GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.255.909/01 (zaaknummer rechtbank Noord Nederland C/18/161045 / HA ZA 15-224) arrest van 6 april 2021 in de zaak van 1 [appellant] , 2. [appellante] , beiden wonende te [A] , appellanten, in eerste aanleg eisers in conventie en verweerders in reconventie advocaat mr. E.D. de Jong, hierna gezamenlijk ook aan te duiden als: [appellanten] c.s. tegen 1C&T Bouw V.O.F. kantoorhoudend te Gerkesklooster, 2. [geïntimeerde2] , wonende te [B] , 3. [geïntimeerde3] , wonende te [C]geïntimeerden, in eerste aanleg gedaagden in conventie en eisers in reconventie, advocaat: mr. T.E. Heslinga, kantoorhoudend te Leeuwarden hierna gezamenlijk ook aan te duiden als: C&T Bouw en individueel als C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 [appellanten] c.s. zijn in hoger beroep gekomen bij dagvaarding van 21 december 2018; 1.2 [appellanten] c.s. hebben een memorie van grieven met vijf producties genomen; 1.3 C&T Bouw heeft een memorie van antwoord genomen; 1.4 Het hof heeft in zijn tussenarrest van 17 december 2019 een mondelinge behandeling bevolen; 1.5 De mondelinge behandeling heeft ten overstaan van de meervoudige kamer plaatsgevonden op 18 september 2020; 1.6 Ten slotte is de zaak verwezen voor arrest. 1.7 [appellanten] c.s. vorderen in hoger beroep vernietiging van het op 26 september 2018 gewezen eindvonnis alsmede van de tussenvonnissen en toewijzing alsnog van de volgende vorderingen. In de (oorspronkelijke) procedure in conventie 1. Te verklaren voor recht dat C&T Bouw V.O.F. tekortgeschoten is in de verbintenis tot het leveren van de overeengekomen prestatie en gehouden is de schade als gevolg van het tekortschieten, waaronder de schade als gevolg van de herstelwerkzaamheden door derden, te vergoeden aan appellanten; 2. C&T Bouw hoofdelijk te veroordelen aan [appellanten] c.s. te betalen € 91.087,71 inclusief btw; 3. C&T Bouw hoofdelijk te veroordelen aan [appellanten] c.s. terug te betalen € 19.475,59, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 oktober 2018; 4. C&T Bouw hoofdelijk te veroordelen aan [appellanten] c.s. te betalen € 6.665,07 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te bereken vanaf 9 oktober 2018; 5. C&T Bouw hoofdelijk te veroordelen aan [appellanten] c.s. te betalen € 484,-- inclusief btw. In de (oorspronkelijke) procedure in reconventie De vorderingen van C&T Bouw alsnog af te wijzen. In zowel de (oorspronkelijke) procedure in conventie als reconventie C&T Bouw hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten in beide instanties, alsmede in de nakosten. 2Korte omschrijving van het geschil In dit geschil gaat het om het volgende. Tussen C&T Bouw en [appellanten] c.s. is een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen, waarbij C&T Bouw in opdracht van [appellanten] c.s. een woning met garage zou bouwen voor een aanneemsom van € 223.849,07 inclusief btw. [appellanten] c.s. betogen dat bij oplevering, maar ook daarna, diverse gebreken aan de woning zijn geconstateerd. Om die reden weigeren zij betaling van de laatste factuur van € 8.932,96. [appellanten] c.s. vorderen vergoeding van de schade als gevolg van de door hen gestelde gebreken. C&T Bouw hebben weersproken dat er voor herstel in aanmerking komende gebreken zijn. Zij vorderen betaling van de laatste factuur. 