← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2021:6308

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000730-20 Uitspraak d.d.: 24 juni 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 30 januari 2020 met parketnummer 18-120977-18 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats] , [woonadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ten aanzien van het hem tenlastegelegde feit. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. S. Melliti, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 300,- subsidiair zes dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de eerder opgelegde strafbeschikking vernietigd. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 18 april 2017 tot en met 4 juni 2018, te [plaats1] , gemeente [gemeente] , en/of te [plaats2] , althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten een geldbedrag van EUR 150 heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of heeft omgezet en terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 29 juni 2018 onder CJIB nummer 8132542003300315. Aldus gewezen door mr. M.C. van Linde, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. M.B. de Wit, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier, en op 24 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.