GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.258.831/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/181369) arrest van 15 juni 2021 in de zaak van [appellant] , wonende te [A] , appellant in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,bij de rechtbank: eiser in conventie, gedaagde in reconventie, hierna: [appellant], advocaat: mr. J. Boelens, die kantoor houdt te Assen, tegen [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellant in het incidenteel hoger beroep,bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna: [geïntimeerde], advocaat: mr. P.N. Huisman, die kantoor houdt te Groningen. 1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 maart 2021 hier over. 1.2 Partijen hebben ieder een akte na tussenarrest ingediend ( [appellant] met een productie). 1.3 Vervolgens heeft het hof arrest bepaald. 2De verdere beoordeling van de vordering Partijen hebben het hof laten weten dat zij na het tussenarrest een schikking hebben bereikt. Zij hebben de schikking schriftelijk vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Zij verzoeken het hof die vaststellingsovereenkomst vast te leggen in een arrest. 2.2 De vaststellingsovereenkomst, die het hof letterlijk overneemt, luidt aldus: ‘Te betalen vergoeding Partijen hebben vanaf het begin van de samenwerking tot en met 31 december 2020 over en weer gelden verrekend en daarnaast heeft [geïntimeerde] naar aanleiding van het tussen partijen gewezen vonnis d.d. 30 januari 2019 een bedrag aan achterstallige betalingen en proceskosten geïnd. Uit het door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gewezen arrest d.d. 16 maart 2021 volgt dat er gedeeltelijke herberekening dient plaats te vinden op de sommen welke door middel van het vonnis en de verrekeningen zijn geïnd. Partijen spreken in dit kader het volgende af: [geïntimeerde] zal binnen 14 dagen na het wijzen van het arrest waarin de onderhavige schikking wordt opgenomen een bedrag voldoen ter hoogte van € 15.792,- op de derdengeldenrekening van de advocaat van [appellant] , te weten Schut & Koelemaij advocaten, met het rekeningnummer [nummer] t.n.v. Stichting beheer derdengelden Schuth en Koelemaij, o.v.v. ‘ [appellant] / [geïntimeerde] - HB’. In dit bedrag zijn alle in geschil zijnde posten (zowel gemaakte kosten als genoten inkomsten), over en weer, opgenomen, althans wordt dit veronderstelt het geval te zijn. Partijen hebben na betaling van het bedrag over en weer, voor de periode van het begin van de samenwerking tot en met 31 december 2020, niets meer van elkaar te vorderen en verlenen elkaar over die periode over en weer finale kwijting. Winstdeling vanaf 2021 Voor de periode vanaf 1 januari 2021 houden partijen een 50% / 50% verdeling aan voor de door de samenwerking gegenereerde inkomsten door het in licentie (uit)geven van de software producten genaamd cashcare en nuvopos en een eventuele opvolger van deze programma’s. Installatiekosten Installatiekosten van de software worden van de winstdeling voornoemd uitgezonderd, waarbij de partij die de installatie bij een klant heeft verricht 100% van de installatiekosten toekomt. Kosten vanaf 2021 Voor de door partijen te maken kosten vanaf 1 januari 2021 houden zij aan hetgeen het gerechtshof heeft overwogen in r.o. 4.18 en 4.19 van het arrest d.d. 16 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.