3De vaststaande feiten en de grieven I en II 3.1 De rechtbank heeft in zijn tussenvonnis van 28 september 2016 onder 2. (2.1 tot en met 2.19) een aantal feiten vastgesteld. [appellanten] c.s. hebben twee grieven (genummerd I en II) gericht tegen de vastgestelde feiten onder 2.3 en 2.4 (in de door het hof gebruikte nummering gaat het om de feiten weergegeven onder 3.4 en 3.5). Beide grieven zijn gericht tegen de weergave door de rechtbank van de inhoud van de offerte die als productie 1 bij de inleidende dagvaarding is overgelegd. Het hof overweegt daarover het volgende. De grieven strekken ertoe dat [appellanten] c.s. in de bestreden vaststelling door de rechtbank een uitleg van de offerte lezen (met name blad 2 en 3 daarvan), die [appellanten] c.s. daarin niet lezen. Om die reden zal het hof de vaststelling onder 2.3 en 2.4 zoals verwoord door de rechtbank weglaten bij zijn weergave van de feiten en volstaan met een citaat uit de offerte. Of de in de grieven 1 en 2 opgeworpen bezwaren ook leiden tot de vernietiging van de bestreden vonnissen, zal uit de behandeling van de overige grieven moeten blijken. Bij een verdere afzonderlijke behandeling van de grieven I en II missen [appellanten] c.s. belang. In zoverre falen deze grieven. De feiten die dienen als grondslag voor de beoordeling van het hoger beroep laten zich als volgt weergeven. 3.2 Op 1 november 2013 hebben [appellanten] c.s. C&T Bouw conform de door C&T Bouw ter zake opgestelde offerte opdracht gegeven tot de bouw van een woning met garage aan de [a-straat] 51 te [A] (hierna: de woning) voor een aanneemsom van € 223.849,07 inclusief btw. 3.3 De woning is ontworpen door Buro voor Architectuur [D] , dat werktekeningen heeft aangeleverd. 3.4 In de offerte van 1 november 2013 staat onderaan blad 2 onder meer het volgende vermeld: “Niet in de offerte van C&T bouw opgenomen werkzaamheden zijn: wand/vloertegels excl totale installatiewerk excl nuts aansluitingen excl afschilderwerk excl spit- en straatwerk excl siergebinten excl spacwerk en overige plafond - excl en wand afwerkingen excl hak /boor /breekwerk excl De technische installatie door de fam. [appellanten] (in eigen beheer)” 3.5 De woning is 15 april 2014 opgeleverd. [appellanten] c.s. hebben zich daarbij laten vertegenwoordigen door architect [D] . Zelf waren [appellanten] c.s. niet bij oplevering aanwezig. Van de oplevering is door De Haan een verslag d.d. 24 april 2014 gemaakt dat melding maakt van diverse (in totaal vijftien) nog uit te voeren (herstel)punten, waaronder: “4. De verlijmde panelen boven de veranda wordt strak afgekit met witte kit.” 3.6 Daarnaast heeft [D] in het opleveringsverslag vermeld:“Onderstaand de aanvullende opmerkingen door opdrachtgever:16. Koof om staalprofiel in rechter kast met gips omkleden tbv stucwerk.19. Alle pur moet netjes worden verwijderd bij alle ramen en kozijnen. 20. Het kitwerk bij Rockpanel moet netter. Is nu oneffen en niet netjes.(…)23. De zolder moet netjes afgewerkt worden. 90% is afgewerkt met hout echter moeten twee wanden nog worden afgewerkt.” 3.7 Facturering vond in termijnen plaats, waarbij de laatste termijn na oplevering is gefactureerd. [appellanten] c.s. hebben alle termijnen voldaan, behalve de laatste termijn van € 8.932,96 (factuur van 9 okt 2014). 3.8 Nadat de woning door [appellanten] c.s. in gebruik is genomen, hebben [appellanten] c.s. tocht geconstateerd op diverse plaatsen in de woning. Zij hebben Bouwkundig bureau Woningcheck B.V. ingeschakeld voor onderzoek. Dit bureau heeft op 26 augustus 2014 een inspectie verricht en vervolgens een rapport van haar bevindingen uitgebracht dat op 9 oktober 2014 aan [appellanten] c.s. is verzonden. In dit rapport is resumerend vermeld:- Meerdere geveldelen laten warmteverlies zien wat duidt op het verkeerd aanbrengen van het isolatiemateriaal.- De kantplanken terplekke van de naamdelen, alsmede de geveldelen laten teveel warmte door.- Meerdere koudebruggen aangetroffen.- Kierdichting ter plekke van raamdelen zijn afdoende uitgevoerd, met name de pui aan de achterzijde, de raamdelen op de verdieping, voor- en achterzijde en de beide valramen ter plekke van de voordeur, links en rechts zijn niet juist afgewerkt, tevens lekken ook deze kou.