GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.248.914/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland NL17.10215) arrest van 30 maart 2021 in de zaak van Uno Mundo B.V., gevestigd te Hilversum, appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna: Uno Mundo, advocaat: mr. G.P. Poiesz, die kantoor houdt te Heemskerk, tegen 1Unified Service Provider B.V., gevestigd te Hilversum, hierna: USP, 2. Bobtro Management B.V., gevestigd te Hilversum, hierna: Bobtro, 3. [geïntimeerde3] , wonende te [A] , hierna: [geïntimeerde3], 4. Berlian Management B.V., gevestigd te Hilversum, hierna: Berlian, 5. [geïntimeerde5] , wonende te [A] , hierna: [geïntimeerde5], 6. Btelecom B.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna: Btelecom, 7. [geïntimeerde7] , wonende te [B] , hierna: [geïntimeerde7], geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appellanten in het incidenteel hoger beroep, bij de rechtbank: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: USP c.s., advocaat: mr. L.C.L. Bults, die kantoor houdt te Hilversum. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Naar aanleiding van het tussenarrest van 7 mei 2019 heeft op 9 februari 2021 een mondelinge behandeling plaatsgehad (een comparitie). Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Beide partijen hebben schriftelijk commentaar geleverd op de weergave van de ter zitting besproken stukken waar het incident betrekking op heeft. Slechts indien er voor zover dat commentaar voor de te nemen beslissing van belang is, zal het hof daarop terugkomen. 1.2 Ter zitting heeft Uno Mundo een akte genomen waarin zij haar eis heeft vermeerderd. Nadat de zaak vervolgens naar de rol was verwezen voor uitlating royement of voortzetting van de procedure, hebben USP c.s. een akte genomen waarin zij het hof verzoeken die vermeerdering niet toe te staan en arrest te wijzen. Het hof heeft daarna nog kennisgenomen van een schriftelijke reactie van Uno Mundo van 23 februari 2021. Hierna heeft het hof besloten uitspraak te doen. 2Waar gaat deze zaak over? 2.1 Het draait in deze procedure om de vraag of USP een managementvergoeding aan Uno Mundo verschuldigd is en – zo ja – of de (indirecte) bestuurders van USP tot betaling daarvan kunnen worden verplicht. 2.2 Uno Mundo is de vennootschap van wijlen [erflater]. Via deze en andere persoonlijke vennootschappen (Berlian, Bobtro en Btelecom) en een holding (Henabost) is hij in 2015 samen met [geïntimeerde5] , haar echtgenoot [geïntimeerde3] en [geïntimeerde7] voor gelijke delen aandeelhouder geworden van USP. [geïntimeerde5] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde7] (hierna: [geïntimeerde5] c.s.) waren van die laatste vennootschap de bestuurders. 2.3 Vanaf 1 maart 2015 hebben [geïntimeerde5] c.s. op grond van individuele managementovereenkomsten tussen USP en hun persoonlijke vennootschappen werkzaamheden verricht voor USP. [erflater] deed hetzelfde via Uno Mundo vanaf 1 september 2015. 2.4 Op 13 maart 2017 heeft USP de managementovereenkomst met Uno Mundo opgezegd, met inachtneming van een termijn van drie maanden. Daarna heeft [erflater] zich ziekgemeld, zonder dat Uno Mundo voor hem vervanging beschikbaar heeft gesteld. 2.5 Ter vergoeding van de verrichte werkzaamheden van [erflater] heeft USP aan Uno Mundo tot aan de beëindiging van de managementovereenkomst een managementvergoeding (fee) betaald vanaf 1 september 2016. Uno Mundo heeft in aanvulling daarop aanspraak gemaakt op betaling van een vergoeding vanaf 1 september 2015. Toen USP weigerde daarop in te gaan, heeft Uno Mundo die partij op 22 augustus 2017 gesommeerd € 105.420,- te betalen. Omdat USP dat opnieuw weigerde, is Uno Mundo de procedure gestart waar dit hoger beroep op is gevolgd. Zij stelt zich nu op het standpunt dat zij over november 2015/juni 2017 op basis van een uurtarief van € 46,- en 160 per maand door [erflater] gewerkte uren, recht heeft op een managementvergoeding van € 178.112,- inclusief btw. Na aftrek van wat daarop in mindering al is betaald, resulteert dat volgens haar in een vordering van € 158.612,-, te vermeerderen met rente en kosten. De rechtbank heeft die vordering alleen tegen USP toegewezen, en slechts tot een hoofdsom van € 1.033,44. 2.6 De strekking van het hoger beroep van Uno Mundo is, dat de gehele vordering alsnog wordt toegewezen, en wel tegen alle gedaagden. USP c.s. willen met het van hun kant ingestelde hoger beroep juist bereiken dat de vordering tegen hen geheel wordt afgewezen en dat Uno Mundo wordt veroordeeld tot teugbetaling van een teveel betaald bedrag. 3Het oordeel van het hof over de vorderingen Het verzoek van Uno Mundo om USP c.s. op te dragen correspondentie af te dragen of in deze procedure in te brengen, en het verzoek van Uno Mundo die correspondentie zelf in deze procedure in te mogen brengen, zal het hof niet honoreren 3.1 Voorafgaand aan de zitting van 12 februari 2021 heeft Uno Mundo een eiswijziging aangekondigd, waarbij naast de oorspronkelijke vordering ook een vordering tot afgifte in kopie van (elektronische) documenten wordt gevorderd die in januari 2021 onder bewijsbeslag zijn komen te liggen. Ter zitting is daarover overeenstemming bereikt. Die komt erop neer dat alle e-mails van en aan [erflater] en whatsapp-berichten van hem en aan hem over de periode 1 oktober 2014 – 1 juli 2017 zullen worden vrijgegeven. 