Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005523-19 Uitspraak d.d.: 30 april 2021 VERSTEK Verkort arrest van de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 17 oktober 2019 met parketnummer 18-018326-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 20 augustus 2020 en 16 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het tenlastegelegde en veroordeling ter zake van feit 1: tot een voorwaardelijke geldboete van € 700,- subsidiair 14 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren; feiten 2 en 3: tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het vonnis waarvan beroep De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 17 oktober 2019 veroordeeld tot feit 1: een voorwaardelijke geldboete van € 700,- subsidiair 14 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren; feiten 2 en 3: een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.zij op of omstreeks 6 september 2017 te [plaats] als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [de weg] haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was om haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of een personenauto heeft bestuurd die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeerde en ten aanzien van de remmen een technisch gebrek vertoonde, en/of de voor haar bestemde aanwijzingen en verkeerstekens die een verbod inhielden, te weten een geslotenverklaring (bord C1), heeft genegeerd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers is zij tegen een fietser aangereden/gebotst, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht; 2.zij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats] op/aan [de weg] , op of omstreeks 6 september 2017, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [naam] ) letsel en/of schade is toegebracht; 3.zij op of omstreeks 6 september 2017, te [plaats] , terwijl zij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op haar naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [de weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.zij op 6 september 2017 te [plaats] als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [de weg] haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was om haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en een personenauto heeft bestuurd die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeerde en ten aanzien van de remmen een technisch gebrek vertoonde, en de voor haar bestemde aanwijzingen en verkeerstekens die een verbod inhielden, te weten een geslotenverklaring (bord C1), heeft genegeerd, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, immers is zij tegen een fietser aangereden/gebotst, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht; 2.zij, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats] op/aan [de weg] , op 6 september 2017, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar zij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [naam] ) letsel en schade is toegebracht; 3.zij op 6 september 2017, te [plaats] , terwijl zij wist dat een op haar naam gesteld rijbewijs voor categorie B ongeldig was verklaard en aan haar daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, [de weg] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.