- De schoorsteen laat aan buitenzijde sporen van warmteverlies zien, aan binnenzijde (slaapkamer) is een koudebrug te zien. Wij adviseren alle gebreken te herstellen, c.q. te verbeteren. (…) 3.9 Het rapport Woningcheck is 20 oktober 2014 door [appellanten] c.s. aan C&T Bouw overhandigd. 3.10 Op 20 november 2014 hebben [appellanten] c.s. C&T Bouw, onder digitale toezending van het volledige rapport Woningcheck, aangeschreven ter zake van de in dat rapport vermelde gebreken. Daarbij is C&T Bouw verzocht met een plan van aanpak voor herstel te komen. C&T Bouw heeft hierop niet gereageerd. 3.11 [appellanten] c.s. hebben C&T Bouw op 2 februari 2015 opnieuw aangeschreven. In die brief is een opsomming gegeven van diverse gebreken en nog uit te voeren herstelwerkzaamheden:- grind en gronddoek verwijderen + graafwerkzaamheden;- buitendeuren keuken en eetkamer;- klapramen studeerkamer en eetkamer;- gevelbekleding complete woning "red ceder" verwijderen en opnieuw aanbrengen;- zwarte folie + isolatie achter de gevelbekleding verwijderen en opnieuw aanbrengen;- herstellen van de complete isolatierand van de woning;- diverse koudebruggen in de woning;- herstel stucwerk badkamer; - herstel stucwerk alle kamers op de eerste etage, in de hoeken bij de ramen;- plinten aanbrengen in de gehele woning als onderdeel van de eindoplevering;- afwerking zolder;- algemene afwerking, 3.12 [appellanten] c.s. hebben C&T Bouw in deze brief gesommeerd die tekortkomingen binnen twee weken na dagtekening te herstellen. C&T Bouw heeft hieraan geen gevolg gegeven. 3.13 Na twee weken hebben [appellanten] c.s. C&T Bouw op 16 februari 2015 aansprakelijk gesteld voor alle kosten van de (herstel)werkzaamheden. [appellanten] c.s. hebben een eigen begroting van die kosten bij hun brief gevoegd: totaal € 44.752,09 inclusief btw. 3.14 C&T Bouw heeft op 2 maart 2015 afwijzend gereageerd op de door [appellanten] c.s. gestelde gebreken en aangeven dat de woning zwaarder is geïsoleerd dan vereist en dat de woning zeker voldoet aan de gestelde eisen van het EPN-rapport dat bij de bouwvergunning hoort. 3.15 Daarop heeft de advocaat van [appellanten] c.s. op 31 maart 2015 opnieuw aangegeven dat wat door C&T Bouw is opgeleverd niet voldoet aan de overeenkomst en dat C&T Bouw aldus is tekortgeschoten. In diezelfde brief is de overeenkomst namens [appellanten] c.s. partieel ontbonden en is C&T Bouw aansprakelijk gesteld voor alle kosten en door [appellanten] c.s. geleden en te lijden schade. 3.16 Nadien hebben [appellanten] c.s. nog onderzoek laten verrichten door Thermodicht Meet en validatiebureau (TMV). Dit bureau heeft op 7 september 2015 een rapport uitgebracht, waarin de volgende samenvatting is opgenomen:“De geconstateerde luchtlekkages vallen in totaliteit buiten de grenzen. (…) Een hoge ongewenste volumestroom, veroorzaakt door kieren en naden in de bouwkundige schil, hebben het gevolg dat er onnodig meer energie wordt verbruikt, en tevens comfort verlagend is (tocht). Luchtlekkages aangegeven in hoofdstuk 5 dienen verholpen te worden. Wanneer deze aanpassingen worden uitgevoerd zal bij deze woning de volumestroom verminderen. Enkele belangrijke aandachtspunten zijn eruit gelicht: • De dak/wandaansluitingen dienen luchtdicht te worden afwerkt; • Spotjes verwerkt in het plafond vertonen luchtlekkage, vermoedelijk afkomstig van niet dichtgezette kanalen in de kopse kanten van de vloerplaten (dit dient nader te worden onderzocht); • Enkele deuren verdienen extra aandacht, waarbij een tochtwering beter afsluit; • Wandcontactdozen in de buitenmuren luchtdicht afwerken; • Doorvoeren in het dak en vloer luchtdicht afwerken met door voor geschikte manchetten of kitten; • (…) Enkele genoemde luchtlekkages zijn op te lossen middel van daarvoor geschikte kitten, FlexPUR of luchtdichte tape. Luchtlekkages bij de kanaalplaatvloeren verdienen nader onderzoek.” 