Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005745-19 Uitspraak d.d.: 14 juni 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 21 oktober 2019 met parketnummer 16-172869-19 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de eerste rechter, met uitzondering van de straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, wordt opgelegd. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] ad € 269,40 geheel wordt toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] wordt toegewezen tot € 450,-, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.H. van Keulen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 21 oktober 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van – kortgezegd – mishandeling, vernieling, bedreiging, diefstal en huisvredebreuk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de politierechter beslist dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] ad € 269,40 geheel wordt toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] wordt toegewezen tot € 450,-, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 17 juli 2019 te [plaats] [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij1] heeft mishandeld door die [benadeelde partij2] een of meermalen in zijn gezicht te stompen/slaan en/of die [benadeelde partij1] een of meermalen in haar gezicht te stompen/slaan en/of om te duwen en/of schoppen waardoor ze is komen te vallen; 2.hij op of omstreeks 17 juli 2019 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een oven/magnetron en/of een koelkast en/of een of meer ramen en/of een spiegel en/of twee vazen en/of een kaarthouder en/of fotolijsten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde partij1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 3.hij op of omstreeks 17 juli 2019 te [plaats] [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij1] dreigend een schaar met de punt naar het/de licha(a)m(en) van die [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij1] voor te houden en/of daarbij de woorden toe te voegen "Ik ga jullie steken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4.hij op of omstreeks 17 juli 2019 te [plaats] een mobiele telefoon en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5.hij op of omstreeks 17 juli 2019 te [plaats] in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, [adres] bij een ander, te weten bij [benadeelde partij1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte ontkend dat hij aangevers heeft bedreigd en mishandeld. Ook heeft verdachte verklaard dat hij de portemonnee en telefoon van aangever [benadeelde partij2] per ongeluk in zijn zak had gestopt, zodat geen sprake is van diefstal. Door de raadsvrouw is namens verdachte aangevoerd dat àls het hof verdachte volgt in zijn ontkenning, er dan voor die feiten vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat de verklaringen van de aangevers kort na het voorval, afzonderlijk van elkaar, zijn afgelegd. Deze verklaringen houden kortgezegd in dat aangevers door verdachte zijn mishandeld en bedreigd en dat er vele spullen in de woning zijn vernield. De verklaringen komen op hoofdlijnen overeen en vinden bovendien steun in ander bewijs, zoals het proces-verbaal van bevindingen van 18 juli 2019 (p. 25 e.v. van het dossier) waarin door de ter plaatse gekomen verbalisanten wordt beschreven in welke toestand zij aangevers - hevig geëmotioneerd, gewond en in paniek - respectievelijk de woning - een grote chaos met gebroken glas en allerlei kapotte spullen - aantreffen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 17 juli 2019 te [plaats] [benadeelde partij2] en [benadeelde partij1] heeft mishandeld door die [benadeelde partij2] meermalen in zijn gezicht te slaan en die [benadeelde partij1] meermalen in haar gezicht te slaan en tegen het lichaam te schoppen waardoor ze is komen te vallen; 2.hij op 17 juli 2019 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een oven/magnetron en een koelkast en ramen en een spiegel en twee vazen en een kaarshouder en fotolijsten, die aan een ander, te weten aan [benadeelde partij1] toebehoorden, heeft vernield. 3.hij op 17 juli 2019 te [plaats] [benadeelde partij2] en [benadeelde partij1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [benadeelde partij2] en [benadeelde partij1] dreigend een schaar met de punt naar de lichamen van die [benadeelde partij2] en [benadeelde partij1] voor te houden en daarbij de woorden toe te voegen "Ik ga jullie steken"; 4.hij op 17 juli 2019 te [plaats] een mobiele telefoon en een portemonnee, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5.hij op 17 juli 2019 te [plaats] in de woning, [adres] , bij een ander, te weten bij [benadeelde partij1] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: diefstal. Het onder 5 bewezenverklaarde levert op: in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte is op 17 juli 2019 gefrustreerd naar de woning van aangeefster [benadeelde partij1] , zijn ex-vriendin, gegaan. In de woning is het van de zijde van verdachte tot een explosie van geweld gekomen, waarbij verdachte zijn boosheid op aangeefster [benadeelde partij1] en aangever [benadeelde partij2] , alsook de spullen van aangeefster, heeft botgevierd. Toen aangeefster die avond geen gehoor gaf aan de oproepen van verdachte is hij de woning binnengedrongen en heeft hij [benadeelde partij1] en haar vriend [benadeelde partij2] meerdere keren in het gezicht geslagen. Bovendien heeft hij hen bedreigd met een schaar en daarbij gezegd dat hij hen ging steken. De situatie was zo bedreigend dat [benadeelde partij1] zich genoodzaakt voelde zich in haar eigen wc op te sluiten. In de woning heeft verdachte een spoor van vernieling achtergelaten door allerlei spullen kapot te slaan. Tot slot heeft verdachte de telefoon en portemonnee van [benadeelde partij2] weggenomen door deze spullen in zijn zakken te stoppen. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangevers en hun pijn toegebracht. Bovendien heeft verdachte financiële schade en hinder toegebracht en heeft er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van de aangevers. De gedragingen van verdachte hebben gevoelens van angst, onrust en onveiligheid bij de aangevers veroorzaakt, zo blijkt uit hun slachtofferverklaringen van 11 en 14 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.