Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003154-19 Uitspraak d.d.: 7 juli 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 4 juni 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-259361-18 en 16-090306-19, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 10-661259-17, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, ingeschreven: [woonadres] , [woonplaats] , verblijvende bij [naam] te [plaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis, inclusief de toewijzing van de resterende vordering tot tenuitvoerlegging, onder gelijktijdige omzetting naar een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. C.C.J. Tuip, naar voren is gebracht. De raadsman heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring en de strafoplegging. Het ingestelde hoger beroep richt zich enkel tot de vordering tot tenuitvoerlegging. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 4 juni 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het onder parketnummer 16-259361-18 tenlastegelegde feit 1 subsidiair en ter zake van het onder parketnummer 16-090306-19 gevoegde feit veroordeeld, met toepassing van jeugdstrafrecht, tot 158 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de algemene voorwaarden. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] hoofdelijk toegewezen tot € 425,- (bestaande uit € 150,- materiële schade en € 275,- immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 december 2018, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, bij niet voldoen 8 dagen hechtenis, en met veroordeling van de verdachte in de proceskosten, tot op heden begroot op nihil. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de rechtbank (het restant van) de vordering toegewezen, onder gelijktijdige omzetting naar een werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen ter zake de bewezenverklaring, de beslissing op de vordering benadeelde partij, (waarbij het hof de opgelegde dagen hechtenis zal wijzigen in gijzeling) en ter zake de vordering tot tenuitvoerlegging, maar vernietigen voor zover het betreft de opgelegde straf. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot 158 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met oplegging van de algemene voorwaarden. Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot diezelfde straf. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft het hof verzocht rekening te houden met de positieve verandering in het leven van de verdachte. Oordeel van het hof De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof overweegt daarnaast het volgende. Het hof heeft kennisgenomen van een recent opgesteld reclasseringsadvies van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 15 juni 2021, waaruit blijkt dat verdachte stappen zet richting een stabiel bestaan. Verdachte is begonnen met een opleiding en woont sinds begin 2021 binnen een beschermde woonvoorziening en toont inzicht in zijn sociaal netwerk. Vanuit reclasseringsoogpunt is het van groot belang dat het ingezette traject wordt voortgezet. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 juni 2021 blijkt voorts dat er geen sprake meer is van recent politiecontact. In het reclasseringsrapport worden een tweetal bijzondere voorwaarden geformuleerd waarmee het hof zich verenigt. Het hof zal de straf zoals opgelegd door de rechtbank aanvullen met deze twee voorwaarden, en opdracht geven aan jeugdbescherming William Schrikker Groep om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en betrokkene daarbij te begeleiden. Vordering tenuitvoerlegging Het openbaar ministerie heeft gevorderd de resterende tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2018 opgelegde voorwaardelijke 25 dagen jeugddetentie in de strafzaak met parketnummer 10-661259-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.