3.17 Op 28 januari 2016 is in opdracht van C&T Bouw door Process at Work B.V. (PAW) een warmtescan uitgevoerd in de woning van [appellanten] c.s. Op 18 februari 2016 is hiervan een rapport uitgebracht. In dit rapport is op laatste pagina als volgt geconcludeerd:“(…)T.t.v. de bouwaanvraag lag de normwaarde voor de EPN op 0,6. De EPN dient conform Bouwbesluit te worden berekend volgens NEN7120. De berekening is (onafhankelijk) uitgevoerd door W2NEngineers te Drachten waaruit blijkt dat aan de normwaarde wordt voldaan. Deze berekening is vervolgens getoetst door de Gemeente Slochteren (waartoe [A] behoort) in het kader van de bouwaanvraag, waardoor het maximaal toelaatbare energie verbruik effectief is geborgd.In het onderhavige geval is een geïsoleerde kanaalplaatvloer toegepast als begane grond vloer. Deze is echter "koud" opgelegd op de fundering (via geïsoleerde oplegnokken) waardoor een koudebrug ontstaat naar de ondergrond/omgeving. Dit leidt tot warmteverliezen achter de kantplanken die op de warmtebeelden niet zichtbaar zijn. In de berekening door W2N Engineers is hiermee rekening gehouden, namelijk door 48,68 strekkende meter koudebrug aan te nemen langs de begane grondvloer waarvoor "geen gegevens zijn ingevoerd". Warmteverliezen via de kantplanken zijn hierin verdisconteerd. In de NEN7120 wordt een toeslag in rekening gebracht voor de warmteverliezen langs deze koudebrug. De NEN7120-methodiek dwingt ertoe dat zo'n toeslag elders in het ontwerp wordt gecompenseerd, bijv. door elders extra isolatiemateriaal aan te brengen. Met andere woorden, het maximaal toelaatbare energieverbruik blijft geborgd. In conclusie: er zijn geen aanwijzingen voor excessieve warmteverliezen gevonden.” 3.18 Op 4 februari 2016 heeft Hoeksema Bouw B.V. (Hoeksema) op verzoek van [appellanten] c.s. een begroting gemaakt van de kosten van de herstelwerkzaamheden. De daarin begrote kosten voor herstel bedragen € 58.996,46 inclusief btw. 3.19 Voor het opstellen van de begroting heeft Hoeksema een bedrag van € 484,- inclusief btw aan [appellanten] c.s. in rekening gebracht. 4Het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4.1 In eerste aanleg hebben [appellanten] c.s. in conventie, na twee wijzigingen van eis, verkort weergegeven, het volgende gevorderd:I. een verklaring voor recht dat C&T Bouw V.O.F. is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit de overeenkomst van aanneming en dat zij is gehouden de schade als gevolg daarvan, waaronder de herstelwerkzaamheden door derden, te vergoeden; II. C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] hoofdelijk te veroordelen als voorschot op de herstelkosten een bedrag van € 58.996,46,- te voldoen, alsmede een bedrag van € 484,- inclusief btw. Dan wel daarvoor zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie. III. C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten waaronder de nakosten. 4.2 In eerste aanleg heeft C&T Bouw, verkort weergegeven, gevorderd:[appellanten] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.932,96, vermeerderd met de wettelijke rente daarover en met veroordeling van [appellanten] c.s. in de proceskosten. 4.3 Nadat de rechtbank een deskundigenbericht met betrekking tot de door [appellanten] c.s. gestelde gebreken had bevolen, heeft de deskundige zijn rapport alsmede een aanvullend rapport uitgebracht. In haar eindvonnis heeft de rechtbank de vorderingen van [appellanten] c.s. afgewezen en de vorderingen van C&T Bouw toegewezen. [appellanten] c.s. zijn veroordeeld in de proceskosten. 