3.2 Uno Mundo heeft het hof desalniettemin verzocht de vordering wel toe te wijzen ten aanzien van de berichten waarover overeenstemming is bereikt, of USP c.s. op grond van artikel 22 Rv ambtshalve te bevelen ‘deze voor het geschil relevante stukken over te leggen en [Uno Mundo] in staat te stellen deze stukken te mogen inbrengen en overleggen, alvorens inhoudelijk arrest wordt gewezen’. 3.3 Voor zover Uno Mundo bedoelt de op artikel 843a Rv gebaseerde vordering tot afgifte te handhaven, zal het hof die afwijzen. USP c.s. zijn immers gehouden de ter zitting gemaakte afspraak na te komen. Het belang bij de vordering tot afgifte van correspondentie is daarmee komen te vervallen. Dat verzoek zou bovendien niet toewijsbaar zijn, omdat het strijdig is met een goede procesorde (zie hierna onder 3.4; de daar gegeven redenering gaat hier ook op). 3.4 Voor zover Uno Mundo bedoelt dat het hof deze correspondentie nog in zijn oordeel zal moeten betrekken, wijst het hof het verzoek af. Van meet af aan heeft Uno Mundo, die tot aan het tussenarrest nog werd vertegenwoordigd door [erflater] zelf, de gelegenheid gehad correspondentie in het geding te brengen die van [erflater] afkomstig is of die hij heeft ontvangen, en zich daarop te beroepen. Dat is tot aan de zitting bij het hof niet gebeurd, en Uno Mundo heeft tot dat moment ook op geen enkele manier gesteld of zelfs maar gesuggereerd dat zij geen toegang had tot die documentatie. Het verzoek om die nu nog in het geding te brengen, is dan ook in strijd met een goede procesorde. Het beroep op de regels omtrent arbeidsovereenkomsten is te laat gedaan 3.5 Op de zitting van 12 februari 2021 heeft Uno Mundo aangevoerd dat in de kern sprake is geweest van een (quasi) arbeidsverhouding tussen [erflater] en USP. Het hof begrijpt het standpunt van Uno Mundo zo, dat bij de uitleg van de rechtsverhouding tussen partijen rekening moet worden gehouden met dat gegeven, en ook met de getalsmatige verhouding tussen [erflater] enerzijds en de bestuurders van USP anderzijds. Dat zou betekenen dat Uno Mundo aanspraak heeft op vergoeding tijdens de ziekte van [erflater] vanaf het moment dat de managementovereenkomst werd opgezegd. 3.6 Nog daargelaten dat [erflater] of zijn erfgenamen geen partij zijn in deze procedure en dat een arbeidsverhouding tussen USP en Uno Mundo niet mogelijk is, komt Uno Mundo met dit bezwaar (deze grief) te laat. Het hof laat het bij die constatering. Net als de rechtbank gaat het hof ervan uit dat geen managementvergoeding over het eerste jaar verschuldigd is 3.7 Het hof stelt vast dat Uno Mundo in dit hoger beroep geen onderbouwing heeft gegeven voor enig onderdeel van haar vorderingen over de periode november 2015/september 2016 die niet al door de rechtbank is beoordeeld en verworpen. Die beoordeling is uitgebreid en deugdelijk. Alleen al op deze constatering moet het hoger beroep ten aanzien daarvan stranden. Het hof voegt hier voor de duidelijkheid het volgende aan toe. 3.8 Volgens Uno Mundo was vanaf 1 november 2015 wel een managementvergoeding verschuldigd, maar werd betaling daarvan uitgesteld omdat de onderneming over onvoldoende financiële armslag beschikte. Die vergoeding zou volgens haar op een later moment wel worden gedaan. Zoals de rechtbank ook heeft overwogen, ligt het op de weg van USP c.s. om te onderbouwen en bij deugdelijke betwisting te bewijzen dat is afgesproken dat USP over die eerste periode geen loon verschuldigd zou zijn. Dat uitgangspunt legt niet alleen aan USP c.s. verplichtingen op; een gefundeerde onderbouwing van USP c.s. moet door Uno Mundo van haar kant ook gefundeerd worden bestreden. Dat laatste is niet gebeurd. Het hof ligt die conclusie hierna toe. 3.9 USP is en was een salesorganisatie zonder personeel en zonder relevante activa of startkapitaal, die in het voorjaar van 2015 op initiatief van [geïntimeerde5] c.s. is opgezet. Op dat moment was duidelijk dat het in ieder geval een jaar zou duren voordat de inspanningen van de partners in enige winst van USP zouden resulteren. Daarom is zowel voor hen als voor [erflater] uitgangspunt geweest dat gedurende het eerste jaar van de werkzaamheden voor USP geen managementvergoeding zou worden uitgekeerd. In de woorden van [geïntimeerde5] in een mail van 2 november 2015: “De management OVK (…) zal per datum van start werkzaamheden + 12 maanden worden opgemaakt zodra van toepassing. (…) Tzt kijken we naar de daadwerkelijke hoogte van de maandelijkse vergoedingen, e.e.a. volledig afhankelijk van de groei, investeringsbehoeften en de liquiditeitspositie van USP.” Naar het oordeel van het hof ligt het voor de hand dat de vier partners daarmee het eerste jaar alleen voor hun aandelen zouden werken en dat pas daarna, afhankelijk van de financiële mogelijkheden, tot betaling van een managementvergoeding zou worden overgegaan - zonder vergoeding van voordien verrichte activiteiten. Vast staat in overeenstemming daarmee (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.