Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002053-19 Uitspraak d.d.: 22 april 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 3 april 2019 met parketnummer 18-240864-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, thans uit andere hoofde gedetineerd in PI Leeuwarden te Leeuwarden. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. U. van Ophoven, naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het hoger beroep ter zake van het onder 2 tenlastegelegde Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit, kan de verdachte daarin niet worden ontvangen. Het hof zal de verdachte in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft de verdachte bij vonnis van 3 april 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, voor zover thans nog aan de orde veroordeeld ter zake van het ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep en voor zover thans nog aan de orde - tenlastegelegd dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.