5De eiswijziging in hoger beroep 5.1 In hoger beroep hebben [appellanten] c.s. (opnieuw) hun eis vermeerderd. Na de wijziging van eis luidt die vordering, verkort weergegeven dat de bestreden vonnissen worden vernietigd en dat het hof het volgende beslist.- Een verklaring voor recht dat C&T Bouw V.O.F. is tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen en gehouden is de schade als gevolg daarvan te vergoeden aan [appellanten] c.s., waaronder de kosten van herstelwerkzaamheden door derden;- een hoofdelijke veroordeling van C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] tot betaling van: € 91.087,71; € 6.665,07 en € 19.475,59 (alle drie bedragen inclusief btw en te vermeerderen met de wettelijke rente) en € 484,-;- afwijzing van de vorderingen van C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] in reconventie;- hoofdelijke veroordeling van C&T Bouw V.O.F, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] in de proceskosten van beide instanties. 5.2 C&T Bouw heeft geen bezwaren tegen de eiswijziging als zodanig naar voren gebracht. Zij heeft die vordering slechts inhoudelijk bestreden. Het hof ziet evenmin aanleiding om ambtshalve de eiswijziging te weigeren. Om die reden zal het hof rechtdoen op de gewijzigde eis. Het hof stelt daarbij vast dat de subsidiaire vordering in eerste aanleg (het stellen van een bankgarantie) niet terugkeert in de geheel nieuw geformuleerde eis in de memorie van grieven. Het hof gaat ervan uit dat dat deel van de vordering niet wordt gehandhaafd en niet langer onderdeel uitmaakt van de rechtsstrijd tussen partijen. 6De beoordeling van de vorderingen en de grieven voor het overige 6.1 [appellanten] c.s. hebben de overwegingen van de rechtbank en de daarop gebaseerde beslissingen bestreden in eenentwintig grieven. Daarvan zijn de grieven 1 en 2 al besproken. Twee van de nog te bespreken grieven zijn genummerd als 9. Het hof zal de eerste van die grieven aanduiden met 9a en de tweede met 9b. 6.2 De grieven 3 tot en met 7 zien op de (wijze van) oplevering en de consequenties daarvan. De grieven 8, 9b, 10 en 11 betreffen de gebreken met betrekking tot de buitendeuren in de keuken en de eetkamer en de klapramen in de studeerkamer de eetkamer. In grief 9a en 14 wordt er bezwaar tegen gemaakt dat de rechtbank niet is terugkomen op een eerder genomen bindende eindbeslissing. De grieven 12 en 13 betreffen de benoeming van en vragen aan de deskundige. Grief 15 richt zich tegen de conclusie van de rechtbank dat de woning voor wat betreft de isolatiewaarde en de koude bruggen voldoet aan het Bouwbesluit en (zo dit niet het geval zou zijn) dat het niet voldoen daaraan niet is te wijten aan C&T Bouw. Grief 16 en 17 zijn gericht tegen de conclusie van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat C&T Bouw is tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen. De grieven 18, 20 en 21 betreffen de veroordelingen van [appellanten] c.s. in de proceskosten en het dictum als zodanig. Grief 19 is gericht tegen het oordeel dat afwijzing van de vordering in conventie meebrengt dat vordering in reconventie moet worden toegewezen. Het hof zal de grieven aan de hand van de hier gegeven indeling bespreken. 6.3 De grieven 3 tot en met 7 raken aan de volledige rechtsoverwegingen 4.5, 4.6, 4.13 en 4.14 uit het vonnis van 28 september 2016, alsmede de volledige rechtsoverweging 2.3 van het tussenvonnis van 15 februari 2017. 6.4 De rechtbank heeft onder 4.14 van het tussenvonnis van 28 september 2016 vastgesteld dat uitsluitend nog beslist moet worden op de volgende gestelde gebreken c.q. herstelwerkzaamheden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.