens belanghebbende had daarom de Wet op de Grondbelasting - een voorloper van de Wet WOZ - in stand moeten blijven. Daarnaast kunnen de beschikkingen niet in stand blijven daar de heffingsambtenaar volgens belanghebbende algemene beginselen van behoorlijk bestuur - belanghebbende noemt: het beginsel van fair-play, het zorgvuldigheids-, gelijkheids- en het 'ne bis in idem'-beginsel - heeft geschonden. Onder verwijzing naar de uitspraak van dit Hof van 5 september 2017, nr. 16/00910, ECLI:NL:GHARL:2017:7658, waarin het Hof de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2014 in goede justitie heeft vastgesteld op € 252.000, bepleit belanghebbende voor het belastingjaar 2016 een waarde van € 252.000 en voor het belastingjaar 2017 een waarde van € 254.000. 3.3. De heffingsambtenaar bepleit dat zowel de vastgestelde waarde van € 274.000 (belastingjaar 2016) als € 276.000 (belastingjaar 2017) niet te hoog is. Ter onderbouwing verwijst hij naar de bijgevoegde taxatierapporten met bijbehorende matrices. Hij is van mening dat de referentieobjecten ten aanzien van de objectkenmerken goed vergelijkbaar zijn met het onderhavige object. Weliswaar bestaan er enkele verschillen tussen de referentieobjecten en het onderhavige object maar daarmee is bij de waardering rekening gehouden, aldus de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar concludeert in het incidentele hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover het betreft de beslissing omtrent de proceskosten. 4Beoordeling van het geschil 4.1. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ moet de waarde van de onroerende zaak worden bepaald op de waarde die daaraan dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de onroerende zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Naar de bedoeling van de wetgever is deze waarde de prijs die door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding. 4.2. In artikel 20, tweede lid, van de Wet WOZ is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de onderbouwing en de uitvoering van de waardebepaling. Op grond hiervan is het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: UBOUW) vastgesteld. In artikel 2 UBOUW is vervolgens bepaald dat bij ministeriële regeling een instructie wordt vastgesteld waarin regels zijn neergelegd voor de onderbouwing en de uitvoering van de waardebepaling van onroerende zaken op de voet de Wet WOZ. Artikel 4 van deze Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken luidt voor zover van belang als volgt: "1. De waarde, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt bepaald voor woningen: door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn; (…)." 4.3. Het voorgaande houdt in dat het betoog van belanghebbende dat de vergelijkingsmethode niet legitiem zou zijn en de heffingsambtenaar daarom on(wet)rechtmatig handelt, geen hout snijdt. Ten aanzien van het door belanghebbende gedane beroep op schending van de Grondwet overweegt het Hof dat het hem op grond van artikel 120 van de Grondwet en artikel 11 van de Wet algemene bepalingen niet vrij staat om formele wetgeving - in dit geval de Wet WOZ - te toetsen op haar grondwettigheid, respectievelijk de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen. 4.4. Nu belanghebbende de juistheid van de vastgestelde waarde betwist, rust op de heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken dat de waarde van de woning op de waardepeildatum door hem niet te hoog is vastgesteld. 4.5. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar met de taxatierapporten en de matrices de door hem verdedigde waarde van € 274.000 (belastingjaar 2016) respectievelijk € 276.000 (belastingjaar 2017) voldoende inzichtelijk en aannemelijk gemaakt. In dit verband overweegt het Hof als volgt. Belastingjaar 2016 4.6. In het taxatierapport zijn drie referentieobjecten genoemd die alle drie zijn gelegen in de [a-straat] (nummers 14, 5 en 26). Niet in geschil is dat de [a-straat] 14 en 5 van een gelijk type zijn, met een, op de aanbouw na, gelijke inhoud van 412 m³. Daarnaast beschikken deze woningen, evenals de woning van belanghebbende, over een garage met een oppervlakte van 18 m². De oppervlakte van de kavels zijn echter kleiner en omvatten 171 m², terwijl de oppervlakte van de kavel van de woning van belanghebbende 283 m² omvat. Nummer 14 is verkocht op 2 februari 2015 voor € 234.000 en nummer 5 op 4 februari 2014 voor € 240.000 (zie 2.3.). 4.7. Het Hof zal bij zijn beoordeling het referentieobject [a-straat] 26 buiten beschouwing laten daar dit een geheel ander type woning (drive-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.