GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.270.955/01 CJIB-nummer : 216774033 Uitspraak d.d. : 1 juni 2021 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 december 2019, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “Als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 mei 2018 om 22:50 uur op het Schouwburgplein in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde voert aan dat de sanctie onrechtmatig is opgelegd. De staandehouding is niet verricht door de ambtenaar die de vermeende gedraging heeft geconstateerd. Uitgaande van de verklaring van de constaterende ambtenaar is het voertuig van de betrokkene door hem gevolgd tot staandehouding mogelijk was door zijn collega. Gelet hierop was er voor die ambtenaar een reële mogelijkheid tot staandehouding. Daarnaast is niet gebleken hoe de ambtenaar die de staandehouding heeft verricht heeft vastgesteld dat het om hetzelfde voertuig of bestuurder ging.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik hoorde verdachte meerdere malen toeteren en veel toeren met zijn voertuig maken. (…) Merk voertuig: BMW. (…) Reden staandehouding: mede ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde bepalingen. (…) Aan betrokkene is de cautie verleend. (…) Verdachte/betrokkene gaf geen verklaring."
- Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal waarin – onder meer – is verklaard: “Ik heb hierop de BMW kort gevolgd in burger op een scooter met de bedoeling om een politiemedewerker in uniform bij te praten en de bestuurder van de BMW een bekeuring te kunnen geven voor het niet stoppen voor de stopstreep. (…) Gezien de verkeersdrukte moest de BMW hier aansluiten in de file. Om 22:46 uur hoorde ik dat de bestuurder een aantal keer claxonneerde en onnodig gas gaf. Er was geen noodzaak om te claxonneren omdat er geen gevaar was. Ook het gas geven was onnodig omdat er geen beweging was in de file. Op het moment dat er een klein stukje gereden kon worden gaf de bestuurder dusdanig veel gas dat de banden van de BMW piepten. Hierop heb ik de politiemedewerker die onderweg was om de bekeuring uit te schrijven voor het eerste feit ook meegegeven dat voor het onnodig geluid veroorzaken een bekeuring kan worden uitgeschreven. Omstreeks 22:50 uur maakte de bestuurder van de BMW nogmaals onnodig geluid. Hij stond nog steeds in de file te wachten en ook nu was er totaal geen noodzaak om dit te doen. De herkenbare politiemedewerker die ik had bijgepraat heeft de bestuurder van de BMW staandegehouden op de Kruiskade ter hoogte van de Albert Heijn to-go aldaar. (…) Ik ben echter vanaf het moment van passeren op het Haagseveer achter de BMW blijven rijden en zicht gehad op de BMW totdat er een herkenbare politie-eenheid was.”
- Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de bestuurder wordt staande gehouden en zijn identiteit wordt vastgesteld zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak is de bestuurder staandegehouden. De ambtenaar die de gedraging heeft geconstateerd, heeft verklaard tot het moment van staandehouding zicht te hebben gehad op het voertuig van de betrokkene. Gelet hierop rijst geen twijfel of de juiste bestuurder is staandegehouden. De wet stelt niet de eis dat de staandehouding moet worden verricht door de ambtenaar die de gedraging heeft geconstateerd. De klacht faalt.
- Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786). De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.