Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005611-19 Uitspraak d.d.: 4 juni 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-080910-19 en 18-152190-19, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-000900-18, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. R.W. van Faassen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 14 oktober 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake het aan hem in de zaak met parketnummer 18-080910-19 onder 1 en 2 ten laste gelegde, alsmede het aan hem in de zaak met parketnummer 18-152190-19 onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] gedeeltelijk toegewezen en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] volledig toegewezen. Beide vorderingen zijn vermeerderd met de wettelijke rente en toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte is de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 21-00900-18 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden door de politierechter toegewezen. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, onder verbetering en aanvulling van de bewijsmiddelen, en zal het vonnis derhalve bevestigen. Aanvulling en verbetering bewijsmiddelen Het hof vervangt het door de politierechter gebezigde bewijsmiddel ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18-152190-19 onder 2 ten laste gelegde, te weten het onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.