Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001588-19 Uitspraak d.d.: 15 april 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 25 maart 2019 met parketnummer 18-119520-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1941, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en oplegging van een voorwaardelijke geldboete van € 250,- met een proeftijd van twee jaren en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.110,78 vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. S. Arts, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft de eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd, heeft het tenlastegelegde bewezen verklaard, heeft aan verdachte een voorwaardelijke geldboete van € 250,- opgelegd en heeft de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.110,78, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het komt tot andere beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel en zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 20 februari 2018 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 20 februari 2018 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (Volkswagen Polo, kenteken [kenteken] ), die aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft vernield. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van de ruit van de auto van zijn buurvrouw, die zij op zijn - verdachtes – oprit had geparkeerd. Hij heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op haar eigendomsrecht en heeft daarmee ongemak en hinder veroorzaakt. Dit feit speelt zich af tegen de achtergrond van een al langer lopend conflict tussen verdachte en meerdere buurtbewoners. Het hof heeft bij de straftoemeting van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 2 maart 2021 – niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de door de eerste rechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke geldboete van € 250,- een passende en geboden straf. Het hof ziet in het tijdsverloop en de omstandigheden waaronder het feit is begaan geen reden voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zoals verzocht door de raadsman. Het hof zal daarom de hiervoor genoemde straf aan verdachte opleggen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedroeg bij indiening € 1.111,04, maar bleek gelet op de onderbouwing daadwerkelijk om een bedrag van € 1.110,78 te gaan. De vordering ziet op sleepkosten ex € 130,-, herstelkosten ruit ex € 217,03, herstelkosten lakschade ex € 746,- en reiskosten naar de garage € 17,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.