GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.260.909/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, 7267094) arrest van 2 maart 2021 in de zaak van [appellant] , wonende te [A] , appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. B. Altena, die zich op 15 december 2020 heeft onttrokken, tegen [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, in eerste aanleg: eiser, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. J. Bonnema, kantoorhoudend te Leeuwarden. 1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 3 november 2020 hier over. In dit tussenarrest heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich over concrete punten uit te laten alsook [appellant] toegelaten tot tegenbewijs. 1.2 [geïntimeerde] heeft op de roldatum van 15 december 2020 een akte uitlating genomen en daarbij twee producties overgelegd. Op die roldatum heeft mr. Altena zich als advocaat van [appellant] onttrokken en daarbij het hof laten weten zijn cliënt op de gevolgen van de onttrekking te hebben gewezen. Op de daartoe aangewezen roldatum van 5 januari 2021 is [appellant] uitstel verleend voor het stellen van een nieuwe advocaat. Op de roldatum van 12 januari 2021 heeft zich geen nieuwe advocaat voor [appellant] gesteld. [geïntimeerde] heeft op diezelfde roldatum het hof verzocht om arrest te wijzen. Het hof heeft vervolgens arrest bepaald op het daartoe door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier. 2De verdere beoordeling van de grieven en de vordering 2.1 In het arrest van 3 november 2020 is: met betrekking tot wat in de periode van augustus 2014 tot en met mei 2015 is betaald a. [geïntimeerde] verzocht de door hem via Vesting Finance ontvangen bedragen nader toe te lichten, in die zin dat duidelijk wordt wanneer [appellant] welke bedragen aan Vesting Finance heeft betaald en of, en zo ja hoeveel, incassokosten zijn verrekend; [appellant] verzocht de crediteurenkaarten verder toe te lichten, in die zin dat wordt uitgelegd waarom twee bedragen memoriaal zijn geboekt en waarom daarin een onderscheid wordt gemaakt in betalingen via/vanaf “ABN” respectievelijk “RABO”; en met betrekking tot de geldleningsovereenkomst: [appellant] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen bestaan van een geldleningsovereenkomst tussen partijen betreffende € 10.000,-. geldleningsovereenkomst 2.2 De advocaat van [appellant] heeft zich onttrokken en, nadat de zaak naar de rol is verwezen, heeft zich geen nieuwe advocaat voor hem gesteld. [appellant] had op dat moment nog geen getuigen aangezegd. [appellant] kan geen proceshandelingen meer verrichten, zodat hij het van hem verlangde tegenbewijs niet meer kan leveren. Daarmee staat vast wat het hof over het bestaan van een geldleningsovereenkomst tussen partijen heeft overwogen omdat het daartegen opengestelde tegenbewijs niet is geleverd. In zoverre faalt [appellant] ’s grief. is alle huur betaald (periode augustus 2014 t/m mei 2015)? 2.3 Uit de nader door [geïntimeerde] verschafte inlichtingen blijkt dat hij van het door hem ingeschakelde incassobureau Vesting Finance een tussentijdse afdracht van € 7.000,- heeft ontvangen van de bedragen die dat bureau bij [appellant] had geïncasseerd. Verder blijkt dat Vesting Finance op 7 april 2015 dat voor [geïntimeerde] gevoerde incassotraject heeft afgerekend met een bedrag van € 2.960,42, waardoor [geïntimeerde] per saldo nog een bedrag van € 2.025,38 ontving. Deze bedragen en de daarvoor gegeven onderbouwing stemmen overeen met wat [geïntimeerde] eerder in deze procedure heeft gesteld. 2.4 [appellant] heeft, anders dan van hem werd verwacht, de door hem overgelegde crediteurenkaarten uit zijn administratie niet nader toegelicht. Met het uitblijven van die toelichting op zijn administratie en het verder ontbreken van bewijzen van betaling van meer dan door [geïntimeerde] met stukken onderbouwd is erkend, is, mede gelet op de [appellant] rustende bewijslast ter zake, geen reden om op basis van de crediteurenkaarten aan te nemen dat [appellant] alle huur over genoemde periode heeft betaald. Ook in zoverre faalt zijn grief tegen het over die periode toegewezen bedrag van € 3.792,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.